De OR heeft altijd bevoegdheden

In de Wet op de ondernemingsraden staat welke bevoegdheden een OR heeft en in welke situaties. Veel raden concentreren zich daarbij op het adviesrecht of instemmingsrecht en denken dat ze met lege handen staan als die rechten niet van toepassingen zijn. De OR heeft echter altijd bevoegdheden en kan dus altijd actie ondernemen.

9 juni 2017 | Door redactie

Veel ondernemingsraden doen zichzelf tekort door te denken dat ze alleen actie kunnen ondernemen in situaties waarop het adviesrecht (tools) of instemmingsrecht (tools) van toepassing is. De OR heeft echter veel meer bevoegdheden: het overlegrecht, inclusief het initiatiefrecht en informatierecht. Deze bevoegdheden bieden de OR de mogelijkheid om zich ook uit te spreken in situaties waarop het adviesrecht en instemmingsrecht niet van toepassing zijn. Ook in die gevallen kan een OR dus een mening geven en proberen een besluit van de bestuurder te beinvloeden. Het is in zo'n geval wel van belang om te achterhalen wanneer de bestuurder het besluit zal nemen, zodat de OR voor die tijd in actie kan komen.

WOR geeft OR verschillende bevoegdheden

Artikel 23, 24 en 31 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) geven de OR de nodige bevoegdheden. Artikel 24 geeft de OR bijvoorbeeld recht op informatie over de algemene gang van zaken binnen de organisatie. Daarnaast moet de bestuurder de ondernemingsraad volgens artikel 31 lid 1 (Verplichte inlichtingen) alle informatie verstrekken die de raad nodig heeft voor de uitvoering van het OR-werk. Met de juiste informatie kan de OR achterhalen wat er nu precies aan de hand is. Vervolgens kan de OR de situatie volgens artikel 23 lid 2 (Overlegrecht, inclusief initiatiefrecht) ter discussie stellen in een vergadering. Deze vergadering moet binnen twee weken na de uitnodiging voor de vergadering plaatsvinden. Een slimme OR betrekt zijn achterban bij het punt dat ter discussie staat. De bestuurder moet de ideeën van de OR namelijk wel serieus nemen als er een groot draagvlak voor is.

OR polst achterban over benoeming psychiater

Bij verslavingszorginstelling Novadic Kentron speelt momenteel een situatie waarin de OR geen adviesrecht of instemmingsrecht heeft. De organisatie wil een psychiater benoemen die eerder is veroordeeld voor het bezit van kinderporno. De bestuurder vroeg naar de mening van de OR en de cliëntenraad. Alle OR-leden gaven aan negatief te staan tegenover de benoeming van de psychiater. Een beslissing is nog niet gevallen, maar de OR zit in de tussentijd niet stil; een contactpersoon van de OR polst per afdeling of de werknemers de mening van de OR unaniem delen. De OR kan de uitkomst met de bestuurder delen om zo zijn besluit te beïnvloeden.

OR heeft bijna altijd adviesrecht

De OR van de verslavingszorginstelling beperkt zich dus niet tot de plicht van de bestuurder om de OR om advies te vragen zoals artikel 25 (in bepaalde gevallen) regelt maar maakt gebruik van het adviesrecht zoals geregeld in artikel 23 lid 3 en dat bijna altijd van toepassing is. Doet de OR een beroep op artikel 23 lid 3 en adviseert ongevraagd, dan moet de bestuurder zo spoedig mogelijk met de OR over het advies van gedachten wisselen en vervolgens schriftelijk en beargumenteerd laten weten wat hij op dat advies besluit. 

Bijlagen bij dit bericht

Informatierecht van de OR
E-learning | VideoCollege 12 minuten