Medewerkers moeten meebetalen aan de WW

De Sociaal Economische Raad (SER) heeft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geadviseerd om werknemers per 2016 mee te laten betalen aan de helft van de WW-premie. Het advies van de SER is een uitwerking van de plannen die de sociale partners in 2013 in het sociaal akkoord maakten.

6 maart 2015 | Door redactie

Het laten meebetalen van werknemers aan de WW is enerzijds nodig om alle toekomstige werkloosheidsuitkeringen te financieren en anderzijds om adviescentra te kunnen oprichten voor scholing van werkzoekenden en de bemiddeling naar nieuw werk. Als het aan de Sociaal Economische Raad (SER) ligt, komen er 35 regionale adviescentra die een aanvulling moeten zijn op de diensten die UWV aanbiedt. De focus komt hierdoor te liggen op het voorkomen van werkloosheid. Dit blijkt uit het SER-advies (pdf).
De invoering van de WW-premie voor werknemers moet wel lastenneutraal zijn. Dit betekent dat werknemers gecompenseerd worden voor eventuele negatieve gevolgen door hun bijdrage aan de WW-premie.

Aparte premie voor het derde jaar van de WW-uitkering

In het advies gaat de SER ook in op de financiering van het derde jaar van de WW-uitkering onder de Wet werk en zekerheid (WWZ). In deze wet is afgesproken dat per 1 januari 2016 de maximale duur van de WW-uitkering wordt verkort van 38 naar 24 maanden. Sociale partners kunnen voor het derde jaar zelf afspraken maken in de cao over een aanvullende werkloosheidsverzekering. De SER adviseert om deze verzekeringen te laten uitvoeren door een instelling als UWV of de Sociale Verzekeringsbank. Voor de financiering van het derde jaar zou dan weer een aparte uniforme premie of cao-sectorspecifieke premie moeten komen.