WW-premie voor scholing bij werkloosheid

Werknemers moeten in 2016 weer gaan meebetalen aan de WW-premie. Dat adviseert de Sociaal-Economische Raad (SER) naar aanleiding van afspraken die in het sociaal akkoord zijn gemaakt. De premie is niet alleen ter financiering van toekomstige werkloosheidsuitkeringen, maar ook van op te richten adviescentra. Die centra gaan onder meer scholing bij werkloosheid bieden.

26 februari 2015 | Door redactie

Het SER-advies ‘Werkloosheid voorkomen, beperken en goed verzekeren’ (pdf) is een uitwerking van de plannen die de sociale partners in 2013 in het sociaal akkoord maakten. Uitgangspunt van het advies is om werkloosheid zo veel mogelijk te voorkomen, onder meer met werk-naar-werkbegeleiding en scholing. In aanvulling op de diensten van UWV moeten 35 op te richten regionale adviescentra ondersteuning gaan bieden bij ontslag en werklozen gaan helpen bij het aanvragen van WW. Als het aan de SER ligt, gaan de adviescentra met werkloosheid bedreigde mensen ook informeren over werkmogelijkheden in en buiten de sector en verwijzen naar werk-naar-werkprojecten, re-integratiebureaus, opleidings- en scholingsinstituten en bureaus voor loopbaantrajecten en vacaturebemiddeling. 

Werknemers moeten helft WW-premie gaan betalen

Werknemers betalen sinds 2009 geen WW-premie meer. In 2013 is in het sociaal akkoord echter afgesproken dat werknemers en werkgevers weer gezamenlijk WW gaan betalen. Uitgangspunt daarbij is dat werkgevers en werknemers ieder de helft voor hun rekening nemen. De SER adviseert naar aanleiding daarvan de opbrengst niet alleen te reserveren voor toekomstige werkloosheidsuitkeringen, maar ook voor maatregelen ter preventie van werkloosheid.