Boete bij ontslag na deeltijd-WW

Een werknemer voor wie u deeltijd-WW heeft aangevraagd, moet u na afloop van die periode weer zijn oorspronkelijke aantal uren laten werken. Toch zijn er 149 werkgevers die personeel hebben ontslagen dat in de deeltijd-WW zat. Deze werkgevers moeten een boete van in totaal bijna € 1 miljoen betalen. De regeling is namelijk alleen bedoeld voor organisaties die echt uitzicht hebben op werk en hun vakkrachten na de crisis hard nodig hebben.

13 juli 2010 | Door redactie

Na afloop van de deeltijd-WW bent u verplicht om de werknemer een bepaalde periode weer zijn oorspronkelijke aantal uren te laten draaien. Die periode is 1/3 van de totale duur van de deeltijd-WW, maar moet ten minste 13 weken duren. Op die manier krijgt de werknemer de kans om opnieuw WW-rechten op te bouwen. Ontslaat u de werknemer toch vroegtijdig, dan legt UWV een boete op. Die boete is gelijk aan de helft van de betaalde WW-uitkering over de hele periode van deeltijd-WW. Deze vergoeding hoeft u niet te betalen als u de arbeidsovereenkomst opzegt wegens een dringende reden of als de werknemer zelf opstapt. Uiteraard gelden dan wel de reguliere regels voor ontslag.

Boete bij ontslag

Sinds de invoering van de crisismaatregel is er in totaal door 6.800 bedrijven voor bijna 70.000 werknemers een beroep gedaan op de deeltijd-WW. Op dit moment zitten er nog zo'n 40.000 werknemers in de deeltijd-WW. De werkgevers die een boete moeten betalen, hebben bijna vierhonderd werknemers ontslagen. Mogelijk zijn er meer werknemers ontslagen, want pas sinds 1 juli vorig jaar worden werkgevers beboet als personeel tijdens of na de periode van deeltijd-WW geheel of gedeeltelijk werkloos blijft of wordt.