VERDIEPINGSARTIKEL

Artikel 30 WOR: Uw adviesrecht bij benoeming of ontslag van een WOR-bestuurder

De meeste ondernemingsraden weten wel dat ze adviesrecht hebben op het ontslag van de bestuurder of de benoeming van een nieuwe bestuurder. Als de bestuurder ook uw vaste overlegpartner is, gaat het bovendien om een bijzonder belangrijke zaak waar u graag tijdig bij betrokken bent. Toch gaat het heel vaak mis met dat OR-advies. Wat zegt de wet hierover en hoe kunt u daarmee uw voordeel doen?


7 juli 2019 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Artikel 30 Wet op de ondernemingsraden (WOR) spreekt over benoeming en ontslag van ‘een bestuurder van de onderneming’. Wie daarmee wordt bedoeld blijkt uit artikel 1, lid 1 WOR: ‘hij die alleen of samen met anderen in de onderneming de hoogste leiding van de arbeid heeft’.

Voor de WOR is een bestuurder dus een directeur of een lid van de raad van bestuur of, in overheidsondernemingen, de hoogste leidinggevende ambtenaar. Er kunnen meerdere personen samen de hoogste dagelijkse leiding hebben binnen een organisatie. Eén van hen is dan de vaste overlegpartner van uw OR. In dit geval vallen ze echter allemaal onder artikel 30 en zijn ze dus WOR-bestuurders.

Toezichthouder is orgaan van de onderneming

Uw adviesrecht op het aanstellen en ontslaan van een WOR-bestuurder is geregeld in artikel 30 WOR en niet in artikel 25 WOR waar de meeste onderwerpen staan waarop u adviesrecht heeft. Dat op zich is al een reden dat de OR wel eens over hoofd wordt gezien.

Maar een tweede reden is veel belangrijker: de instantie die in de meeste ondernemingen bevoegd is tot ontslag of benoeming van de bestuurder is doorgaans de toezichthouder: de raad van commissarissen, het stichtingsbestuur of de raad van toezicht. En die meent nog al eens dat de WOR niet voor hem is bedoeld. Dat is onjuist want ook de toezichthouder is een orgaan van de onderneming en valt dus onder de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden.

Ontslag of vertrekregeling

De bestuurder vertegenwoordigt in de regel de ondernemer in het overleg met de OR, maar als het gaat om zijn ontslag of vervanging, is het vooral de toezichthouder die artikel 30 moet naleven. Dat kan via de vertrekkende bestuurder, maar het verdient de voorkeur als uw OR hierover rechtstreeks kan overleggen met de instantie die bevoegd is tot ontslag en benoeming.

Bestuurders worden zelden ontslagen. Doorgaans wordt met hen een regeling getroffen waarmee ze vrijwillig opstappen. Uw adviesrecht is dan niet van toepassing omdat er formeel geen sprake is van ontslag. Wel kan het voor de OR interessant zijn informatie op te vragen over de financiële kant van de vertrekregeling.

Als de ondernemer een procedure bij de kantonrechter wil aanspannen om van een bestuurder af te komen, valt dit voornemen natuurlijk wél onder uw adviesrecht.

Is de bestuurder ook ondernemer, zoals in kleine organisaties wel voorkomt, dan is artikel 30 niet van toepassing. Het gaat dan om overdracht van zeggenschap. Hierop is adviesrecht van toepassing, dat is geregeld in artikel 25 WOR.

Tijdig advies vragen

Artikel 30 WOR bepaalt net als artikel 25 WOR dat uw advies zo tijdig moet worden gevraagd dat het ook écht van invloed kan zijn op het definitieve besluit. Dat is moeilijk te verenigen met het moment van een voorgenomen aanstellingsbesluit van een bestuurder. Er is dan immers al een selectie geweest en als OR krijgt u één kandidaat gepresenteerd tegen wie u alleen nog maar ja of nee kunt zeggen.

Beter is het om met meerdere kandidaten kennis te maken en het beste is het als uw OR al betrokken is bij de voorbereiding van de selectie. Dat laatste is zo moeilijk niet. Zorg ervoor dat u zo snel mogelijk na het bekend worden van een naderende vacature uw eigen mening vormt over waar de opvolger in uw ogen in ieder geval aan moet voldoen.

U hoeft geen compleet profiel op te stellen. U kunt volstaan met de kwaliteiten die uw OR van groot belang acht. Daarbij spelen natuurlijk ook uw ervaringen met de vertrekkende bestuurder een rol.

Maak gebruik van uw initiatiefrecht

Wacht niet op een uitnodiging van uw bestuurder of toezichthouder maar geef uw lijst met vereiste kwaliteiten zo snel mogelijk door. Doe daarbij ook een procedurevoorstel voor de verdere betrokkenheid van de OR bij de selectie. De uiteindelijke adviesaanvraag kan daardoor een hamerstuk worden.

Dat is prettig voor de kandidaat die dan niet nodeloos moet wachten op het definitieve aanstellingsbesluit. Bij deze werkwijze maakt u gebruik van uw schriftelijk initiatiefrecht op basis van artikel 23, lid 3 WOR.

Laat ook uw achterban weten aan welke eisen de nieuwe bestuurder volgens u moet voldoen en geef ze de kans daarop te reageren. Het voordeel van deze aanpak is dat het voor de toezichthouder extra moeilijk wordt om uw – vaak ongevraagde – inbreng te negeren.

Door gebruik te maken van uw wettelijk initiatiefrecht, zorgt u ervoor dat uw toezichthouder met u overlegt en een schriftelijk, gemotiveerd besluit neemt.

Selectie van de kandidaten

Er zijn verschillende manieren waarop u invulling kunt geven aan de rol van de OR bij de selectie van de kandidaten. Betrokkenheid bij de voorselectie is zeldzaam en misschien ook niet wenselijk gezien de privacy van de betrokkenen. Maar enkele OR-leden kunnen wel zitting nemen in een selectiecommissie die de overgebleven kandidaten beoordeelt.

Ook is het denkbaar dat enkele kandidaten een gesprek voeren met een delegatie van de OR. Dring er in ieder geval op aan dat u meer dan één kandidaat spreekt en onderzoek daarbij de door de OR gewenste kwaliteiten.

Accepteer zonder meer geheimhouding als het gaat om de namen van de kandidaten of biedt dat zelf aan.

Als het gaat om kandidaten die al elders de rol van bestuurder vervuld hebben, overweeg dan ook om referenties in te winnen bij de betreffende OR. Uiteraard kan dat alleen met toestemming van de kandidaat! Het voordeel van uw betrokkenheid in een vroeg stadium is dat u meteen materiaal heeft voor het uiteindelijke advies en dat u niet hoeft te volstaan met een ‘ja’ of ‘nee’.

Advies

Omdat vele partijen betrokken zijn bij de keuze van de nieuwe bestuurder is het niet aannemelijk dat hij aan alle door uw OR ingebrachte kwaliteiten volledig zal voldoen. Wat overblijft zijn de ingrediënten voor uw advies en ook de onderbouwing van uw eindoordeel over de voorgedragen kandidaat.

Als uw OR zich kan vinden in de keuze voor de voorgestelde bestuurder, kunt u de kwaliteiten waaraan u twijfelt introduceren als aandachtspunten voor de nieuwkomer.

Resulteert uw eindoordeel in een afwijzing, dan heeft u niet alleen de motivatie van uw advies tot niet aanstellen, maar ook de beoordelingspunten voor het geval de toezichthouder uw advies niet overneemt. Wat u kunt doen om deze situatie te voorkomen en wat u kunt doen als het tóch zover komt, leest u in het kader hieronder.

Denk aan opties in artikel 29 WOR!

Artikel 29 WOR wordt weinig toegepast. Het artikel geeft uw OR het recht om minstens de helft te benoemen van het aantal bestuursleden van de door de ondernemer opgerichte instellingen waarbij uit de statuten blijkt dat deze zijn opgericht voor de werknemers. Denk hierbij aan studie- of andere sociale fondsen voor werknemers en hun kinderen.

 

De OR kan bestuursleden benoemen uit zijn eigen midden of van buiten de OR. De instelling moet wel een eigen rechtspersoonlijkheid hebben (stichting of vereniging), omdat zij anders toch al valt onder de invloed van uw OR.

 

Gaat het om een instelling die door meerdere ondernemers is opgericht, dan komt dit recht toe aan de betrokken ondernemingsraden gezamenlijk. Dit benoemingsrecht vervalt als er al wettelijke regels gelden voor de samenstelling van het bestuur. Dat is bijvoorbeeld het geval bij pensioen- en spaarfondsen waarop de Pensioenwet van toepassing is.

Aanstelling bestuurder tegen OR-advies

Een belangrijk kenmerk van het adviesrecht van artikel 30 WOR is dat het niet valt onder uw beroepsrecht van artikel 26 WOR. Als uw advies niet wordt overgenomen, kunt u de zaak dus niet voorleggen aan de Ondernemingskamer, zoals dat wel kan bij adviezen op basis van artikel 25 WOR. Daarom een aantal tips:

  • Zorg ervoor dat de kandidaat kennis neemt van uw advies, zodat hij de kans heeft zich terug te trekken. Het is immers een zware opgave om de hoogste dagelijkse leiding te gaan geven aan werknemers die via hun vertegenwoordiging hebben aangegeven er geen vertrouwen in te hebben.
  • Laat zo zakelijk mogelijk aan de werknemers weten wat en waarom de OR heeft geadviseerd en wat de ondernemer met dit advies heeft gedaan.
  • Als de nieuwe bestuurder toch wordt benoemd, spreek dan zo snel mogelijk met hem af dat de OR hem kritisch zal volgen op juist die punten die in het eindadvies zijn genoemd. Las na een halfjaar een eerste evaluatie in tijdens een overlegvergadering en herhaal dit zo lang het nodig lijkt.