Hoe hoog is de boete voor het niet nakomen van instellingsplicht OR?

Publicatiedatum 22 juli 2019

Onze organisatie met ruim 150 werknemers op één locatie heeft geen OR terwijl dat wel wettelijk verplicht is. Hoe hoog kan de boete zijn voor zo’n overtreding en wie controleert eigenlijk de naleving van deze WOR-verplichting?

Er worden niet zomaar boetes verstrekt voor het overtreden van de wettelijke instellingsverplichting van een ondernemingsraad. Er zal dan eerst iemand bij de kantonrechter naleving van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) moeten eisen. Zowel werknemers als hun vakbonden kunnen dat doen. De kantonrechter zal in de regel binnen een redelijke termijn de instelling van de ondernemingsraad verplicht stellen op straffe van een dwangsom.

Grens

Het instellen van een OR is inderdaad verplicht in een onderneming waarin in de regel meer dan 50 arbeidskrachten met een arbeidsovereenkomst werken. Als het om meerdere ondernemingen gaat die nauw samenwerken of zelfs onder één gezamenlijk bestuur vallen, dan mag er ook worden gekozen voor één gemeenschappelijke OR. Dat moet zelfs als één of meer afzonderlijke ondernemingen te klein zijn om de vijftig-grens te overschrijden. Bij het bepalen van die instellingsgrens tellen alle werknemers mee met een arbeidsovereenkomst met de eigen werkgever. Groot of klein, vast of flex, dat maakt niet uit. Ook ingeleende werknemers tellen (na twee jaar) mee; zzp’ers en freelancers niet.

Belangstelling

Dat er in uw organisatie geen OR functioneert, wil nog niet zeggen dat uw ondernemer de wettelijke instellingsplicht aan zijn laars lapt. Als er zich bij de laatste OR-verkiezingen bijna niemand kandidaat heeft gesteld, is er ook geen OR (meer). De ondernemer voldoet aan zijn wettelijke verplichting als hij een voorlopig OR-reglement heeft vastgesteld in overleg met de vakbonden en conform dat reglement – bijvoorbeeld elke twee jaar – verkiezingen organiseert. Het meest gehoorde excuus van ondernemers zonder OR is dat de werknemers er geen belangstelling voor hebben. Dit kan echter pas blijken bij een kandidaatstelling en dat vereist als eerste een rechtsgeldig OR-reglement. Het niet hebben van een OR kan veel ernstiger gevolgen hebben dan het krijgen van een boete of een dwangsom. Zo kan de ondernemer geen gebruikmaken van de wettelijke mogelijkheden om af te wijken van regels van de Arbowet, de Arbeidstijdenwet, de Wet arbeid en zorg en de Wet flexibel werken. Dat kan alleen met instemming van een ondernemingsraad (of, bij minder dan 50 werknemers, een personeelsvertegenwoordiging (PVT)). Ook vertraagt het op zijn minst een eventuele collectieve ontslagaanvraag bij UWV en staat de werkgever veel zwakker in een procedure bij de kantonrechter rond het eenzijdig wijzigen van arbeidsvoorwaarden. Als een OR daarmee akkoord is gegaan, neemt de rechter veel sneller aan dat er sprake is van een zwaarwegend belang aan de kant van de werkgever.

Dief

Daarnaast is – gekeken naar de mogelijk toegevoegde waarde van een OR voor het functioneren van de onderneming en de werknemers – een ondernemer die doelbewust de instelling van een OR tegenhoudt een dief van zichzelf (zie ook kader). Natuurlijk is het altijd de vraag of de OR erin slaagt meerwaarde te leveren. Dat heeft enkele jaren aan inwerktijd nodig; ook van de kant van de bestuurder en beslist niet iedere OR slaagt hierin. Niet geschoten is echter altijd mis!

Bereik uw doel met betrokken werknemers

Onder de titel ‘Bereik uw doel met betrokken medewerkers‘ heeft de SER in maart 2017 een handreiking gepubliceerd over de meerwaarde van medezeggenschap (zie ser.nl onder ‘publicaties’ of zoek op de titel in het zoekformulier). Hoewel de tekst vooral is gericht op mkb-bedrijven met minder dan honderd werknemers gelden de voordelen ook voor grotere organisaties. De handreiking bevat ook een zelftoets waarmee de ondernemer kan nagaan in welke mate hij zijn werknemers al betrekt bij het bedrijf.