Werknemers moeten zich eerst kandidaat stellen en door de werknemers worden gekozen om toe te kunnen treden tot de ondernemingsraad (OR). Zijn er te weinig of net genoeg OR-kandidaten, dan is kandidaatstelling al voldoende. Maar hoe zit het met het beëindigen van dat lidmaatschap en wat zijn de mogelijkheden als één van de OR-leden er een potje van maakt en de overige leden tot last is? Daarover gaan de artikelen 12 en 13 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR).
Het principe van de WOR is dat de OR-leden worden gekozen voor de duur van de zittingsperiode van de OR. De standaard zittingsperiode volgens de WOR is 3 jaar, maar de WOR biedt ook ruimte om hiervan af te wijken. Zo kan de OR ook kiezen voor een zittingsduur van 2 of 4 jaar. In dat laatste geval heeft de OR ook de mogelijkheid om elke 2 jaar de helft van de OR te laten aftreden, zodat alle leden in principe 4 jaar ‘zitten’. De OR moet in zijn reglement de zittingsperiode vastleggen, zodat hier geen onduidelijkheid over bestaat.
Niet alle OR-leden zullen de hele zittingsperiode 'vol' maken. Vertrek uit de organisatie betekent het einde van het OR-lidmaatschap. Maar bijvoorbeeld oo