Werkgevers mogen in principe zelf bepalen wie ze wel of niet aannemen. Toch geeft de gelijkebehandelingswetgeving wel grenzen aan. Deze wetgeving kunt u zien als de ondergrens waar u niet doorheen mag zakken. Dat houdt in dat u bepaalde criteria niet mag meewegen in de beslissing om iemand aan te nemen, omdat deze criteria discriminatie in de zin van de wet opleveren. Het is dus goed dat u, als HR-professional, ook zicht heeft op deze grenzen.
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Barbara Bos, eigenaar van All Aboard , trainer en adviseur op het gebied van diversiteit en inclusie, e-mail: barbara@all-aboard.nl
De gelijkebehandelingswetgeving geldt voor iedereen die onder gezag arbeid gaat verrichten. Ook stagiairs en vrijwilligers die solliciteren bij uw organisatie, vallen onder deze wettelijke bescherming.
Het werving- en selectieproces moet vanwege de gelijkebehandelingswetgeving dus discriminatievrij zijn. U mag geen ‘verboden onderscheid’ maken. Om een situatie te kunnen beoordelen op verboden onderscheid, moet er sprake zijn van (het achterwege blijven van) handelen of gedrag dat mensen uitsluit, benadeelt of kwetst.
Verboden onderscheid klinkt minder zwaar dan ‘discriminatie’, maar komt op hetzelfde neer. De term ‘verboden onderscheid’ suggereert dat er ook sprake kan zijn van toegestaan ondersch