Billijke vergoeding kan hoog uitvallen

Komt ontbinding van een arbeidsovereenkomst tot stand door ernstig verwijtbaar gedrag van de werkgever, dan heeft een rechter de mogelijkheid om naast de transitievergoeding een billijke vergoeding toe te kennen. Deze kan hoog uitvallen, zo blijkt uit een zaak bij de kantonrechter te Rotterdam.

30 oktober 2015 | Door redactie

De kantonrechter oordeelde dat een werkgever een billijke vergoeding van bruto € 50.000 moest betalen aan een werkneemster tegenover wie hij zich stelselmatig zou hebben misdragen. Deze aanvullende vergoeding kwam bovenop een transitievergoeding (e-learning) van ruim € 16.000. Het hoge bedrag van de billijke vergoeding baseerde de rechter op de (pensioen)inkomsten die de werkneemster misliep vanwege haar contractontbinding.

Werkneemster benadert zelf kantonrechter

De 63-jarige werkneemster was zelf naar het gerecht gestapt voor de ontbinding van haar contract. Ze was gedeeltelijk arbeidsongeschikt geraakt en kon om die reden minder arbeidsuren maken. Sinds die urenwijziging maakte de werkgever het leven van de werkneemster zuur door haar onder meer midden op de werkvloer te kleineren met bewoordingen als ‘ik treiter jou er wel uit’. Ook verzuimde de werkgever om aan re-integratieverplichtingen (tool) te voldoen. Omdat de rechter dit gedrag als ernstig verwijtbaar beschouwde, accepteerde hij het verzoek tot ontbinding. Zodoende moest de werkgever op de blaren zitten, al was het ‘eruit treiteren’ hem wel gelukt.

Geen vaste formule voor hoogte billijke vergoeding

Sinds 1 juli 2015 kunnen rechters bepalen dat werkgevers bij ontslag een billijke vergoeding moeten betalen als zij ernstig nalatig of verwijtbaar hebben gehandeld. Deze mogelijkheid bestaat omdat in de transitievergoeding de schuld van de werkgever niet wordt meegewogen. Rechters mogen de hoogte van de billijke vergoeding naar eigen inzicht vaststellen. In bovenstaande zaak speelde de inkomensschade een rol, maar ook andere omstandigheden kunnen van invloed zijn.