Vergoeden en verstrekken is nooit zonder gevolgen

Als een werkgever voorzieningen aan werknemers wil uitdelen, kan dat niet zomaar zonder fiscale gevolgen. De regels voor vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen staan in de werkkostenregeling (WKR). Niet voor elke voorziening gelden dezelfde regels. Past de werkgever de verkeerde regels toe, dan kan hem dat duur komen te staan.

20 februari 2020 | Door redactie

Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan werknemers kunnen fiscaal gezien heel verschillend behandeld moeten worden. Sommige mogen onder voorwaarden helemaal onbelast blijven zonder dat ze van de zogenoemde vrije ruimte (tool) snoepen. Ze vallen bijvoorbeeld onder een gerichte vrijstelling of zijn op nihil gewaardeerd. Denk bijvoorbeeld aan een reiskostenvergoeding voor het openbaar vervoer of een personeelslening voor de aanschaf van een fiets.

Steeds andere voorwaarden

Valt een voorziening niet onder een gerichte vrijstelling of nihilwaardering, dan is er nog een optie: de werkgever kan hem dan onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Die is dit jaar 1,7% van de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom van de organisatie en 1,2% van het meerdere.

Overzicht door handige tabel

Voor werkgevers is de WKR niet altijd eenvoudig te begrijpen. Voor één voorziening – zoals een fiets – heeft hij vaak verschillende mogelijkheden: hij kan hem vergoeden, verstrekken of als fiets van de zaak ter beschikking stellen. Al die mogelijkheden hebben vervolgens hun eigen fiscale consequenties. Overzicht bewaren is dan lastig. Gelukkig is er een handig overzicht met de meest gangbare vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen en de bijbehorende fiscale behandeling.

Bijlagen bij dit bericht