CBM-advies over draagvlak voor OR-kandidaat

De Commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM) adviseert minister Asscher van SZW over de afschaffing van de handtekeningenvereiste. Volgens de CBM moeten ondernemingsraden en bestuurders zelf kijken hoe zij ervoor zorgen dat kandidaat OR-leden draagvlak hebben bij de achterban.

5 december 2013 | Door redactie

Minister Asscher vroeg de Commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM) eerder dit jaar om zich te buigen over de afschaffing van de handtekeningenvereiste. Door het wegvallen van die plicht hoeven werknemers – die geen lid zijn van de vakbond – geen handtekeningen meer te verzamelen om zichzelf verkiesbaar te stellen voor de OR. Als er bij OR-verkiezingen maar net voldoende of te weinig kandidaten zijn, dan komen zij dus automatisch in de OR. Ook als zij geen enkel draagvlak hebben bij de achterban. En dat is onwenselijk. De CBM stuurde hierover onlangs een adviesbrief naar de minister. In die brief staat dat de CBM aan minister Asscher adviseert om bij een volgende wijziging van de WOR nog eens goed te kijken naar dit voordrachtsprincipe. 

Afspraken over draagvlak opnemen in OR-reglement

Verder schrijft de CBM in haar brief dat er voor het goed functioneren van een OR draagvlak nodig is vanuit de achterban. De CBM adviseert daarom dat het creëren van draagvlak voor OR-kandidaten op de vrije lijst het beste kan gebeuren op decentraal niveau. Dat moet niet dwingend in de wet staan. Volgens de commissie is het aan bestuurders en OR’en om samen te kijken naar passende oplossingen. De afspraken over het realiseren van draagvlak voor kandidaat OR-leden, kunnen ze opnemen in het eigen OR-reglement. De CBM merkt overigens op dat die bepalingen over draagvlak in het reglement niet in strijd mogen zijn met de wet. Het is dus niet mogelijk om officiële voordrachtseisen op te nemen in uw reglement.