Wat is het effect van de strengere handhaving van de Wet DBA?

10 juni 2020

Ik heb vernomen dat de wet DBA sinds 1 januari 2020 strenger gehandhaafd wordt. Wat brengt dat in de praktijk met zich mee?

De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) schafte per 1 mei 2016 de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) af. Vanwege de vele kritiek op de voorstellen voor de opvolger van die VAR wordt de Wet DBA tot nu toe alleen gehandhaafd als er sprake is van kwaadwillendheid. Wat die kwaadwillendheid inhoudt, is door de jaren heen echter wel veranderd.

Tot 1 juli 2018 werden namelijk alleen de grootste overtreders aangepakt: werkgevers die opzettelijk een situatie van overduidelijke schijnzelfstandigheid laten voortbestaan om daarmee voordeel te behalen: malafide werkgevers dus, die bewust probeerden om onder dienstbetrekkingen en de bijbehorende verplichtingen uit te komen.

Definitie van kwaadwillendheid

Per 1 juli 2018 is de definitie van kwaadwillendheid iets minder strikt. Vanaf die datum is een werkgever kwaadwillend als de Belastingdienst kan bewijzen dat hij voldoet aan 3 voorwaarden:

  • Er is een (fictieve) dienstbetrekking.
  • Er is sprake van overduidelijke schijnzelfstandigheid.
  • Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.

Met andere woorden: het is duidelijk dat er eigenlijk sprake is van een dienstbetrekking, maar de werkgever doet niks met die informatie en laat de schijnzelfstandigheid voortduren.

Wijziging in de handhaving

Per 1 januari 2020 is er opnieuw een wijziging in de handhaving: de controle wordt verscherpt. De fiscus kan daardoor bij een controle ook kijken naar de arbeidsrelaties. Als hij vindt dat een bepaalde arbeidsrelatie een (fictieve) dienstbetrekking is, terwijl de werknemer wordt aangemerkt als zelfstandige, geeft de inspecteur aan waar het misgaat.

De werkgever krijgt vervolgens een aantal maanden de tijd om dat op te lossen: dat kan door de werknemer toch in loondienst of fictieve dienstbetrekking te nemen of de arbeidsrelatie verder te verduidelijken.