VERDIEPINGSARTIKEL

Het juiste taalniveau voor de doelgroep kiezen

De ene doelgroep is de andere niet. Spreekt een wetenschappelijke tekst hoogopgeleide professoren aan, de gemiddelde Nederlander kan er weinig mee. Die maakt u eerder blij met korte zinnen en duidelijke uitleg bij jargon. Het is vrijwel onmogelijk om heel Nederland aan te spreken met één en dezelfde tekst. Kies daarom het juiste taalniveau dat bij uw doelgroep hoort, voordat u in de pen klimt.


30 december 2020 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Het is het jaar 1998 als het Europees Referentiekader voor de moderne talen het levenslicht ziet; een Europese, gestandaardiseerde schaal om taalcompetentie in te delen. Het Referentiekader is in de eerste plaats bedoeld om de verschillende vormen van taalonderwijs binnen Europa op elkaar af te stemmen. Naast deze idealistische grondslag biedt de internationaal erkende leidraad ook handvatten in de praktijk. Zo kan één van de taalniveaus als standaard dienen bij officiële documenten en van sollicitanten kan verlangd worden dat zij minimaal een bepaald taalniveau beheersen om in aanmerking te komen voor een baan.

Drie begripsniveaus van taalgebruikers

Het begripsniveau van taalgebruikers is daarom ingedeeld in drie niveaus.

  • A (beginnende en basisgebruikers),
  • B (zelfstandige en gevorderde gebruikers) en
  • C (vaardige en vergevorderde gebruikers). 

Deze drie niveaus bestaan verder uit twee subniveaus, omdat er binnen een bepaalde categorie nog duidelijke competentieverschillen zijn. Zie de tabel onderaan voor het complete overzicht. Begrip bij schrijven is hierbij achterwege gelaten omdat dit artikel alleen de zenderzijde van communicatie belicht.

B is het gemiddelde taalniveau

Voor organisaties die communiceren met verschillende doelgroepen zijn de taalniveaus ook van belang. Zo hebben Nieuwe Nederlanders net hun eerste stappen gezet in de beheersing van de Nederlandse taal. Met een tekst op C-niveau zult u uw doel(groep) voorbij schieten. Maar ook voor veel Nederlanders die hier geboren en getogen zijn, is een tekst op C-niveau nog te pittig. De gemiddelde Nederlander heeft namelijk een taalcompetentie op B-niveau, zoals u in de tabel ziet gaat het om grofweg tweederde van de bevolking.

Taalniveau B1 als uitgangspunt

Bedrijven en overheden schrijven meestal op C1-niveau. Nu is dat voor sommige teksten met technische en complexe onderwerpen essentieel, maar het kan geen kwaad om de andere teksten die uw organisatie produceert eens onder de loep te nemen. Is het bijvoorbeeld nodig om de teksten op uw website van C1 te voorzien? Of een brochure, de algemene voorwaarden en een uitnodigingsbrief?

Tekstschrijvers die verantwoordelijk zijn voor de website van de overheid moeten om deze reden bijvoorbeeld taalniveau B1 als uitgangspunt nemen bij de teksten die zij produceren. Het leeuwendeel van de bevolking (B-niveau én C-niveau) begrijpt deze teksten.

B1-teksten lezen makkelijker en sneller

Sterker nog: het blijkt dat taalniveau B1 niet alleen geschikt is om laag- én hoogopgeleiden te bereiken; deze tweede groep geeft er ook de voorkeur aan. Teksten op B1-niveau lezen namelijk makkelijker en sneller dan teksten op C1-niveau en zullen, mits goed geschreven, dezelfde boodschap overbrengen.

Niet altijd op A mikken

Dan maar altijd teksten op A-niveau produceren zodat iedereen het begrijpt? Helaas, dat werkt ook niet. Juridische, ambtelijke en wetenschappelijke teksten vragen nu eenmaal om jargon en bepaalde taalconstructies om volledig correct en kwalitatief hoogwaardig te zijn. Daarnaast: als u taalgebruikers met C-niveau simpele of versimpelde teksten voorschotelt, zullen zij zich waarschijnlijk niet serieus genomen voelen.

Taalniveau A

Subniveau A1 A2
Kenmerken Niet meer dan enkele zinnen, zeer korte zinnen, zeer hoogfrequente woorden Maximaal vijf tot tien zinnen, hoogfrequente (in het dagelijkse spraakgebruik veel voorkomende) woorden en korte zinnen
Onderwerp Onmiddellijke dagelijkse leefomgeving Dagelijkse leef- en werkomgeving
Begrip bij lezen Zeer eenvoudige zinnen en vertrouwde namen en woorden in standaardteksten Korte en eenvoudige teksten over concrete onderwerpen
Begrip bij luisteren Eenvoudige zinnen en vertrouwde uitdrukkingen als er heel langzaam en duidelijk gesproken wordt Belangrijkste punten van korte, eenvoudige boodschappen en aankondigingen als er langzaam en duidelijk gesproken wordt
Voorbeeld ‘[Organisatie X] is morgen open. Komt u ook?’ ‘U zoekt een [product Y]. [Organisatie X] kan u hierbij helpen. Samen zoeken we een oplossing die bij u past.’
Percentage bevolking 5% 15%

Taalniveau B

Subniveau B1 B2
Kenmerken Maximaal een half tot een heel A4'tje, vooral kortere zinnen en hoogfrequente woorden Maximaal meerdere A4'tjes, afwisseling van kortere en langere zinnen, mix van hoog- en laagfrequente woorden
Onderwerp Dagelijkse maatschappelijke leven in de ruimste zin van het woord Allerhande onderwerpen en vraagstukken, inclusief de hedendaagse literatuur
Begrip bij lezen Feitelijke teksten over onderwerpen uit de eigen werk- of leefomgeving Breed palet aan teksten binnen het eigen interesse- of vakgebied, specialistische teksten mits voldoende kennis over het onderwerp
Begrip bij luisteren Feitelijke informatie over veel voorkomende onderwerpen uit dagelijks leven en werk De rode draad bij complexere topics uit het dagelijkse en zakelijke leven
Voorbeeld ‘U wilt [dienst Z] afnemen. Deze brochure helpt u hierbij. In dit document geeft [organisatie X] adviezen die u helpen om een goede keuze te maken.’ ‘Begin januari sturen wij de jaarafrekening voor [dienst Z] naar het adres dat bij ons bekend is. Geef uw adreswijziging dus tijdig aan ons door.’
Percentage bevolking 40% 25%

Taalniveau C

Subniveau C1 C2
Kenmerken Lengte onbeperkt, taalgebruik formeel en abstract, lange en complexe zinnen met laagfrequente woorden Lengte onbeperkt, taalgebruik formeel en abstract, zeer laagfrequent jargon
Onderwerp Complexe maatschappelijke vraagstukken tot technische instructies Complexe wetenschappelijke, literaire of artistieke vraagstukken
Begrip bij lezen Specialistische artikelen en langere technische instructies binnen het eigen  vakgebied (of voor geïnteresseerden), mits lastige passages te herlezen zijn Alle tekstvormen, waaronder vakliteratuur en complexe literaire werken
Begrip bij luisteren Complexe en abstracte onderwerpen, ook buiten het eigen interesse- of vakgebied, uitdrukkingen zijn geen probleem Alle complexe en abstracte onderwerpen, ook in snel moedertaaltempo
Voorbeeld ‘De aanschaf van [product Y] kan een langdurige invloed hebben op uw financiële situatie. De financiering moet daarom goed afgestemd worden op uw huidige én toekomstige situatie.’ ‘De commanditaire vennootschap leent zich met name voor ondernemingen met financiers die risicodragend kapitaal ter beschikking van de vennootschap willen stellen.’
Percentage bevolking 10% 5%



Meer informatie over het maken van professionele teksten vindt u in de toolbox Zo voorkomt u missers in uw schriftelijke communicatie.