Onderzoek hoeft niet opnieuw bij overstap WKR

Bij toepassing van de werkkostenregeling (WKR) moet u van elke vaste kostenvergoeding die u aan een werknemer uitbetaalt, van tevoren een onderbouwing geven door middel van een onderzoek naar de werkelijk gemaakte kosten. Gelukkig heeft de Belastingdienst aangegeven dat u deze steekproef niet standaard hoeft uit te voeren voor bestaande kostenvergoedingen.

27 juni 2011 | Door redactie

Eind vorig jaar meldden we u in het bericht ‘Vaste vergoeding in werkkostenregeling’ over de noodzaak om altijd vooraf een steekproef uit te voeren als u onder de werkkostenregeling een vaste vergoeding wilt geven aan werknemers. Het Handboek loonheffingen 2011 schrijft dit onderzoek naar de werkelijke kosten uitdrukkelijk voor.

Alleen voor nieuwe kostenvergoedingen

Als u voor iedere vaste kostenvergoeding zo’n onderzoek moet uitvoeren voordat uw onderneming gebruik gaat maken van de werkkostenregeling, zou dit een flinke berg administratie met zich meebrengen.
De Belastingdienst heeft echter bekendgemaakt dat deze voorwaarde alleen geldt voor nieuwe vaste kostenvergoedingen. Als de omstandigheden waarop u de vergoeding heeft gebaseerd niet zijn veranderd, hoeft u bij de overstap naar de werkkostenregeling niet opnieuw een onderzoek te verrichten.

Op verzoek van belastinginspecteur

Als uw onderneming voorlopig de ‘oude’ regels voor vergoedingen en verstrekkingen blijft hanteren, hoeft u zo’n steekproef alleen uit te voeren als de belastinginspecteur erom vraagt. U moet de vaste kostenvergoeding wel voorafgaand aan de eerste uitbetaling naar aard en omvang specificeren, maar dat hoeft in principe niet op basis van onderzoek naar de werkelijke uitgaven.

Lees alles over: De werkkostenregeling (WKR)