VERDIEPINGSARTIKEL

Machtsmiddelen van uw ondernemingsraad

Welke wegen staan er open voor uw OR als de belangrijke besluiten van uw bestuurder niet uitpakken zoals uw OR dat wil? De Wet op de ondernemingsraden (WOR) biedt een paar mogelijkheden om in verweer te komen als dat nodig is.

Maar het gebruik van deze machtsmiddelen heeft ook nadelen. Het is van belang dat uw OR ook die argumenten in overweging neemt voordat u naar de kantonrechter of Ondernemingskamer stapt. Daaraan gaan een aantal stappen vooraf.


15 december 2021 6 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Uw bestuurder zal het standpunt van uw OR sneller serieus nemen als u het onderbouwt met valide argumenten. Dat doet u niet met vermoedens, geruchten of vage verhalen, maar met concrete cijfers, statistieken en een zorgvuldige verwoording van wat er op de werkvloer leeft.

Als uw OR vaststelt dat er bij uw achterban geen draagvlak bestaat voor een voorgenomen besluit van uw bestuurder, is het van belang dat u dit gebrek aan draagvlak met uw bestuurder bespreekt. Zijn besluit zal immers minder effectief uitpakken als er geen draagvlak voor bestaat.

Argumenten in allerlei soorten en maten

Argumenten zijn er in allerlei soorten en maten. Zo zijn er feitelijke argumenten: de argumenten die u met cijfers of wetenschappelijk onderzoek kunt onderbouwen. Maar ook ervaringen kunnen als argument dienen: ‘Toen er vorig jaar verplicht moest worden doorgewerkt heeft driekwart van het personeel alsnog een vrije dag opgenomen’.

Naast deze twee argumenten zijn er nog de morele en emotionele argumenten: ‘Een bedrijf als het onze hoort voorop te lopen in de energietransitie’, of ‘We zijn het spuugzat dat er altijd te weinig rekening wordt gehouden met de Islamitische feestdagen.’ Bestuurders zullen zich het meest laten overtuigen door de zakelijke argumenten van uw OR. Gebruik daarom zo veel mogelijk feiten en harde ervaringsgegevens.

Morele en emotionele argumenten

Toch kunnen ook de morele en emotionele argumenten een bijdrage leveren in het overtuigen van uw bestuurder. Die argumenten moeten er dan wel toe doen en verband houden met de andere argumenten die u naar voren brengt. ‘De OR adviseert om te investeren in energie­besparende maatregelen. Dat zal een gunstig effect hebben op de kosten nu de energieprijzen stijgen, maar we vinden ook dat een organisatie als de onze voorop moet lopen in de energietransitie.’

Inhoud gaat voor op geneuzel over procedure 

Uw bestuurder is wettelijk verantwoordelijk voor het volgen van de juiste procedures voor de advies- en instemmingsplichtige onderwerpen (Vraag & Antwoord). Hij weet welke belangrijke besluiten wanneer genomen moeten worden en moet uw OR in de gelegenheid stellen om advies te geven of in te stemmen met de in te voeren, te wijzigen of in te trekken regeling. Een fout in de procedure is zo gemaakt, bijvoorbeeld omdat wettelijk verplichte onderdelen in de adviesaanvraag ontbreken en uw OR daardoor niet goed met de adviesaanvraag uit de voeten kan.

In zo’n geval moet uw OR uw bestuurder vragen om zijn adviesaanvraag (tool) of instemmingsverzoek aan te passen, zodat deze wél aan de wettelijke vereisten voldoet. Let op! Het is een feit dat veel aandacht voor de procedures ten koste gaat van de aandacht voor de inhoud van het besluit. Zorg dus dat u die balans in de gaten houdt en dat u zich – procedureel geneuzel of niet – óók voorbereidt op de inhoud van de voorgenomen besluiten (zie ook kader).

Verschil rechter en bedrijfscommissie

Het belangrijkste verschil tussen bemiddeling door de bedrijfscommissie van de SER en een uitspraak van de rechter is dat de bedrijfscommissie zoekt naar een aanvaardbare oplossing voor beide partijen en dat de rechter doorgaans één van de twee partijen in het gelijk stelt. Daardoor blijft er altijd één partij die verder moet met het feit dat hij geen gelijk heeft gekregen. Dit kan de onderlinge samenwerking in de toekomst in de weg zitten.

Bovendien is de uitspraak van de rechter bindend en die van de bedrijfscommissie niet. U kunt een advies van de bedrijfscommissie dus ter harte nemen, maar u kunt het ook naast u neerleggen en eventueel alsnog naar de kantonrechter stappen.

Bedrijfscommissie kan bemiddelen

Vooral de fouten in de procedures zijn grond voor meningsverschillen (ook binnen de OR), conflicten en rechtszaken. Tot juli 2013 was het verplicht om conflicten tussen OR en bestuurder eerst voor bemiddeling aan de bedrijfscommissie voor te leggen. Sinds die verplichting is vervallen, kan zowel uw OR als uw bestuurder rechtstreeks naar de kantonrechter stappen.

De bedrijfscommissies zijn ingesteld door de Sociaal-Economische Raad (SER) en zijn goed toegerust op het bemiddelen en het zoeken naar een aanvaardbare oplossing voor beide partijen. Doorgaans vindt u in uw OR-reglement bij welke commissie u moet aankloppen: de Bedrijfscommissie voor de overheid, de profitsector (Markt I) of de non-profitsector (Markt II). U kunt ook met uw bestuurder besluiten om uw meningsverschil samen aan de commissie voor te leggen. Het inhuren van een jurist is daarbij niet noodzakelijk.

Ondernemingskamer toetst vooral de procedure

De Ondernemingskamer (OK) zal te allen tijde proberen om niet op de stoel van de ondernemer te gaan zitten, en zal dus geen oordeel geven over de juistheid van een besluit, maar over de rechtmatigheid. De OK toetst vooral of de adviesprocedure en alles wat daarmee samenhangt op een juiste manier is verlopen.

De OK buigt zich dus met name over de vraag of de ondernemer of bestuurder in redelijkheid zijn besluit heeft kunnen nemen of dat de OR in redelijkheid zijn advies heeft kunnen geven. Is de adviesprocedure goed gevolgd? Is de OR op een juiste manier geïnformeerd en is het OR-advies voldoende meegewogen in het definitieve besluit?

 

Jurisprudentie

Inmiddels is er meer dan 40 jaar aan jurisprudentie van de Ondernemingskamer opgebouwd. In bijna 43% van de uitspraken is het verzoek van de OR door de OK toegewezen, en is zo’n 47% van de verzoeken afgewezen. In bijna 10% was de OR niet ontvankelijk, bijvoorbeeld omdat de beroepstermijn van één maand was overschreden.

Regels voor geschillen

In artikel 36 WOR is de algemene geschillenprocedure vastgelegd. Die voorziet in de manier waarop geschillen tussen OR en bestuurder, maar ook tussen belanghebbenden en OR worden beslecht.

Het gaat dan om een geschil over een juiste toepassing van de WOR. Iedere belanghebbende kan bij de kantonrechter terecht als uw OR fouten heeft gemaakt in bijvoorbeeld de verkiezingsprocedure, als verslagen of agenda’s niet kenbaar worden gemaakt of als de ondernemer geen OR wil instellen, terwijl dat wel zou moeten. De belanghebbenden zijn de in de onderneming werkzame personen, maar ook de vakorganisaties, de ondernemer en de OR.

Besluit nietig verklaren

Met name bij geschillen over instemmingsverzoeken wordt gebruikgemaakt van artikel 27, lid 4, 5 en 6 WOR. Uw bestuurder kan zijn voorgenomen besluit om een regeling zoals genoemd in artikel 27 WOR alleen instellen, wijzigen of intrekken als uw OR daarmee heeft ingestemd of als de kantonrechter daarvoor vervangende toestemming geeft.

Voert uw bestuurder het besluit uit zonder instemming van uw OR, dan kunt u de nietigheid van dat besluit inroepen. Dat moet binnen één maand nadat u heeft geconstateerd dat het besluit zonder de instemming van uw OR wordt uitgevoerd of als uw bestuurder laat weten dat hij zijn voorgenomen besluit zonder de instemming van uw OR gaat uitvoeren.

Als uw OR zich wil laten bijstaan door een jurist met verstand van medezeggenschap (die bijstand is niet verplicht, maar wel aan te raden), moet uw OR de kosten daarvoor van tevoren bij uw bestuurder melden.

Procedure bij de Ondernemingskamer

Alle geschillen over de adviesprocedure komen bij de Ondernemingskamer in Amsterdam terecht. Artikel 26 WOR is in dit geval van toepassing en ook hier geldt een wettelijke termijn van één maand na het definitieve besluit van de bestuurder om in beroep te gaan bij de Ondernemingskamer.

Uw OR treedt dan op als de verzoekende partij en uw OR-voorzitter vertegenwoordigt uw OR in de procedure, maar een advocaat moet het verzoekschrift van uw OR ondertekenen. Ook in dit geval moet uw OR uw bestuurder vooraf op de hoogte brengen van de kosten van de advocaat die uw OR bijstaat.

Strijd liever om de inhoud dan om de procedure

Als uw OR naar machtsmiddelen zoals de kantonrechter of de Ondernemingskamer grijpt, zorg dan dat het over de inhoud gaat. Alleen het gelijk over de spelregels uitvechten, is niet aan te raden. Zo’n geschil zal de relatie met uw bestuurder schaden en dat werkt door in elk overleg dat u met elkaar voert.

Dat overleg moet vooral gaan over de argumenten van zowel uw OR als die van uw bestuurder, zodat u kunt toewerken naar een verstandig en afgewogen besluit. Kortom: kies voor een gerechtelijke procedure als u een inhoudelijk belang heeft. Ziet u mogelijkheden om tot een betere situatie te komen, doe uw bestuurder dan een concreet voorstel op basis van uw initiatiefrecht (artikel 23, lid 3 WOR).