Werknemer betaalt straks helft van WW-premie

Het plan om werknemers per 2016 te laten bijdragen aan de helft van de WW-premie ligt weer op tafel. Met de premie moeten naast de WW-uitkeringen, ook regionale adviescentra worden gefinancierd die werkzoekenden aan een nieuwe baan helpen. Dit staat in het advies dat de Sociaal Economische Raad (SER) onlangs heeft uitgebracht.

23 februari 2015 | Door redactie

Het SER-advies (pdf) is een uitwerking van de plannen die de sociale partners in 2013 in het sociaal akkoord maakten. Het laten meebetalen van werknemers aan de WW is enerzijds nodig om alle toekomstige werkloosheidsuitkeringen te financieren en anderzijds om adviescentra te kunnen oprichten voor scholing van werkzoekenden en de bemiddeling naar nieuw werk. Als het aan de SER ligt, komen er 35 regionale adviescentra die een aanvulling moeten zijn op de diensten die UWV aanbiedt. De focus komt hierdoor te liggen op het voorkomen van werkloosheid.
De invoering van de WW-premie voor werknemers moet wel lastenneutraal zijn. Dit betekent dat werknemers gecompenseerd worden als zij negatieve gevolgen ondervinden van hun bijdrage aan de WW-premie.

Aanvullende werkloosheidsverzekering in het derde jaar

In het advies gaat de SER ook in op de financiering van het derde jaar van de WW-uitkering onder de Wet werk en zekerheid (WWZ). In deze wet is immers afgesproken dat per 1 januari 2016 de maximale duur van de WW-uitkering wordt verkort van 38 naar 24 maanden. Sociale partners kunnen voor het derde jaar zelf afspraken maken in de cao over een aanvullende werkloosheidsverzekering. De SER adviseert om deze verzekeringen te laten uitvoeren door een instelling als UWV of de Sociale Verzekeringsbank. Voor de financiering van het derde jaar zou dan weer een aparte uniforme premie of cao-sectorspecifieke premie moeten komen.