Werkgever betaalt recruiter niet voor cv van kandidaat

Als een werkgever ongevraagd een cv van een geschikte kandidaat ontvangt van een werving-en-selectiebureau, betekent dit niet automatisch dat de werkgever de kandidaat niet rechtstreeks mag benaderen. Dit blijkt uit een recente uitspraak waarbij de rechter de eis tot schadevergoeding van het bureau afwees.

11 februari 2021 | Door redactie

De werkgever, een logistiek dienstverlener, had een vacature op zijn website geplaatst. Een werving-en-selectiebureau stuurde de werkgever een e-mail dat zij een geschikte kandidaat had. De werkgever liet weten interesse te hebben. Een week later mailde het bureau het cv van de kandidaat naar de werkgever en kort daarna de samenwerkingsovereenkomst met de voorwaarden. De werkgever ging niet op het voorstel in. Vervolgens ontdekte het bureau dat de werkgever de kandidaat rechtstreeks in dienst had genomen. Bij Rechtbank Gelderland vorderde het bureau een vergoeding ter hoogte van een kwart van het brutojaarsalaris van de kandidaat plus een boete, op basis van de overeenkomst en de voorwaarden van het bureau. Volgens de werkgever was er echter geen overeenkomst tot stand gekomen.

Geen overeenstemming over overeenkomst

Om te kunnen oordelen of er daadwerkelijk een overeenkomst tot stand is gekomen, moet vaststaan dat de partijen overeenstemming hebben bereikt over de hoofdzaken van die overeenkomst. Het bureau had naar het oordeel van de rechtbank niet meer gedaan dan het aanbieden van haar diensten, en de werkgever had alleen aangegeven dat hij interesse had. Daarmee hadden de partijen geen overeenstemming bereikt over de overeenkomst.
Op het voorstel voor een overeenkomst dat het bureau een week later naar de werkgever had gestuurd, was de werkgever niet ingegaan. Daarmee had de werkgever geen uitvoering gegeven aan de overeenkomst. Omdat naar het oordeel van de rechtbank geen overeenkomst tot stand was gekomen, was de werkgever geen vergoeding verschuldigd aan het bureau.

Werkgever had zich niet verrijkt

Daarnaast vorderde het bureau een schadevergoeding vanwege ongerechtvaardigde verrijking. Volgens het bureau was de werkgever ‘verrijkt’ doordat hij de voorgedragen kandidaat rechtstreeks had aangenomen zonder daarvoor een vergoeding aan het bureau te betalen. Het bureau was juist ‘verarmd’ doordat zij voor de bemiddeling geen vergoeding had ontvangen. Ook deze vordering wees de rechtbank af. Naar het oordeel van de rechtbank had het bureau een eventuele verarming aan zichzelf te danken doordat zij op eigen initiatief een dienst aan de werkgever had verleend zonder dat zij daarvoor opdracht had gekregen. Dat de werkgever de kandidaat zelf had benaderd, maakte dit oordeel niet anders. De werkwijze van het bureau – het doorsturen van een cv voordat een overeenkomst tot stand is gekomen – brengt dit risico met zich mee.
Rechtbank Gelderland, 27 januari 2021, ECLI (verkort): 599

Bijlagen bij dit bericht