Normbedrag huisvesting en dienstwoning 2015

Onder de werkkostenregeling geldt een normbedrag voor zakelijke huisvesting – net als onder het oude regime voor vergoedingen en verstrekkingen het geval was. Dit normbedrag past u echter niet in alle gevallen van huisvesting toe.

22 januari 2015 | Door redactie

Als uw onderneming aan werknemers huisvesting op de werkplek aanbiedt die nodig is voor het behoorlijk vervullen van de dienstbetrekking, kan deze onder voorwaarden onbelast blijven. U kunt hierbij denken aan brandweerlieden die op de kazerne slapen, werknemers in de zorg met slaapdiensten in een gezinsvervangend tehuis of werknemers die aan boord van een schip verblijven.
De voorwaarden zijn:

  • De werknemer woont niet op de werkplek, maar heeft elders een eigen woning.
  • De werknemer moet redelijkerwijs gebruikmaken van de huisvesting op de werkplek.

Normbedrag voor huisvesting en inwoning is € 5,40

Voor huisvesting op de werkplek en inwoning die niet aan deze eisen voldoet, geldt in 2015 een normbedrag van € 5,40 per dag. Dit is inclusief energie, water en bewassing. U moet dit bedrag bij het loon van de werknemer tellen of onderbrengen in de vrije ruimte. Hiervan kan sprake zijn bij inwoning van agrarisch personeel op de werkplek, bij matrozen die permanent aan boord wonen of verblijf van werknemers bij een vaste arbeidsplaats.

Bij noodzakelijke dienstwoning maximaal 18% van het jaarloon

Als uw onderneming de kosten voor een woning vergoedt of een woning ter beschikking stelt, moet u rekenen met de huurwaarde in het economisch verkeer. Deze moet u bij het loon van de werknemer tellen of onderbrengen in de vrije ruimte. Gaat het om een ter beschikking gestelde dienstwoning die de werknemer nodig heeft voor de behoorlijke vervulling van zijn functie, dan bestaat er een bovengrens voor dit bedrag: 18% van het jaarloon dat de werknemer zou verdienen bij een 36-urige werkweek. Werkt de werknemer méér dan 36 uur, dan mag u niet terugrekenen naar 36 uur.