VERDIEPINGSARTIKEL

Aansprakelijkheid voor garderobes en lockers op kantoor

Vaak treft u bij garderobes, en soms ook bij kluisjes en in kleedkamers, een bordje aan met een tekst als ‘De directie is niet aansprakelijk voor schade, verlies of diefstal…’. Een duidelijk signaal, dat wel, maar is het juridisch houdbaar? Hoe zit het met het opbergen van spullen en de aansprakelijkheid?


7 juli 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Vrijwel elke organisatie heeft een garderobe. Soms zelfs meerdere, bijvoorbeeld één voor bezoekers, één voor het kantoorpersoneel en één op de werkplaats. Soms zijn er ook nog kluisjes en kleedkamers, als daar wat betreft de bedrijfsvoering behoefte aan is. Allemaal wel zo opgeruimd, en er hoeft geen jas, das of tas aan stoelleuningen te hangen. 

Daarnaast is het wel zo prettig als iedereen zijn spullen veilig achter slot en grendel kan opbergen. Maar als er iets uit die bergruimtes wordt gestolen, of er raakt iets beschadigd: in hoeverre is uw organisatie daarvoor dan aansprakelijk te stellen? En kunt u daar met een tekstbordje onderuit komen?

Overeenkomst tussen eigenaar en gebruiker

Eerst het personeel. Aan het gebruik van garderobes, lockers en andere (afsluitbare) bergruimtes als ladeblokken en archiefkasten die uw organisatie aan medewerkers ter beschikking stelt, kunnen voorwaarden worden verbonden.

Door die voor akkoord te laten ondertekenen, ontstaat er een overeenkomst tussen eigenaar en gebruiker, in dit geval werkgever en werknemer. Daarin kunnen allerlei zaken geregeld zijn, zoals wat wel en niet in de bergruimte mag worden bewaard, de aansprakelijkheid met betrekking tot de inhoud, het recht op inzage, de bescherming van de privacy, en dergelijke.

Zo’n overeenkomst is juridisch geldig, al zullen bepaalde afspraken – bijvoorbeeld omdat ze onredelijk of buitenproportioneel zijn – in een rechtszaak niet standhouden.

Zwaarwegende reden om te controleren

Het is maar de vraag of het management in de voorwaarden precies kan eisen wat er wel en niet mag worden bewaard. Net als of het bevoegd is om de bergruimte te openen en te inspecteren of de inhoud veilig of in orde is, of in ieder geval volgens de afspraken. Dat kan nog wel eens op gespannen voet staan met de privacy.

In veel gevallen zal de werkgever toch een goede, of zeg maar liever zéér zwaarwegende reden moeten hebben om een en ander te controleren. Denk dan aan vermoeden van diefstal, spionage, opslag van wapens of gevaarlijke stoffen.

Ook is vaak in grotere organisaties toestemming van de ondernemingsraad (OR) nodig. Vlak daarnaast de sterke arm van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) als waakhond niet uit.

Sommige aansprakelijkheidssituaties kunnen een nogal grijs gebied vormen

In onbewaakte en niet-afgesloten bergruimtes of garderobes in publieke gebouwen of in de openbare ruimte geldt meestal geen overeenkomst van bewaarneming. Denk aan een garderobe in de hal van het gemeentehuis of een horecagelegenheid.

 

Toch is het in bepaalde situaties mogelijk dat de rechter een claim voor schadevergoeding toekent. Stel dat u in de lobby van een hotel een zakelijke afspraak heeft en daarbij uw jas ophangt in de garderobe achter de balie in de hal, en bij uw vertrek blijkt die jas verdwenen. Door de aanwezigheid van het (herkenbaar geklede) hotelpersoneel, en ook het feit dat u tegen betaling consumpties of andere diensten in het hotel afneemt, mag u veronderstellen dat u indirect ook voor deze extra service van de garderobe ‘betaalt’.

Vergelijkbaar
In betaalde en bewaakte stallingen voor fietsen en auto’s gelden vergelijkbare automatische overeenkomsten van bewaargeving. De eigenaar of bewaker van de stalling is dan de aansprakelijk te stellen partij.


Een bordje in de parkeergarage (en trouwens ook in de autowasstraat) dat de directie niet aansprakelijk zou zijn voor schade aan uw eigendommen, zal ongetwijfeld zeer kritisch bekeken worden door de rechter. Het zal er meestal opgehangen zijn om zo veel mogelijk schadeclaims te voorkomen.

Geen overeenkomst voor bezoekers

Hoe zit het dan met bezoekers? Garderobes voor gasten zijn meestal niet afsluitbaar en vaak onbewaakt. Bezoekers die hun jas of tas daar ophangen, laat u over het algemeen geen overeenkomst ondertekenen. Maar er ontstaat wel automatisch een eenzijdige overeenkomst die juridisch ‘bewaarneming’ wordt genoemd.

Een bewaarnemer moet volgens de wet zorgen voor een adequate opslag en beveiliging van de hem toevertrouwde spullen, en die ook weer schadevrij teruggeven. Dat zal over het algemeen wel in orde zijn als zo’n garderobe zich achter de (afgesloten of bemande) voordeur van uw kantoorpand bevindt.

De kans dat er aan de spullen van de bezoekers schade zal ontstaan of dat er iets gestolen wordt, is dan redelijk klein. Is de kantoorruimte vrij toegankelijk (vanaf de openbare weg), dan ligt dat natuurlijk anders.

Zonder bewaking zou in theorie iedereen bij de spullen in de garderobe kunnen. Daarover zo meer.

Juridisch niet gedekt

Hoe het ook zij, met het ophangen van een tekstbordje in de garderobe waarop uw organisatie aansprakelijkheid voor diefstal, schade of kwijtraken afwijst, bent u juridisch niet gedekt. Als er bijvoorbeeld door brand in uw kantoorgebouw schade ontstaat aan de spullen in de garderobe, en er is niet aan alle voorwaarden of veiligheidsmaatregelen voor goed bewaarnemerschap voldaan, zal de bewaarnemer die schade wettelijk moeten vergoeden.

Dat geldt overigens ook voor garderobes of kluisjes waar de bewaarnemer betaling voor vraagt, het zogenoemde ‘bewaarloon’.

De juridische waarde van de aansprakelijkheidsafwijzing op een tekstbordje is nogal gering vanwege de wettelijke bepaling dat voorwaarden niet ‘onredelijk bezwarend’ mogen zijn voor de gebruiker.

Een rechter zal er meestal geen waarde aan hechten en negeren dat de directie een bordje had neergehangen. Bij diefstal of schade zal de eigenaar van de garderobe – uw organisatie dus – moeten aantonen dat die voorwaarde niet onredelijk was, en dat de afwijzing van aansprakelijkheid terecht was. Het is lastig om aan die bewijslast te voldoen.

Onbewaakte en niet afgesloten bergruimtes

Als het personeel of de bezoekers van uw organisatie gebruikmaken van onbewaakte en niet afgesloten bergruimtes, – zoals een garderobe in de openbaar toegankelijke hal van uw kantoorgebouw, maar ook een gratis fietsenstalling voor de deur aan de openbare weg – is er geen sprake van een bewaarneming, en dus ook niet van een stilzwijgende, eenzijdige overeenkomst.

Dat betekent dat er in feite niemand aansprakelijk is te stellen voor diefstal, verlies of schade van eigendommen. De gedupeerde heeft immers zelf gekozen om de spullen in die onbewaakte ruimtes achter te laten.

Het is vaak wel nuttig om een tekstbordje duidelijk zichtbaar neer te hangen

Dit kan in een rechtszaak wel een ‘grijs’ gebied zijn (zie ook het kader hierboven), zeker als op de faciliteiten vermeld staat dat die gereserveerd zijn voor uw organisatie, zoals in parkeergarages of -vakken. In zulke situaties is het vaak wel nuttig om een tekstbordje duidelijk zichtbaar neer te hangen. Uw organisatie is dan over het algemeen niet aansprakelijk.

Mocht u een tekstbordje willen maken voor de afwijzing van aansprakelijkheid, kies dan de juridische en taalkundig correcte formulering: ‘De directie is niet aansprakelijk voor…’. Dus ‘De directie is...’ in plaats van ‘De directie stelt zich...’.