Geen transitievergoeding bij nalatigheid

Bij nalatig of ernstig verwijtbaar handelen van een medewerker hoeft een werkgever bij ontslag geen of een lagere transitievergoeding te betalen. Dit blijkt uit de Wet werk en zekerheid die bij de Tweede Kamer is ingediend. Van nalatigheid of ernstige verwijtbaarheid is bijvoorbeeld sprake bij diefstal, bedrog of als de medewerker structureel de controlevoorschriften bij ziekte niet opvolgt.

9 december 2013 | Door redactie

Zoals u heeft kunnen lezen in het bericht ‘Ook bij tijdelijk contract transitievergoeding’ heeft iedere medewerker na twee jaar dienstverband bij ontslag in principe recht op een transitievergoeding. Geen of een lagere transitievergoeding is verschuldigd bij nalatig of ernstig verwijtbaar handelen van de medewerker. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de medewerker het vertrouwen van zijn werkgever heeft beschaamd omdat hij:

  • zich schuldig maakt aan diefstal, verduistering, bedrog of andere misdrijven;
  • de gedragsregels van de organisatie schendt of geld leent uit de bedrijfskas;
  • de controlevoorschriften bij ziekte herhaaldelijk – zelfs na loonopschorting – aan zijn laars lapt en hiervoor geen gegronde reden heeft;
  • de bedrijfsvoering belemmert door veelvuldig zonder goede reden te laat op het werk te verschijnen;
  • zijn prestaties of productiecijfers gunstiger voorstelt dan ze zijn.

Geen transitievergoeding bij weigering contractverlenging

Een medewerker die na een dienstverband van twee jaar contractverlenging krijgt aangeboden maar verlenging weigert, heeft straks ook geen recht op een transitievergoeding. Hetzelfde geldt voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. De werkgever en de werknemer kunnen in de vaststellingsovereenkomst wel zelf afspraken maken over een eventuele vergoeding bij ontslag.