Wijziging WOR door Verzamelwet SZW 2022

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft het wetsvoorstel voor de Verzamelwet SZW 2022 ingediend bij de Tweede Kamer en gepubliceerd. In het wetsvoorstel neemt het ministerie de adviezen van de Commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM) van de Sociaal-Economische Raad (SER) over om de Wet op de ondernemingsraden (WOR) te wijzigen.

1 september 2021 | Door redactie

In het wetsvoorstel voor de Verzamelwet SZW 2022 (pdf) zijn de adviezen van de CBM overgenomen om de Wet op de ondernemingsraden (WOR) te wijzigen. De wijzigingen moeten ervoor zorgen dat ook werknemers met korte of tijdelijke dienstverbanden aanspraak kunnen maken op medezeggenschapsrechten. De ondernemingsraad (OR) moet immers een goede afspiegeling van de in de onderneming werkzame personen zijn. Het aantal werknemers met flexibele contracten neemt echter toe en de gemiddelde duur van het dienstverband van werknemers neemt af. Minister Koolmees van SZW kondigde eerder al in een Kamerbrief aan dat er aanpassingen voor de WOR in de maak zijn. De beoogde ingangsdatum van de wijzigingen is 1 januari 2022, maar eerst moeten de Tweede en de Eerste Kamer zich nog buigen over het wetsvoorstel.

Wijziging termijnen actief en passief kiesrecht

De termijnen voor actief en passief kiesrecht worden verkort van respectievelijk 6 en 12 maanden naar 3 maanden (artikel 6, lid 2 en 3 WOR). Uitzendkrachten gaan na 15 maanden (in plaats van na 24 maanden) medezeggenschapsrechten opbouwen in de onderneming van de inlener en verwerven na 18 maanden actief en passief kiesrecht (15+3 =18 maanden). Dit betekent een wijziging van artikel 1, lid 3a WOR. De mogelijkheid om de groep ‘in de onderneming werkzame personen’ uit te breiden met bijvoorbeeld uitzendkrachten die nog geen 15 maanden werkzaam zijn in de organisatie, blijft bestaan. Dit geldt ook voor de optie om van de kiestermijnen af te wijken (artikel 6, lid 4 en 5 WOR).

Wijziging spelregels vaste commissies OR

Een andere wijziging betreft de spelregels voor de samenstelling van vaste commissies. Nu is de eis nog dat deze voor de meerderheid uit OR-leden moet bestaan (artikel 15 WOR). Omdat commissies het OR-werk deels kunnen overnemen en daarmee de OR ontlasten, vervalt die regel. Minister Koolmees hoopt daarmee bezwaren voor deelname aan de OR, zoals werkdruk en tijdgebrek, weg te nemen. Bestaat een commissie niet voor de meerderheid uit OR-leden, dan behoudt de OR het advies- en instemmingsrecht en is een overdracht van deze bevoegdheden aan de commissie niet mogelijk.

Wijzigingen WOR hebben diverse gevolgen voor raden en organisaties 

Als gevolg van deze wijzigingen moeten ondernemingsraden mogelijk hun OR-reglement aanpassen. Daarnaast moeten ondernemingsraden bij het organiseren van OR-verkiezingen rekening houden met de selectie van verkiesbaren en stemgerechtigden. Die selectie zal makkelijker zijn, omdat voor het actief en het passief kiesrecht dezelfde termijn gaat gelden. Een ander punt van aandacht is dat er voor ondernemingen met weinig vaste werknemers en een aanzienlijk aantal uitzendkrachten die er al geruime tijd werkzaam zijn (minimaal 15 maanden) een instellingsplicht gaat gelden. Deze uitzendkrachten behoren dan immers ook tot ‘de in de onderneming werkzame personen’. Zijn er in de regel 50 of meer personen werkzaam, dan is de ondernemer wettelijk verplicht om een OR in te stellen (artikel 2, lid 1 WOR).