Wat wijzigt er aan de hoge en lage WW-premie in 2022?

9 december 2021

Op 1 januari 2020 veranderde het premiesysteem voor de financiering van de Werkloosheidswet (WW). We kregen toen te maken met een hoge en lage WW-premie. In 2020 en 2021 werden de regels echter alweer tijdelijk aangepast. Wat kunnen we voor 2022 verwachten?

Als werkgever heeft u bij de loonbetaling te maken met de loonheffingen van de Belastingdienst. De premies werknemersverzekeringen zijn daar onderdeel van. De premies werknemersverzekeringen neemt u zelf voor uw rekening. Eén van de premies is die voor het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Met deze premie betaalt de overheid WW-uitkeringen voor werknemers die hun baan verliezen.

Hoge en lage WW-premie

Sinds 1 januari 2020 hangt de premie af van de aard van een arbeidsovereenkomst. Voor schriftelijk vastgelegde vaste contracten met een vaste arbeidsduur is er een lage WW-premie, voor flexibele contracten een premie die vijf procentpunten hoger ligt. Wat de premie betreft, zijn flexibele contracten dus duurder dan vaste contracten.

De regering hoopt dat u hierdoor personeel snel in vaste dienst neemt. Er gelden wel uitzonderingen. Zo betaalt u onder voorwaarden geen hoge WW-premie voor jongeren met maximaal 52 uur per maand en BBL-leerlingen.

Daling van de WW-premie in 2021

Per 1 januari 2021 bedroeg de lage WW-premie 2,70% en de hoge WW-premie 7,70%. Maar per 1 augustus (of per 16 augustus voor werkgevers die eens per vier weken de aangifte loonheffingen doen) werden de percentages voor de rest van het jaar verlaagd. Het demissionaire kabinet kwam hiermee werkgevers tegemoet, omdat de beloofde baangerelateerde investeringskorting (BIK) niet doorging.

In de laatste vijf maanden van 2021 is de lage WW-premie 0,34% en de hoge WW-premie 5,34%. 

Verlaging WW-premie vervalt per 1 januari 2022

De verlaging van 2,36%-punt komt per 1 januari 2022 te vervallen. U betaalt komend jaar weer het oude premiepercentage: 2,70% als lage WW-premie en 7,70% als hoge WW-premie. Op Prinsjesdag werd nog een verlaging van 0,50 %-punt aangekondigd, maar bij de publicatie van de definitieve cijfers was die verdwenen.

WW-premie in herzieningssituaties

Soms moet u alsnog een hoge WW-premie betalen voor een werknemer voor wie u in eerste instantie een lage premie heeft betaald. Dit worden herzieningssituaties genoemd. Er zijn momenteel twee herzieningssituaties:

  • Een werknemer gaat binnen twee maanden na aanvang van zijn dienstbetrekking volledig uit dienst. Een werknemer krijgt meer dan 30% meer uren in een kalenderjaar verloond dan in zijn arbeidscontract is vastgelegd en hij is een gemiddelde arbeidsomvang van minder dan 35 uur per week overeengekomen.
  • De tweede situatie kan zich voordoen bij overwerk. Toen de coronapandemie uitbrak, gingen veel werknemers meer uren werken. Ook zorgmedewerkers zetten hun beste beentje voor. Om te voorkomen dat organisaties hiervoor zouden worden benadeeld, besloot het kabinet de 30%-situatie in 2020 voor álle sectoren op te schorten. De coronacrisis kwam echter niet in 2020 ten einde en dus is ook dit jaar de 30%-situatie niet van toepassing.

Vooralsnog lijkt het erop dat er in 2022 geen afwijkende regels voor de herzieningssituaties zullen gelden. Komend jaar moet u dus wel een hoge WW-premie betalen als een werknemer binnen twee maanden na aanvang van zijn dienstbetrekking uit dienst gaat of meer dan 30% extra uren verloond krijgt. Let daarom volgend jaar goed op het aantal verloonde uren en kom in actie als u de hogere WW-premie wilt voorkomen.

Verder is het goed om voor komend jaar dit bericht over tijdelijke urenuitbreidingen voor vaste contracten door te nemen.