In veel organisaties ontstaat vroeg of laat afstand tussen wat wordt bedacht en wat er dagelijks gebeurt. Het management verschuift naar de rol van centraal brein: daar worden plannen gemaakt, strategieën uitgedacht en processen ontworpen. De rest van de organisatie voert uit. Op papier klinkt dat logisch. In de praktijk creëert het juist afstand.
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Patrick Nijhoff, auteur van het boek ‘De Bedrijfsburn-out’ www.futurefactors.nl/debedrijfsburnout
Die afstand in de praktijk is vaak af te leiden aan één klein woord: ‘ze’. ‘Ze luisteren toch niet.’ ‘Hier vragen ze niet naar je mening.’ ‘We doen gewoon wat ze vragen.’ ‘Ze weten niet wat er hier echt speelt.’ Dat zijn geen klaagzangen, maar signalen van structurele ontkoppeling.
Als die ontkoppeling groter wordt en ‘hoofd’ (plannen, sturing) en ‘lichaam’ (dagelijkse praktijk) elkaar niet meer verstaan, ontstaat een zogenoemd organisatievacuüm. Het is een ruimte die eigenlijk niet hoort te bestaan: een soort niemandsland waar geen echte verbinding is, maar ook geen échte breuk.
En juist daarom is het zo verraderlijk. Het vult zich vanzelf met patronen, reflexen en verschijnselen die de vitaliteit van de o