Mkb wil per gemeente plafond lokale lasten

De lokale lasten voor ondernemers stijgen dit jaar minder hard dan volgens landelijke afspraken zou mogen. Maar dat alle gemeenten samen gemiddeld onder de landelijke norm blijven, betekent nog niet dat de belastingen overal gematigd stijgen, klaagt ondernemersvereniging MKB-Nederland.

4 april 2017 | Door redactie

Elk jaar berekent het Coelo, een onderzoeksinstituut van de Rijksuniversiteit Groningen, hoe de lokale lasten zich ontwikkelen. Daarbij gaat veel aandacht uit naar de onroerendezaakbelasting (OZB). Dat is één van de laatste belastingen waar gemeenten zelf over mogen beslissen en die wordt dus soms nog wel eens aangewend om een gat in de begroting (tool) te dichten.

Landelijk plafond aan stijging OZB

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Rijksoverheid hebben een zogeheten macronorm afgesproken voor de OZB. Dat wil zeggen dat de OZB van alle gemeenten samen gemiddeld niet meer mag stijgen dan een bepaald percentage. Voor 2017 is dat 1,97%. Volgens het rapport van Coelo (pdf) blijven de gemeenten daar onder. Er wordt € 11 miljoen minder opgehaald dan volgens de macronorm zou mogen. Volgens Coelo verlagen 125 gemeenten het OZB-tarief dit jaar in vergelijking met vorig jaar.
MKB-Nederland staat desondanks niet te juichen. De organisatie wijst erop dat ondernemers in een aantal gemeenten tot wel tientallen procenten meer moeten aftikken aan OZB. Ofwel: het zoveelste bewijs dat de macronorm geen enkele disciplinerende werking heeft op individuele gemeenten, aldus MKB-Nederland.
De belangenvereniging pleit daarom voor een ‘micro-norm’. Dan is niet het landelijk gemiddelde het uitgangspunt, maar geldt er voor elke gemeente afzonderlijk een plafond. De OZB zou dan jaarlijks niet meer mogen stijgen dan de inflatie.

Productiebedrijf ziet lokale lasten flink oplopen

Coelo heeft ook berekeningen gemaakt voor een aantal standaardondernemingen, om te laten zien hoe de lokale lasten uitwerken in verschillende bedrijfstakken. De gekozen standaardbedrijven betalen geen opcenten aan de provincie, vandaar dat alleen de gemeente en het waterschap zijn opgenomen in de tabel.

Decentrale lasten