Vooruitbetaalde hypotheekrente na overlijden aftrekbaar

Als een belastingplichtige hypotheekrente vooruit betaalt en daarna overlijdt, is het volledige bedrag aan rente aftrekbaar. En dus niet alleen maar het bedrag tot aan de overlijdensdatum. Dat heeft de Hoge Raad bepaald.

2 februari 2021 | Door redactie

In dit geval ging het om een belastingplichtige die de volledige hypotheekrente voor 2014 al op 4 januari vooruit had betaald. Dat was ook de dag dat zij overleed. Haar erfgenamen namen de € 8.750 aan vooruitbetaalde rente als aftrekpost op in de aangifte inkomstenbelasting (tool) over 2014. Zo kwamen zij op een negatief inkomen van ruim € 6.200.

Hypotheek geen ‘eigenwoningschuld’ meer?

De inspecteur ging niet akkoord met die aftrekpost. Volgens hem was het deel van de vooruitbetaalde hypotheekrente ná 4 januari niet meer aftrekbaar. Dat was ook de conclusie van het gerechtshof in Den Bosch. Het hof redeneerde namelijk dat de hypotheek na het overlijden geen ‘eigenwoningschuld’ meer was, omdat het huis niet meer voldeed aan de wettelijke vereisten om een eigen woning te zijn.
Vervolgens belandde de zaak bij de Hoge Raad. De hoogste rechter van ons land kwam tot een andere conclusie dan het hof. De Hoge Raad verwees eerst naar artikel 3:147 van de Wet op de inkomstenbelasting. Dat artikel stelt dat ‘eigenwoningrente’ in principe aftrekbaar is op het moment dat die rente is betaald of verrekend. Dat zou in dit geval dus op 4 januari zijn.

Beperking aftrek vooruitbetaalde hypotheekrente

Maar eerst moest de Hoge Raad nog de vraag beantwoorden of de vooruitbetaling op 4 januari wel voldeed aan de eisen om ‘eigenwoningrente’ te zijn. De wet kent namelijk wel een paar beperkingen voor de aftrek van vooruitbetaalde rente, om oneigenlijk gebruik tegen te gaan. Zo is een vooruitbetaling van een rentetermijn die meer dan 1,5 jaar verderop in de tijd ligt niet meer aftrekbaar.
De Hoge Raad zag in dit geval echter geen aanknopingspunten om de aftrek te beperken. Volgens het rechtscollege bracht ‘een redelijke wetstoepassing’ met zich mee dat de volledige vooruitbetaalde rente in één keer aftrekbaar was. Dit omdat de woning en de schuld tot het moment van overlijden wel degelijk ‘een eigen woning en een eigenwoningschuld vormden’. De aftrekpost bleef dus in stand.
Hoge Raad, 29 januari 2021, ECLI (verkort): 126