VERDIEPINGSARTIKEL

Vier wijzigingen voor de werkkostenregeling per 2020

Afgelopen Prinsjesdag heeft het kabinet via het Belastingplan 2020 de voorgenomen aanpassingen in de werkkostenregeling (WKR) gepresenteerd. Er zijn uiteindelijk vier wijzigingen voorgesteld, die met ingang van de komende jaarwisseling moeten ingaan. Voor u is het uiteraard belangrijk om te weten wat die aanpassingen voor uw onderneming precies betekenen!


4 oktober 2019 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement online en Lotte van Rees, freelance specialist loonheffingen en voormalig hoofdredacteur van Salaris Rendement


Het viertal wijzigingen in de WKR dat per 2020 gepland staat, is als volgt:

  • vergroting van de vrije ruimte;
  • uitbreiding van de gerichte vrijstellingen met vergoedingen voor een VOG;
  • verruiming van de deadline voor het aangeven en afdragen van (eventuele) WKR- eindheffing;
  • aanpassing van de waardebepaling van producten uit eigen bedrijf.

Het kabinet had de eerste twee aanpassingen in de WKR begin dit jaar al aangekondigd. Deze wijzigingen vloeien voort uit de besteding van een bedrag van € 100 miljoen dat vorig jaar al is gereserveerd voor de verlaging van lasten op arbeid voor het mkb. De andere twee voorgestelde aanpassingen vloeien voort uit overleggen die met het bedrijfsleven zijn gevoerd naar aanleiding van de evaluatie van de werkkostenregeling.

Knelpunten

Het kabinet heeft het rapport van die evaluatie vorig jaar aan de Tweede Kamer aangeboden. De laatste twee aanpassingen moeten bepaalde knelpunten in de regeling die naar voren kwamen in die overleggen wegnemen. De in het Belastingplan voorgestelde vier wijzigingen komen hierna aan bod. Bij invoering van de werkkostenregeling per 2011 bedroeg de vrije ruimte 1,5%. Dit percentage zakte per 2015 – toen de regeling verplicht werd voor elke onderneming – naar de huidige 1,2%, als wisselgeld voor de toenmalige uitbreiding van de gerichte vrijstellingen. Het kabinet wil de vrije ruimte per 2020 vergroten, waarvan vooral mkb-ondernemingen moeten profiteren. Hiervoor wordt voorgesteld om een tweeschijvenstelsel voor de vrije ruimte in te voeren:

  • Over de totale fiscale loonsom tot maximaal € 400.000 geldt een percentage van 1,7%.
  • Over de totale fiscale loonsom boven de € 400.000 geldt het huidige percentage van 1,2%.

Onvoldoende

De achtergrond van dit voorstel is dat vooral mkb-ondernemingen met lage lonen of veel parttimers de huidige vrije ruimte als onvoldoende bestempelen. Zo zijn kleinere ondernemingen bijvoorbeeld vaker genoodzaakt om een personeelsfeest buiten de deur te organiseren. Dit feest gaat dan geheel ten koste van hun vrije ruimte aangezien slechts voor (onderdelen van) een op de werkplek georganiseerd personeelsfeest een nihilwaardering geldt. Hoe de vergroting van de beschikbare vrije ruimte in de praktijk uitpakt, vindt u terug in onderstaande tabel.

Kleine werkgevers hebben het meeste voordeel van de extra vrije ruimte

De grens tussen toepassing van het hogere en lagere percentage bij berekening van de vrije ruimte volgens het voorgestelde tweeschijvenstelsel komt bij een fiscale loonsom van € 400.000 te liggen. Hierdoor krijgen kleine werkgevers met een lage fiscale loonsom er relatief gezien de meeste ruimte bij, zoals u hiernaast kunt zien. Totale fiscale loonsom Huidige vrije ruimte Vrije ruimte na aanpassing Absolute vergroting Relatieve vergroting
€ 200.000 € 2.400 € 3.400 € 1.000 42%
€ 400.000 € 4.800 € 6.800 € 2.000 42%
€ 600.000 € 7.200 € 9.200 € 2.000 28%
€ 1.000.000 € 12.000 € 14.000 € 2.000 17%
€ 4.000.000 € 48.000 € 50.000 € 2.000 4%

 

Nog niet definitief

Zoals altijd met de Prinsjesdagstukken – waar het Belastingplan onderdeel van is – gaat het slechts om voorstellen van het kabinet voor het komende jaar of daarna. Ook al is het waarschijnlijk dat de in dit artikel behandelde wijzigingen rond de WKR zoals gepland per 2020 ingaan en ook in de vorm zoals ze zijn voorgesteld door het kabinet, is dit echter pas helemaal definitief na akkoord door de Tweede en Eerste Kamer.

Verklaring

Het kabinet stelt voor om per 2020 een gerichte vrijstelling in te voeren voor de vergoeding voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) die een werknemer voor zijn dienstbetrekking heeft aangevraagd. Hierdoor kan uw onderneming straks de aanvraagkosten van een VOG onbelast vergoeden aan werknemers zónder dat dit ten koste gaat van uw vrije ruimte. U moet die vergoeding uiteraard dan nog wel als eindheffingsloon aanwijzen. Maar door de gerichte vrijstelling die er dan geldt, snoept dit niets van uw vrije ruimte af. Het maakt voor de gerichte vrijstelling overigens niet uit of het gaat om een VOG die uw onderneming op grond van een wettelijke verplichting van uw werknemers eist – zoals bij onderwijzers en taxichauffeurs – of om een onverplichte verklaring die u van de werknemers eist.

Buitenland

Ook de vergoeding van een met de VOG vergelijkbare buitenlandse verklaring komt onder de gerichte vrijstelling te vallen als de werknemer die heeft aangevraagd voor zijn dienstbetrekking. Als een werknemer zijn werkzaamheden (deels) in het buitenland verricht of in het verleden in het buitenland heeft gewoond of gewerkt, kan het namelijk zijn dat hij een met de Nederlandse VOG vergelijkbare verklaring heeft aangevraagd bij een buitenlandse instantie. De bijbehorende kosten kunt u de werknemer dan ook op grond van de nieuwe gerichte vrijstelling onbelast vergoeden. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het kabinet geadviseerd om te onderzoeken of de voor werknemers verplichte VOG kan worden gefinancierd uit de algemene middelen van het Rijk. In dat geval zou de aanvraag van zo’n verklaring de werknemer dus niets kosten en krijgt u ook niet met (de fiscale afhandeling van) een vergoeding ervoor te maken. Dit advies ligt nu bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Uiterlijk

Verder wil het kabinet werkgevers per 2020 meer tijd geven om te bepalen of zij hun vrije ruimte hebben overschreden en de eventueel verschuldigde eindheffing aan te geven en te betalen. De bedoeling is dat uw onderneming hiervoor één aangiftetijdvak extra krijgt. Op dit moment moet u de eventueel verschuldigde eindheffing vanwege het overschrijden van uw beschikbare vrije ruimte over een kalenderjaar aangeven en afdragen uiterlijk tegelijk met de aangifte loonheffingen en bijbehorende afdracht over het eerste aangiftetijdvak van het volgende jaar. Werkgevers hebben echter aangegeven deze deadline in de praktijk te krap te vinden. Daarom wil het kabinet vanaf volgend jaar toestaan de eventueel verschuldigde eindheffing voor overschrijding van de vrije ruimte van een kalenderjaar te kunnen aangeven en afdragen uiterlijk tegelijk met de aangifte en afdracht over het tweede aangiftetijdvak van het volgende jaar. Bij loonaangifte per maand betekent dit dus dat u de eventuele WKR-eindheffing dan uiterlijk moet meenemen in de aangifte over februari. Voor deze aangifte liggen de aangifte- en betaaldeadline in maart.

Verkeer

Het kabinet wil als laatste per 2020 de waarderingsregels voor branche-eigen producten in lijn brengen met de gerichte vrijstelling die rond deze producten geldt. Die houdt in dat een korting of vergoeding aan werknemers bij de aankoop van producten uit eigen bedrijf onbelast is als u die aanwijst als eindheffingsloon. Dit neemt dan geen vrije ruimte in beslag. Daarbij geldt als maximum 20% van de waarde van het product in het economisch verkeer, met als absoluut maximum € 500 per werknemer per jaar. Op dit moment moet u producten uit eigen bedrijf daarentegen soms waarderen op het bedrag dat u aan een derde in rekening zou brengen voor aanschaf ervan. Dit strookt niet met de gerichte vrijstelling en het kabinet wil die waardering van branche-eigen producten daarom veranderen. Dat betekent dat u vanaf volgend jaar producten uit eigen bedrijf altijd moet waarderen op de waarde in het economisch verkeer. Dit is meestal de consumentenprijs.

Uitsluiting eindheffingsloon

In het Belastingplan niet als wijziging in de regeling opgenomen, maar wel WKRgerelateerd, is de uitbreiding van het verboden eindheffingsloon. Het kabinet wil namelijk dat vergoedingen voor of het direct betalen van geldsommen in het kader van strafbeschikkingen of daarmee vergelijkbare buitenlandse wijze van bestraffing en (buitenlandse) dwangsommen per 2020 niet meer als aangewezen eindheffingsloon ten laste van de vrije ruimte kunnen komen. Zulke vergoedingen aan of directe betalingen voor werknemers kunt u dan dus niet langer onbelast laten.