Is Wet werk en zekerheid een farce?

Arbeidsrechtadvocaten hebben forse kritiek geuit op de Wet werk en zekerheid (WWZ). Volgens de advocaten heeft het nieuwe ontslagrecht een tegengesteld effect.

15 december 2015 | Door redactie

Uit een enquête die Nieuwsuur hield onder de Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland (VAAN) blijkt dat arbeidsrechtadvocaten niet te spreken zijn over de Wet werk en zekerheid (WWZ). Hoewel het doel van de wet is om werknemers met een tijdelijk contract meer werkzekerheid te bieden, blijkt in de praktijk dat werkgevers hun werknemers juist eerder op straat zetten. Dit geldt vooral voor laagopgeleide werknemers, omdat zij makkelijker te vervangen zijn. Hoogopgeleide werknemers hebben vaak een functie die meer inwerktijd vergt, waardoor zij een grotere kans hebben op een vast contract. Dit zorgt voor een tweedeling op de arbeidsmarkt.

Werkgevers proberen transitievergoeding te ontlopen

Een groot deel van de werkgevers probeert ook de transitievergoeding (tool) te ontlopen door werknemers een dienstverband van korter dan 24 maanden aan te bieden. Sinds 1 juli 2015 moeten werkgevers immers een transitievergoeding betalen als zij een tijdelijk contract na minimaal twee jaar dienstverband niet verlengen. Werkgevers lossen dit op door werknemers bijvoorbeeld tijdelijke contracten met een totale duur van 23 maanden te geven.

Asscher wil WWZ voorlopig niet aanpassen

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ziet het niet zitten om de wet nu al aan te passen. Hij geeft aan dat werkgevers in het sociaal akkoord hebben toegezegd meer werknemers een vast contract te bieden. Volgens de minister dragen zij hier dan ook zelf de verantwoordelijkheid voor. In 2018 vindt een evaluatie van de wet plaats: als dan blijkt dat werkgevers deze verantwoordelijkheid niet nemen, wordt de wet aangescherpt.