VERDIEPINGSARTIKEL

Artikel 27 WOR: OR heeft beperkt vetorecht bij instemmingsplichtige besluiten

Meestal moet uw OR zijn uiterste best doen om door de bestuurder voorgenomen besluiten te veranderen of misschien zelfs te voorkomen. Gelukkig heeft uw OR bij sommige besluiten instemmingsrecht. Als uw OR daar niet mee instemt, gebeurt het in principe ook niet! Artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) behandelt dit recht en geeft tevens aan in welke gevallen het van toepassing is. Alle reden om dit artikel eens onder de loep te nemen.


2 november 2020 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Het instemmingsrecht van de OR beperkt zich in principe tot de onderwerpen die zijn opgesomd in lid 1 van artikel 27 WOR. Instemmingsplichtige regelingen hebben meestal betrekking op onderdelen van het sociaal beleid van uw organisatie. Zo valt bijvoorbeeld een regeling over de compensatie van studiekosten wel onder uw instemmingsrecht, maar overige onkostenvergoedingen niet. Een regeling op het gebied van personeelsopleiding wordt namelijk uitdrukkelijk genoemd in lid 1k; overige onkostenregelingen niet.

Uw instemmingsrecht is geen absoluut vetorecht. Op grond van andere wetten en de cao heeft uw OR in een beperkt aantal gevallen overeenstemmingsrecht. Daarbij betekent uw ‘nee’ ook definitief ‘nee’.

Overeenstemmingsrecht niet in de WOR

Het overeenstemmingsrecht van de OR is een belangrijke bevoegdheid. Het is namelijk een absoluut vetorecht; zonder overeenstemming met uw OR kan uw bestuurder geen kant op.

 

Maatwerkregeling

Het overeenstemmingsrecht staat niet in de WOR, maar in andere wetten. Onder andere in artikel 14 van de Arbowet, de maatwerkregeling aanvullende deskundige bijstand bij specifieke taken op het gebied van preventie en bescherming.

 

Volgens dit artikel mag uw bestuurder zich – in plaats van door vier externe arbodeskundigen – ook alleen laten bijstaan door een bedrijfsarts die over de juiste deskundigheid beschikt, mits hij hierover overeenstemming heeft bereikt met uw OR. Anders valt hij onder de vangnetregeling en moet hij een arbodienst inschakelen. Bij het inschakelen van de arbodienst heeft uw OR dan weer instemmingsrecht (artikel 27, lid 1d WOR).

Wat is een 'regeling' volgens de WOR?

Met ‘regeling’ (soms ‘systeem’ of ‘procedure’ genoemd) wordt in de Wet op de ondernemingsraden bedoeld: besluiten die van toepassing zijn op één of meer groepen werknemers in de organisatie. Ook flexwerkers en sollicitanten vallen hieronder.

Een individueel besluit is dus geen regeling, hooguit de toepassing van een bestaande regeling. In de aanhef van lid 1 staat dat het moet gaan om het invoeren, wijzigen of intrekken van een regeling. De regeling hoeft niet op schrift te staan. Ook vaste gedragingen (“Zo doen wij dat hier”) wijzen op een regeling.

Cao beperkt de instemmingsbevoegdheid

Veel regelingen die betrekking hebben op het personeelsbeleid zijn vastgelegd in de cao. In lid 3 van artikel 27 staat dat de regeling die in de cao is vastgelegd voorgaat op het instemmingsrecht van de OR. De cao kan uw instemmingsbevoegdheid dus beperken. Dat is in feite logisch, want uw bestuurder mag niet zomaar afwijken van een cao-bepaling, tenzij de cao dat uitdrukkelijk bepaalt.

Uw instemmingsrecht hangt dus af van de ruimte die uw bestuurder volgens de cao heeft om zelf te beslissen over regelingen. Datzelfde geldt voor uw instemmingsrecht op pensioenregelingen: is deelname aan het bedrijfstakpensioenfonds verplicht, dan vervalt uw instemmingsrecht.

Cao breidt instemmingsbevoegdheid uit

Anderzijds kan de cao uw instemmingsrechten ook uitbreiden. Dit staat in artikel 32 WOR. Raadpleeg daarom altijd uw cao om na te gaan of uw OR instemmingsrecht heeft bij een voorgenomen besluit. Uw OR kan ook extra instemmingsrecht krijgen via andere wetten, zoals de Arbowet (zie kader op de pagina hiernaast). Of door hierover schriftelijke afspraken te maken met de bestuurder (convenant).

Aankondiging advies- of instemmingsverzoeken

Als uw bestuurder verwacht dat hij binnenkort advies- of instemmingsverzoeken zal indienen bij uw OR, moet hij dit aankondigen in de halfjaarlijkse overlegvergadering over de algemene gang van zaken (artikel 24 WOR). Hij moet uw OR namelijk voldoende gelegenheid geven om u hierop voor te bereiden.

Als de (nieuwe of te wijzigen) regeling in concept klaar is, moet hij deze schriftelijk ter instemming voorleggen aan uw OR. Uiteraard moet uit het verzoek duidelijk blijken waarover en waarom uw instemming wordt gevraagd. Ook de gevolgen die de invoering, wijziging of intrekking van de regeling heeft voor uw achterban moeten duidelijk zijn omschreven.

Overleg over de instemmingsaanvraag

Nadat uw OR de instemmingsaanvraag heeft bestudeerd, volgt ten minste één overlegvergadering waarin u de voorgenomen regeling met uw bestuurder bespreekt. Wil uw OR bepaalde aspecten van de regeling wijzigen, dan is dit het moment om dit met uw bestuurder te overleggen. Daarna moet uw OR de bestuurder schriftelijk en met een goede onderbouwing laten weten of u de gevraagde instemming al of niet geeft.

Vervolgens informeert de bestuurder uw OR zo snel mogelijk schriftelijk over zijn definitieve besluit en de geplande datum van invoering.

Inspraak bij primaire arbeidsvoorwaarden

Uw OR heeft geen instemmingsrecht bij de beloning en de duur van de arbeidstijd van uw achterban. Ook niet als er geen cao voor uw organisatie van kracht is. Veel werkgevers willen toch graag met de OR onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden. Gaat uw OR akkoord, dan legt u dit vast in een ondernemingsovereenkomst (artikel 32 WOR).

 

Keuze

De verleiding om deze extra bevoegdheid te accepteren is groot. Anders zal uw bestuurder de primaire arbeidsvoorwaarden namelijk eenzijdig vaststellen. Overweegt uw OR om zo’n ondernemingsovereenkomst aan te gaan, bedenk dan dat uw OR extra tijd en deskundigheid nodig heeft om deze belangrijke taak goed te kunnen uitvoeren. De kans is groot dat uw OR hier nu nog niet over beschikt. Is de bestuurder bereid hierin te voorzien?

 

Wilt u deze taak erbij nemen, overweeg dan om een ervaren vakbondsbestuurder in te schakelen als externe deskundige. Stel in overleg met uw bestuurder ook een goede regeling op voor de extra tijd en scholing die uw OR nodig heeft.

Vervangende toestemming van de kantonrechter

Een goede onderbouwing van uw besluit is erg belangrijk als uw OR besloten heeft om niet in te stemmen met een voorgenomen besluit. Uw bestuurder kan dan namelijk bij de kantonrechter vervangende toestemming aanvragen. De rechter zal dan beoordelen of uw OR onredelijk is geweest in zijn afwijzing of dat uw organisatie zwaarwegende belangen heeft die de regeling toch rechtvaardigen.

Het is dus zaak dat uw OR het onthouden van instemming altijd goed onderbouwt en daarbij ook rekening houdt met de organisatiebelangen! Anders is de kans groot dat de rechter in het voordeel van de bestuurder beslist en is voor hem de weg vrij om zijn besluit toch door te voeren.

Stilzwijgende uitvoering zonder instemming

Vaak richt de bestuurder die geen instemming krijgt van de OR zich echter niet tot de kantonrechter, maar voert hij de regeling stilzwijgend (zonder medeweten van uw OR) in. Zodra uw OR dat merkt, heeft u één maand de tijd waarin u schriftelijk de nietigheid van het besluit kunt inroepen. Heeft uw OR het besluit nietig verklaard, dan is de regeling niet langer rechtsgeldig en hoeft niemand zich er nog aan te houden.

Nietigverklaring besluit door de OR

Een kwaadwillende bestuurder laat zich ook daardoor niet tegenhouden. Trekt uw bestuurder zich niets aan van uw nietigverklaring, dan kan uw OR een procedure aanspannen bij de kantonrechter – of in spoedeisende gevallen een kort geding – om alle uitvoeringshandelingen te laten verbieden.

Geen doorwerking bij instemming door OR

Instemming van uw OR bij de invoering van een nieuwe regeling of afschaffing van een bestaande regeling, werkt niet vanzelf door in de rechtspositie van de betreffende werknemers. Cao-bepalingen hebben die directe doorwerking wel. Heeft uw OR ingestemd met de wijziging van een bestaande arbeidsvoorwaarde, dan mag uw bestuurder deze wijziging alleen doorvoeren als ook de individuele werknemers die al in dienst zijn ermee instemmen.

Komen de bestuurder en de werknemer er samen niet uit, dan kunnen zij ook naar de kantonrechter stappen. De bezwaar makende werknemer staat bij de rechter echter minder sterk als de OR al met de regeling heeft ingestemd. Uw OR doet er daarom goed aan om uw achterban te polsen voordat u uw instemming geeft.