iPad mag u onbelast verstrekken

Onder de ‘oude’ regels voor vergoedingen en verstrekkingen mag u een iPad of andere tablet toch onbelast aan uw werknemers verstrekken. Uw werknemers moeten de tablet dan wel voldoende zakelijk (meer dan 10%) gebruiken. Dit oordeelde het hof in Amsterdam.

6 oktober 2014 | Door redactie

In de zaak waarover het gerechtshof in Amsterdam zich uitsprak, ging het om een organisatie dat in 2010 aan alle vaste werknemers een iPad ter beschikking stelde. Volgens de organisatie waren de iPads communicatiemiddelen. Voor communicatiemiddelen geldt onder de oude regels voor vergoedingen en verstrekkingen dat er sprake moet zijn van meer dan 10% zakelijk gebruik. De fiscus vond echter dat er sprake was van een computer, waarvoor geldt dat het zakelijk gebruik meer dan 90% moet bedragen.

Eindheffing was terecht

Toen de zaak voor de rechter kwam, oordeelde deze dat de communicatiefunctie geen centrale rol speelde bij de IPad. De iPad was daardoor geen communicatiemiddel, maar een computer. Voor een onbelaste verstrekking moesten de werknemers de iPad voor meer dan 90% zakelijk gebruiken. Dat was bij deze organisatie niet het geval, dus was de eerder opgelegde eindheffing van € 323.678 volgens Rechtbank Haarlem terecht.

iPad is communicatiemiddel

De werkgever ging in hoger beroep bij Gerechtshof Amsterdam. Het gerechtshof gaf aan dat een iPad zowel kenmerken heeft van een communicatiemiddel (bijvoorbeeld Skype) als van een computer (bijvoorbeeld het verwerken van teksten). Een iPad heeft echter geen gewoon toetsenbord, maar maakt gebruik van een touchscreen. Het beeldscherm en de invoermogelijkheden zijn te beperkt voor langdurig gebruik als computer. Bij gebruik als communicatiemiddel spelen deze beperkingen bijna geen rol. De verstrekte iPads waren daarom volgens het gerechtshof geen computer, maar een communicatiemiddel. Uit onderzoek bleek dat de werknemers de iPad voldoende zakelijk (meer dan 10%) gebruikten. De werkgever kon de IPads dus onbelast verstrekken aan werknemers en kreeg de betaalde belasting terug.
Gerechtshof Amsterdam, 25 september 2014, ECLI (verkort): 3946