Instellingsgrens OR blijft 50 werknemers

De instellingsgrens voor ondernemingsraden van 50 werknemers blijft behouden. Tweede Kamerlid Ziengs (VVD) had eerder voorgesteld om de instellingsgrens te verhogen van 50 naar 100 werknemers. Uit een brief die minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer heeft gestuurd, blijkt dat hij de meerwaarde van een OR belangrijker vindt dan een mogelijke kostenbesparing.

20 juni 2012 | Door redactie

In het bericht ‘Kamerlid wil instellingsgrens OR verhogen’ kon u eerder al lezen over het idee van het Tweede Kamerlid om de regels voor het oprichten van een OR aan te passen. Minister Kamp reageerde via een brief (pdf) aan de Tweede Kamer op de vraag van Ziengs, die het Tweede Kamerlid overigens via de vaste commissie van Economische Zaken stelde. Hieruit blijkt dat een organisatie per OR-lid ongeveer € 2.000 per jaar kwijt is om te voldoen aan de nalevingskosten van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Ook al zou de grens omhoog gaan, volgens Europese regels moet er nog steeds een vorm van medezeggenschap zijn bij organisaties met 50 tot 100 werknemers.

Bestuurder en werknemer zien meerwaarde

De minister geeft wel aan dat met de verhoging van de instellingsgrens zo’n € 30 miljoen kan worden bespaard. Toch vindt hij die besparing niet opwegen tegen de toegevoegde waarde van een ondernemingsraad. Een OR helpt bij het functioneren van een onderneming en zowel de bestuurder als de werknemers zien de meerwaarde ervan in. In het bericht ‘OR heeft positief economisch effect’ las u al over de economische meerwaarde van de OR. Aangezien ook de sociale partners geen behoefte lijken te hebben aan een wijziging van de instellingsgrens zal deze gewoon op 50 werknemers blijven.