OR kan helpen weerstand voor terugkeer weg te nemen

In deze periode presenteren veel werkgevers de maatregelen die ze nemen om de verspreiding van het coronavirus op de werkvloer tegen te gaan. Ontstaat er onder werknemers weerstand voor de terugkeer, dan is het zaak te achterhalen waar die weerstand vandaan komt. De ondernemingsraad (OR) kan de bestuurder hierbij ondersteunen en helpen het beleid aan te passen waar nodig.

10 juni 2020 | Door redactie

Maatregelen om de verspreiding van het coronavirus op de werkvloer tegen te gaan, zijn noodzakelijk om een veilige terugkeer naar de werkplek mogelijk te maken. Voldoen aan alle voorschriften is echter een uitdaging. Zijn werknemers er niet van overtuigd dat het beleid voldoet aan de richtlijnen, dan kan er weerstand ontstaan om terug te keren naar de werkplek. Wat kan de ondernemingsraad dan doen?

OR kan helpen misverstanden coronabeleid weg te nemen

Is er weerstand onder werknemers om terug te keren naar de werkplek, dan kan de OR de achterban raadplegen (tool) om te achterhalen wat daarvoor de reden is. Mogelijk is er sprake van misverstanden en zijn de maatregelen niet duidelijk genoeg gecommuniceerd. In dat geval is het slim om alle vragen te verzamelen en de bestuurder deze te laten beantwoorden. Ook kan de bestuurder toelichten hoe het beleid tot stand gekomen is en op welke adviezen of richtlijnen het is gebaseerd. Het kan werknemers geruststellen als zij inzien dat het beleid zorgvuldig opgesteld is, omdat het is gebaseerd op adviezen van bijvoorbeeld het RIVM, dat de OR heeft meegedacht en ingestemd, en dat het beleid ook verankerd is in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en het bijbehorende plan van aanpak.   

OR kan bestuurder dwingen coronabeleid te herzien

Een andere oorzaak voor de weerstand onder de werknemers kan zijn dat het beleid niet voldoet aan de coronavoorschriften van de overheid. Werknemers moeten dan onnodig risico’s nemen om hun werk uit te voeren. De werkgever voldoet dan niet aan zijn zorgplicht (artikel 7:658 BW). Hij moet er namelijk voor zorgen dat de werknemers hun werk gezond en veilig kunnen doen. Eventuele risico’s moet hij wegnemen of tot een minimum beperken door passende maatregelen te treffen. Doet een werkgever dat niet of onvoldoende, dan moet de OR direct aan de bel trekken en met de bestuurder in gesprek gaan. De OR heeft de taak om de naleving van de voorschriften op het gebied van arbeidsomstandigheden te bevorderen (artikel 28, lid 1 WOR). Dat kan dus betekenen dat de bestuurder het organisatiebeleid rond corona moet herzien. De OR kan ook op basis van het initiatiefrecht een concreet voorstel doen om het beleid te verbeteren (artikel 23, lid 3 WOR). De bestuurder is dan verplicht om over dit voorstel met de OR te overleggen. Vervolgens moet hij de OR zo snel mogelijk laten weten – schriftelijk en voorzien van argumenten – wat hij besluit naar aanleiding van het voorstel.