Fictief dienstverband gelijkgestelde niet in ere hersteld

Het blijft voorlopig mogelijk om de fictieve dienstbetrekkingen voor thuiswerkers en gelijkgestelden en de artiestenregeling uit te sluiten. Demissionair minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft laten weten dat deze regelingen niet opnieuw verplicht worden.

28 juni 2017 | Door redactie

Sinds de invoering van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) kan de fictieve dienstbetrekking voor thuiswerkers en gelijkgestelden en de artiestenregeling uitgesloten worden in een overeenkomst tussen een opdrachtgever en opdrachtnemer. Dat betekent dat de betreffende medewerkers niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. In de praktijk komt dit veel voor, omdat opdrachtgevers bij deze drie groepen opdrachtnemers liever geen gebruik maken van de fictieve dienstbetrekking.

Kamervragen over inkomenszekerheid

Volgens verschillende partijen in de Tweede Kamer zijn deze groepen opdrachtnemers door de mogelijkheid om de fictieve dienstbetrekking uit te sluiten, een heel stuk minder zeker van hun inkomen. Zij hebben immers geen vangnet in de vorm van de werknemersverzekeringen. Daarom wilden de partijen dat minister Asscher dit besluit zou terugdraaien.
Vóór de invoering van de Wet DBA kon de fictieve dienstbetrekking voor gelijkgestelden en thuiswerkers niet worden omzeild. De artiestenregeling kon alleen uitgesloten worden met een VAR-wuo of VAR-dga.

Geen reden voor stappen

In een brief aan de Eerste Kamer (pdf) geeft Asscher aan dat hij die achteruitgang qua inkomenszekerheid geen reden vindt om – vooruitlopend op de herziening van de wet DBA – de fictieve dienstbetrekking voor thuiswerkers en gelijkgestelden en de artiestenregeling weer verplicht te stellen. Volgens hem kunnen opdrachtgevers en –nemers daar zelf onderling overeenstemming over bereiken.