Welke maatregelen kent de WAB voor seizoenswerk?

11 november 2019

De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) biedt op verschillende uitzonderingen voor tijdelijke krachten die werk doen dat niet het hele jaar beschikbaar is, zoals bijvoorbeeld seizoenswerkers in de agrarische sector. Wat zijn de bijzondere regels voor deze doelgroep?

De wet kent  op 3 punten bijzondere regels voor seizoenswerkers.

Transitievergoeding

Per 1 januari 2020 hebben werknemers vanaf dag 1 recht op een transitievergoeding, als hun arbeidsovereenkomst wordt beëindigd of niet wordt voortgezet op initiatief van de werkgever. Als de werkgever de seizoenswerknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst aanbiedt die binnen 6 maanden na afloop van de initiële arbeidsovereenkomst ingaat, geldt het recht op een transitievergoeding echter niet.

Uitzondering op nieuwe regels oproepkrachten

Per 1 januari 2020 moeten werkgevers oproepkrachten tijdig oproepen en kunnen oproepkrachten na 1 jaar aanspraak maken op een vast aantal uren. Voor seizoenswerknemers geldt een uitzondering op deze regels. Het moet daarbij specifiek gaan om functies die als gevolg van 'klimatologische of natuurlijke omstandigheden' hooguit 9 maanden per jaar kunnen worden uitgeoefend. Voor deze werknemers is bepaald dat in de cao afgeweken kan worden van de regels voor oproepkrachten. In de cao moet dan worden vermeld welke regels specifiek niet van toepassing zijn en voor welke functies dit geldt.

Tussenpoos ketenregeling

Met de inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) per 1 januari 2020 is het mogelijk in de cao af te wijken van de 'tussenpoos' uit de ketenbepaling. in de cao kan afgesproken worden dat de ketenbepaling bij seizoenswerk al na 3 maanden opnieuw begint, in plaats van na 6 maanden.

Naast seizoenswerk komen ook andere functies in aanmerking. Hiervoor geldt de eis dat het moet gaan om terugkerend tijdelijk werk dat ten hoogste 9 maanden kan worden verricht en niet aansluitend door dezelfde werknemer kan worden uitgeoefend, gedurende een periode van meer dan 9 maanden per jaar. Denk hierbij bijvoorbeeld aan functies in de culturele sector (afhankelijk van het theaterseizoen). De cao-partijen moeten uiteindelijk bepalen welke specifieke functies in aanmerking komen.