Instemmingsrecht bij pensioenregeling versterkt

Het instemmingsrecht van OR’en bij pensioenregelingen moet eenvoudiger en duidelijker. Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) wil daarom het eerste lid van artikel 27 Wet op de ondernemingsraden (WOR) aanpassen, zodat OR’en bij alle soorten pensioenuitvoerders instemmingsrecht krijgen. Nu geldt het instemmingsrecht in het eerste lid alleen in het geval van een pensioenverzekeraar of een ppi.

22 januari 2014 | Door redactie

Staatssecretaris Klijnsma van SZW benoemt haar conclusies over het instemmingsrecht van de OR bij pensioenregelingen in een brief aan de Tweede Kamer:

  • Het instemmingsrecht over pensioenregelingen moet eenvoudiger. Het instemmingsrecht in de WOR is nu nog afhankelijk van het soort pensioenuitvoerder waarbij de organisatie zijn pensioenregeling heeft ondergebracht. Dit onderscheid moet komen te vervallen.
  • Het instemmingsrecht uit artikel 27 lid 1a WOR geldt nu alleen bij een voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van een pensioenregeling die wordt uitgevoerd door een pensioenverzekeraar of een premiepensioeninstelling (ppi). Door deze specificatie algemeen te maken, is het instemmingsrecht straks van toepassing bij elk soort pensioenuitvoerder.
  • Er is geen aanleiding om de medezeggenschap op het gebied van de uitvoeringsovereenkomsten aan te passen.

Er moet een wijziging van de WOR komen om de aanpassing op het instemmingsrecht door te voeren. De Sociaal-Economische Raad (SER) brengt hierover advies uit.

Onderscheid naar pensioenuitvoerder bij instemmingsrecht opheffen

Volgens de staatssecretaris heeft het instemmingsrecht van de OR betrekking op de inhoud van de pensioenregeling. Een deelnemersraad van een pensioenfonds heeft adviesrecht over onderwerpen zoals de statuten, de reglementen en het eventueel verlagen van de pensioenaanspraken. Omdat er onder de Pensioenwet geen overlap meer is tussen de OR en de deelnemersraad, is het mogelijk om het onderscheid van het instemmingsrecht naar het soort pensioenuitvoerder op te heffen. Ook de verschillende termen in de WOR maken de regels ingewikkeld. In lid 1a gaat het namelijk over de pensioenregeling en in lid 7 over de pensioenovereenkomst. In beide gevallen gaat het om de collectieve regeling.

Verwijzing naar de Code Rechtstreeks verzekerde regelingen

Op grond van de Principes voor goed pensioenbestuur mag de OR advies uitbrengen over de (verlenging) van de uitvoeringsovereenkomst met een pensioenverzekeraar of ppi en over het niveau van serviceverlening. Per 1 juli 2014 worden deze Principes vervangen door de Code rechtstreeks verzekerde regelingen (pdf). Daarmee blijven de rechten voor de OR hetzelfde. De werkgever is volgens de Pensioenwet verplicht om een uitvoeringsovereenkomst met de pensioenuitvoerder af te sluiten; de werknemer is hierbij geen partij. Daarom is er op het gebied van de uitvoeringsovereenkomst geen aanpassing nodig. Het is wel duidelijker als er in de WOR een verwijzing naar de Code Rechtstreeks verzekerde regelingen wordt opgenomen.