VERDIEPINGSARTIKEL

De mogelijkheden voor een onbelaste diensttijduitkering of -verstrekking

Werknemers die (bijna) hun hele carrière voor één werkgever werken worden steeds schaarser, doordat werknemers vaker van baan wisselen dan vroeger gewoon was.

Uw organisatie wil ze daarom misschien wel een extraatje geven als ze wél heel lang bij u in dienst blijven. Als een werknemer 25 of 40 jaar in dienst is, mag u dit onder voorwaarden fiscaalvriendelijk doen. Dat is toch mooi meegenomen?


12 augustus 2020 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Een werknemer die in deze coronatijd een diensttijdjubileum heeft te vieren, zal de feestelijke receptie met live sketches en speeches waarschijnlijk moeten missen in verband met de coronamaatregelen.

Maar ook op andere manieren kan uw organisatie aandacht besteden aan dit heuglijke feit. Onder meer door de werknemer een onbelaste diensttijduitkering ter gelegenheid van zijn jubileum toe te kennen.

Diensttijduitkeringen als beloning

Diensttijduitkeringen zijn bedoeld als beloning voor een werknemer die een jubileum viert in uw onderneming. Zowel bij 25 als bij 40 jaar dienstverband mag u de werknemer op grond van de belastingregels eenmalig onbelast een brutomaandloon geven.

Hoewel de onbelaste diensttijduitkering uitgekeerd mag worden bij een 25- en een 40-jarig dienstverband, bent u niet verplicht om ook precies op dat moment uit te keren.

Als het uitkeringsmoment maar ná respectievelijk 25 en 40 jaar dienstverband ligt, maakt het niet uit wanneer u de diensttijduitkering verstrekt.

Het mag dus eventueel ook bij het einde van het dienstverband.

Voorwaarden voor diensttijdvrijstelling

U mag per bereikte diensttijd één keer uitkeren, dus niet na 25 of 40 jaar twee keer een half maandloon op verschillende momenten.

Er zijn drie belangrijke voorwaarden voor de diensttijdvrijstelling om ervoor te zorgen dat deze uitkering niet tot het loon van de werknemer behoort.

1  Dienstjaren

Zoals gezegd moet de werknemer ten minste 25 jaar en later minstens 40 jaar in dienst zijn. De grens van 25 of 40 jaar neemt de Belastingdienst zeer strikt. Als één dag ontbreekt, geldt de diensttijdvrijstelling niet.

Is de dienstbetrekking van een werknemer bijvoorbeeld gestart op 2 januari 1981 en eindigt hij per 31 december 2020, dan is de periode van 40 jaar niet volgemaakt en is de vrijstelling niet van toepassing.

Diensttijd is de tijd die een werknemer bij een werkgever heeft doorgebracht. Het kan zijn dat gedurende het dienstverband de rechtsvorm van de werkgever is veranderd, bijvoorbeeld van een maatschap naar een bv. U kunt de diensttijd dan gewoon doortellen.

Ook als een werknemer door een fusie van twee ondernemingen een andere werkgever heeft gekregen, loopt de diensttijd door. En als een werknemer voor de tweede keer in dienst komt bij een werkgever, mogen de twee perioden bij elkaar worden geteld. De periode waarin het dienstverband onderbroken is, telt dan niet mee.

Het samentellen van dienstjaren geldt ook als de werknemer heeft gewerkt voor twee vestigingen van één concern. U kunt ook rekening houden met dienstjaren bij een eerdere werkgever als dat maatschappelijk gebruikelijk is, bijvoorbeeld omdat dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst (cao) geldt.

Diensttijd bij een andere werkgever telt ook mee als u uitgaat van de dienstjaren die uw pensioenuitvoerder in aanmerking neemt. De Belastingdienst gaat hiermee akkoord als u hierbij een bestendige gedragslijn heeft en dit dus al lang zo doet. Op verzoek van de Belastingdienst moet u deze bestendige gedragslijn aannemelijk kunnen maken.

Tot slot de situatie dat een organisatie bij slecht weer is gesloten en de werknemer dan tijdelijk een WW-uitkering krijgt totdat er wel weer sprake is van werkbaar weer. Zo lang zij niet in dienst gaan bij een andere werkgever, loopt de teller voor de diensttijd ook tijdens de WW-uitkering gewoon door.

Tien jaar of langer

Gemiddeld werkt één op de drie werknemers tien jaar of langer bij dezelfde werkgever, maar dit verschilt per bedrijfstak. Deze ‘baanduur’ is korter als de arbeidsrelatie flexibeler is en naarmate de werknemer jonger is.

Dit onderzocht het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) twee jaar geleden. De overheid is de enige bedrijfstak waar meer dan de helft van de werknemers langer dan tien jaar in een baan zit.

In de horeca en zakelijke dienstverlening zitten de minste werknemers met minimaal tien dienstjaren: slechts 10%.

2  Eenmalig

Een tweede voorwaarde voor de onbelaste diensttijduitkering is dat deze slechts één keer voor het bereiken van een 25-jarig dienstverband mag worden gegeven en na veertig dienstjaren opnieuw.

Als de werknemer bij 25 jaar dienstverband geen diensttijduitkering heeft gekregen, mag u hem er na 40 jaar dienstverband alsnog blij mee maken. De werknemer mag dan dus na 40 jaar maximaal twee onbelaste maandlonen krijgen.

3  Loon

Het als diensttijduitkering vrijgestelde loon is het brutomaandloon. U gaat daarvoor uit van het tijdvakloon over een maand: in principe is dat kolom 14 van de loonstaat. In de infographic ziet u welke beloningscomponenten wel en niet meetellen voor het vaststellen van dit maandloon van de werknemer.


Diensttijduitkering
















Als het loon over een ander tijdvak dan een maand wordt uitbetaald, moet u dit loon herrekenen naar een maandloon. Betaalt u het loon per week uit, dan vermenigvuldigt u dit weekloon met 52 en deelt u de uitkomst door twaalf. Betaalt u het loon per vier weken uit, dan moet u het vierwekenloon met dertien vermenigvuldigen en daarna door twaalf delen.

Bij het diensttijdjubileum kan het zowel om een uitkering als een verstrekking gaan, zolang de totale waarde niet meer is dan een maandloon.

Alternatieven

U mag ervoor kiezen om in plaats van de diensttijduitkering onbelast een geschenk ter waarde van maximaal een maandloon te geven, zoals een reis of televisie.

Als u aan de eerdergenoemde drie voorwaarden voldoet, geldt de diensttijdvrijstelling ook in dat geval. Geeft u meer dan het maandloon, dan is het bedrag boven het maandloon loon voor de werknemer. U kunt ervoor kiezen dit bedrag aan te wijzen als eindheffingsloon en onder te brengen in de vrije ruimte. Zie ook het kader hieronder.

Geeft uw organisatie werknemers geen extra onbelaste uitkering bij een jubileum, maar wel een dertiende maand of een andere extra beloning, dan kunt u er samen met de werknemer voor kiezen deze beloning aan te merken als onbelaste diensttijduitkering. Zo blijft zij voor uw werknemer onbelast en bespaart u op de werkgeverslasten.

Is de werknemer minder gaan werken, maar is de hoogte van de diensttijduitkering een voltijdmaandloon? Dan moet u voor de berekening van de diensttijdvrijstelling uitgaan van het deeltijdloon.

Ook bij 12,5 jaar uitkeren? Aanwijzen als eindheffingsloon

Als u niet voldoet aan alle voorwaarden, dan is de diensttijduitkering loon voor de werknemer. U kunt in dat geval de uitkering aanwijzen als eindheffingsloon ten laste van de vrije ruimte.

Gebruikelijk
De diensttijduitkering moet dan aan de gebruikelijkheidstoets voldoen. Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen tot een bedrag van € 2.400 per werknemer per jaar beschouwt de Belastingdienst als gebruikelijk.

Een voorbeeld: een werknemer is 12,5 jaar in dienst en ontvangt een diensttijduitkering van € 1.250. Dit is een half maandsalaris. Als u dit onbelast wilt uitkeren aan de werknemer kan dit niet onder de diensttijdvrijstelling. Die is immers niet van toepassing.

U controleert of de diensttijduitkering voldoet aan de gebruikelijkheidstoets.

De werknemer ontvangt naast de diensttijduitkering geen andere vergoedingen en verstrekkingen. U kunt de diensttijduitkering daarom aanwijzen als eindheffingsloon. Bij overschrijding van de vrije ruimte bent u 80% eindheffing verschuldigd.