Werknemer gaat WW niet via brutoloon betalen

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid acht het plan om werknemers vanaf 2016 weer een wettelijke WW-premie uit hun brutoloon te laten betalen niet uitvoerbaar. Mogelijk gaan werknemers wel via de cao een bijdrage leveren aan een bovenwettelijke aanvulling op de WW.

27 november 2015 | Door redactie

Het lukt de ministerraad niet om te regelen dat werknemers uit hun brutoloon gaan bijdragen aan de WW-premie. Het voorstel van de sociale partners in de Sociaal-Economische Raad (SER) stuit op te veel problemen bij de uitwerking. Volgens minister Asscher is het niet mogelijk om de werknemerspremie WW zo vorm te geven dat hij voldoet aan zowel de wensen van de sociale partners als de eisen van het kabinet. De wens om de WW-premie uit het brutoloon te betalen sluit bijvoorbeeld niet aan bij de regels die sinds de invoering van de Wet uniformering loonbegrip in 2013 gelden voor de loonstrook. Daarnaast zou het plan werknemers en -gevers extra lasten bezorgen.
Mogelijk gaan werknemers wel een premie betalen voor de financiering van een bovenwettelijk derde jaar WW, maar die zal worden verhaald op het nettoloon. Cao-partijen mogen dit regelen.

Sociale partners krijgen adviesrecht bij WW-wijzigingen

Ook krijgen de sociale partners officieel een zwaarwegend adviesrecht bij toekomstige wijzigingen van de Werkloosheidswet. Zo houden werkgevers en werknemers een vinger in de pap waar het gaat om zaken als aanpassingen van de premie, duur en opbouw van de WW. Het wetsvoorstel dat dit moet regelen wordt volgend jaar bij de Tweede Kamer ingediend.

Wijzigingen in de WW door Wet werk en zekerheid

De Wet werk en zekerheid heeft al flinke veranderingen in de WW (e-learning) met zich meegebracht. Zo wordt de duur van de WW-uitkering vanaf 2016 stapsgewijs teruggebracht van 38 naar 24 maanden. Ook de opbouw van de WW verandert: één maand per gewerkt jaar in de eerste tien jaren en een halve maand per gewerkt jaar in de jaren daarna. Elk gewerkt jaar voor 1 januari 2016 geeft recht op één maand opbouw.