Thuiswerkvergoeding gaat in 2023 omhoog

1 september 2022 | Door redactie

De onbelaste thuiswerkvergoeding stijgt per 1 januari 2023 hoogstwaarschijnlijk van € 2 naar € 2,13. Meer dan alleen deze inflatiecorrectie zit er voor komend jaar niet in, blijkt uit het antwoord van staatssecretaris van Financiën Van Rij op Kamervragen.

De gerichte vrijstelling in de WKR voor de thuiswerkvergoeding is per 1 januari 2022 geïntroduceerd. Bij de introductie is vastgelegd dat dit bedrag jaarlijks wordt geïndexeerd aan de hand van de ‘tabelcorrectiefactor’. Daarmee wordt rekening gehouden met de inflatie. Per 1 januari 2023 zal de indexatie voor het eerst plaatsvinden bij de onbelaste thuiswerkvergoeding (infographic). Omdat de tabelcorrectiefactor waarschijnlijk uitkomt op 1,063, zal de vrijstelling per 1 januari 2023 omhoog gaan naar € 2,13. Dit bedrag kan nog iets veranderen als de tabelcorrectiefactor anders wordt of door afronding. 

Nibud: thuiswerken kost nu € 3,05 per werkdag per persoon

Het bedrag van € 2 per werkdag per persoon heeft het kabinet destijds gebaseerd op een berekening van het Nibud van de gemiddelde kosten om thuis te werken. Het Nibud voerde deze berekening uit in augustus 2021, in opdracht van het Ministerie van Financiën. In maart 2022 heeft het Nibud op eigen initiatief berekend dat thuiswerken door de gestegen energieprijzen duurder is geworden. De gemiddelde kosten om thuis te werken bedragen nu ongeveer € 3,05 per werkdag per persoon. 

Rekening houden met inflatie

Een vraag vanuit de Tweede Kamer was of de staatssecretaris bereid is in het Belastingplan 2023 maatregelen op te nemen om de onbelaste thuiswerkvergoeding weer in lijn te brengen met het huidige kostenplaatje. Maar Van Rij geeft aan dat met de indexatie op basis van de tabelcorrectiefactor al rekening wordt gehouden met de inflatie. Er zit dus niet meer in. Het kabinet zal de evaluatie van de thuiswerkvrijstelling meenemen in de evaluatie van de WKR die gepland staat voor 2023/2024. Pas dan wordt bekeken of de regeling nog strookt met de praktijk.