VERDIEPINGSARTIKEL

Artikel 6 en 7 WOR: Hoe groot is een ondernemingsraad en hoe wordt hij samengesteld?

Na de begripsbepalingen in artikel 1 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) zijn waarschijnlijk de wettelijke regels over de omvang en samenstelling van een OR het meest fundamenteel. Deze zijn met name te vinden in artikel 6 WOR en de daarover ontwikkelde rechtspraak. Omdat er over deze regels – en de opties om ervan af te wijken – weinig bekend is, besteedt deze rubriek er extra aandacht aan.


13 januari 2020 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Wel algemeen bekend is dat een OR wordt samengesteld door en uit de werknemers die hij vertegenwoordigt. Het is echter niet zo dat een OR altijd alle werknemers vertegenwoordigt. Artikel 1, lid 1 en 2 WOR maken duidelijk dat het moet gaan over mensen met een contract met de onderneming, ook als ze feitelijk in een andere onderneming werkzaam zijn.

Ingeleende uitzendkrachten tellen pas mee als ze 2 jaar in de onderneming werkzaam zijn. Extra voorwaarden daarbij zijn dat de ingeleende krachten uitgeleend moeten zijn door een werkgever die van het uitlenen zijn bedrijf of beroep heeft gemaakt en dat hun werk moet bijdragen aan de activiteiten van de inlenende onderneming. Een bestuurder is wettelijk uitgezonderd van OR-vertegenwoordiging.

Oprekken vertegenwoordigende rol

Er zijn overigens wel mogelijkheden om de vertegenwoordigende rol van de OR op te rekken. Veel ondernemingsraden trekken zich het lot van werknemers met een jaarcontract en andere vormen van flexwerk gelukkig wel aan. Dat kan ook zonder meer, want een OR kan zich bezighouden met alle aangelegenheden die de onderneming betreffen (artikel 23, lid 2 WOR).

Dat er geen sprake is van formele vertegenwoordiging van deze groepen, is daarvoor niet van belang. Maar het mooiste is het natuurlijk als de flexwerkers ook kiesrechten krijgen en daardoor de samenstelling en de agenda van de OR direct kunnen beïnvloeden (zie kader hiernaast).

Aantal leden

Artikel 6, lid 1 WOR biedt ook houvast voor de omvang van een OR. De wet gaat daarbij uit van een oneven aantal leden dat in sprongen van steeds 4 zetels toeneemt met het aantal ‘in de onderneming werkzame personen’. Met die laatste omschrijving worden de werknemers bedoeld die volgens artikel 1 WOR of het eigen OR-reglement kiesrechten voor de OR hebben. Het gaat hierbij om het aantal OR-leden (zetels) zoals dat in het eigen OR-reglement bindend wordt vastgelegd.

Het werkelijke aantal leden kan – door ziekte, verloop of onvoldoende kandidaten – kort- of langdurend minder zijn. Het minimumaantal leden is volgens de WOR 3, het maximum 25. Algemeen wordt het aantal van 3 OR-leden gezien als een democratisch minimum.

Personeelsvergadering

Bij slechts 2 of zelfs één lid is de vraag gerechtvaardigd of er nog sprake kan zijn van een echte vertegenwoordiging van de werknemers. Omdat de wet geen grens stelt aan het minimumaantal werknemers waarbij een OR vrijwillig mag worden ingesteld, kan zich zo’n situatie voordoen. Het is dan beter om de OR op te heffen en te werken met een personeelsvergadering zoals beschreven in artikel 35b WOR.

Afwijken van het wettelijke aantal zetels

U heeft het recht om in het OR-reglement af te wijken van het aantal zetels zoals artikel 6 WOR dat voorstelt. Daar kan reden voor zijn, zoals de wens voor een extra lid omdat een representatieve samenstelling daarom vraagt, of omdat het aantal werknemers de volgende drempel in het wettelijke aantal zetels nadert.

Maar er kan ook behoefte zijn aan minder OR-zetels, bijvoorbeeld om de kans op structurele vacatures in de raad te verkleinen of om een erg grote OR met sterke onderdeelcommissies wat kleiner te maken en daardoor beter werkbaar. Zo’n reglementswijziging moet de ondernemer uitdrukkelijk goedkeuren. Wijst hij de wijziging af, dan kunt u daarvoor geen procedure bij de kantonrechter starten.

In het algemeen heeft de bestuurder geen bezwaar tegen het verminderen van het aantal zetels, maar mogelijk wel tegen een voorgenomen verhoging. Mogelijk biedt het instellen van commissies (artikel 15 WOR) dan uitkomst. Daarvoor kunt u eventueel wel naar de kantonrechter stappen.

Plaatsvervangende leden

Artikel 6, lid 1 WOR biedt uw OR ook de mogelijkheid om in het reglement te kiezen voor één of meer plaatsvervangende leden. Daarmee kunt u de afwezigheid van het reguliere OR-lid opvangen. Deze optie wordt vooral gebruikt in ondernemingen waar van tevoren bekend is dat OR-leden wisselend beschikbaar zullen zijn, bijvoorbeeld door werk in het buitenland of volcontinudiensten.

U kunt plaatsvervangers kiezen voor één, meer of alle OR-leden. Zij hebben dezelfde rechten en verplichtingen als de reguliere leden. Uit de wettekst vloeit wel voort dat de ondernemer (lees: bestuurder) moet instemmen met het voornemen van uw OR om met plaatsvervangers te gaan werken. Tegen een afwijzing is geen beroep bij de onafhankelijke rechter mogelijk.

Werknemers met kiesrecht

Artikel 6, lid 2 en 3 WOR geven aan hoe lang een werknemer in dienst moet zijn om te beschikken over het actieve en het passieve kiesrecht. Voor het (actieve) recht om te kiezen, staan 6 maanden. Voor het (passieve) recht om gekozen te worden, 12 maanden.

Ook hiervan mag u bij reglement afwijken (artikel 6, lid 5 WOR) als dit de medezeggenschap bevordert. Zo kan de aanwezigheid van veel flexwerkers reden zijn om de termijnen te verkorten.

Ook mag u per reglement kiesrechten toebedelen aan andere groepen werknemers (artikel 6, lid 4 WOR) dan artikel 1 WOR aangeeft. Denk aan freelancers, stagiairs of vrijwilligers.

Ook hiervoor geldt dat u dit eerst moet bespreken met uw bestuurder. Komt u niet tot overeenstemming, dan kunt u de kantonrechter vragen om een bindend oordeel.

Voorzitter kiezen

Past u uw reglement aan voor wat betreft het aantal zetels, de diensttijdvereisten of de groepen werknemers met kiesrechten, dan gelden deze wijzigingen pas bij de eerstvolgende algemene verkiezingen. Ook een aanpassing van het aantal zetels op basis van het overschrijden van een grens van het aantal werknemers (artikel 6, lid 1 WOR) heeft pas bij de volgende verkiezingen effect (artikel 6, lid 6 WOR).

Artikel 7 WOR legt elke OR de verplichting op om uit zijn midden een voorzitter en één of meer vicevoorzitters te kiezen. Dit is noodzakelijk omdat de voorzitter de OR moet vertegenwoordigen bij rechtsgedingen.Een externe voorzitter is dus niet toegestaan.

Een externe voorzitter is dus niet toegestaan.

Belangen van flexwerkers behartigen

Flexwerker is een algemene noemer voor arbeidskrachten met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of met een oproepcontract, freelancers, zzp’ers, uitzendkrachten en gedetacheerden. Ongeveer twee derde van het aantal vaste werknemers in Nederland is nu flexwerker. Binnen de onderneming hebben ze vaak een lagere status en in de OR zijn ze zelden vertegenwoordigd.

De OR kan er echter voor zorgen dat ze kiesrechten krijgen (artikel 6, lid 4 WOR). Verlaging van het diensttijdvereiste (artikel 6, lid 5 WOR) maakt het daadwerkelijke gebruik van deze rechten beter mogelijk voor flexwerkers met kortdurende contracten.

Tegenargument

Een tegenargument voor het uitbreiden van het kiesrecht, is dat flexwerkers niet kunnen garanderen dat zij de volledige zittingsperiode van de OR in dienst zijn. Dat geldt echter ook voor werknemers met een vast contract.

 

Een andere optie voor uw OR is om een tijdelijk commissie ‘Flex’ in te stellen (artikel 15, lid 4 WOR). Zo ontsnappen de belangen van flexwerkers niet aan de aandacht van uw OR.

Oorzaken voor vacatures in OR wegnemen

Veel ondernemingsraden kampen bij gebrek aan voldoende kandidaten met structurele vacatures. Grijp dan niet te snel naar het verlagen van het reglementaire aantal OR-zetels. Het zal namelijk moeilijk zijn om dit aantal later weer op te hogen als dat nodig blijkt.

Probeer dus eerst de belemmeringen voor kandidaatstelling weg te nemen. Vaak zijn die te vinden in onzichtbaarheid van de OR of onbekendheid met het medezeggenschapswerk. Weinig niet-OR-leden weten hoe boeiend het kan zijn om een andere blik op de organisatie te krijgen en om mee te praten over de ontwikkelingen op de langere termijn.

Vaak is er ook een praktische reden: onvoldoende of zelfs geen urenvrijstelling van de reguliere werkzaamheden.

Urenvrijstelling

Maak met uw bestuurder heldere afspraken over de tijd die het OR-werk in de eigen onderneming kost en hoe ervoor wordt gezorgd dat de OR-leden ook werkelijk over die tijd kunnen beschikken.

 

Is tijdelijke uitbreiding van het deeltijdcontract mogelijk? Kunnen overige team­leden het reguliere werk deels overnemen of kan de bestuurder persoonlijke targets aanpassen?

 

Pas als dit goed is geregeld en bekend is gemaakt, mag u verwachten dat ook anderen bereid zijn zich kandidaat te stellen voor uw OR.