Ontheffing van OR-plicht is soms mogelijk

8 juli 2024 | Door redactie

Organisaties met 50 of meer werknemers moeten een ondernemingsraad (OR) hebben. Dit is wettelijk verplicht. In sommige situaties is de medezeggenschap anders geregeld en kan de bestuurder tijdelijk ontheffing aanvragen van de OR-plicht.

In artikel 2, lid 1 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) staat dat organisaties vanaf 50 werknemers een OR moeten instellen (toolbox). De WOR houdt er echter ook rekening mee dat in bepaalde situaties het instelling van een OR niet zinvol is (artikel 5 WOR). De bestuurder kan in dat geval een verzoekschrift voor ontheffing van de OR-instellingsplicht indienen bij de Sociaal-Economische Raad (SER). De SER beoordeelt de aanvraag en kan de bestuurder tijdelijk ontheffing verlenen.

Ontheffing OR-plicht alleen in uitzonderlijke situaties

De SER geeft niet zomaar een vrijstelling voor het instellen van een OR. De bestuurder zal dus met goede argumenten moeten komen en moeten aantonen dat de medezeggenschap op een andere manier goed geregeld is. Dat er al een andere vorm van overleg bestaat of dat werknemers weinig belangstelling hebben voor een OR, is in ieder geval geen goed argument voor een vrijstelling van de instellingsplicht. Wat wel een goede reden kan zijn, is bijvoorbeeld dat de hoogste zeggenschap in de organisatie al bij de werknemers zelf ligt, wat arbeiderszelfbestuur wordt genoemd.

De bestuurder doet er goed aan om vooraf telefonisch contact op te nemen met het secretariaat van de SER (070 349 95 63). Als zijn aanvraag kans van slagen heeft, kan hij het beoordelingsformulier invullen.

Enquête onder werknemers

De mening van de werknemers weegt zwaar mee in de beoordeling van de SER. Deze mening moet blijken uit de uitslag van een enquête onder de werknemers, waarin zij zich uitspreken over twee vragen:

  1. Vindt de werknemer de huidige manier van medezeggenschap bij de besluitvorming een goed alternatief voor medezeggenschap via een OR?
  2. Steunt de werknemer het verzoek om ontheffing?

Medezeggenschap moet goed geregeld zijn, ook zonder OR

De bestuurder moet het ontheffingsverzoek goed beargumenteren. In het verzoekschrift moet de bestuurder in ieder geval duidelijk beschrijven:

  • hoe de medezeggenschap in de organisatie geregeld is;
  • welke bijzondere omstandigheden een ontheffing rechtvaardigen;
  • of de werknemers achter het ontheffingsverzoek staan – dit moet blijken uit de enquête;
  • de statuten van de onderneming, waaruit blijkt dat de medezeggenschap zo geregeld is dat deze in de praktijk niet onderdoet voor de bepalingen in de WOR.

Maximaal vijf jaar

De Commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM) van de SER zal de aanvraag vervolgens beoordelen. De CBM zal ook bij de betrokken vakbonden informeren of zij bezwaar hebben tegen de aangevraagde ontheffing van de OR-plicht. Als dat niet het geval is, adviseert de CBM het Dagelijks Bestuur van de SER, die uiteindelijk beslist of het verzoek wordt gehonoreerd. Een ontheffing geldt altijd voor maximaal vijf jaar; een kortere termijn is dus ook mogelijk. Hierna kan de bestuurder eventueel een nieuw ontheffingsverzoek indienen en begint de procedure weer van voor af aan.