VERDIEPINGSARTIKEL

Webmodule voor zzp’ers

Een zzp’er heeft gekozen voor zelfstandigheid omdat hij op eigen benen wil staan. Hij wil vrijheid, flexibiliteit en baas zijn over zijn eigen portemonnee. De zzp’er besluit zelf of hij zich uit de naad werkt of dat hij eens een week lekker niks doet. En ook hoe zijn werkt uitvoert, maakt hij helemaal zelf uit... Of toch niet? In de praktijk is de situatie van een deel van de zzp’ers anders. Dat bezorgt de regering al lange tijd kopzorgen.


1 februari 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Het grote twistpunt is de beoordeling van de arbeidsrelatie: wanneer is een opdrachtnemer daadwerkelijk als zelfstandige aan te merken en wanneer is hij feitelijk een werknemer? Soms is er sprake van schijnzelfstandigheid. Een zzp’er laat zich dan inhuren voor een opdracht, terwijl hij bij de opdracht aan de kenmerken van een werknemer voldoet.

Als de zelfstandige een werknemer blijkt te zijn, heeft dat ook fiscale gevolgen. De werkgever moet dan loonheffingen inhouden en afdragen. De overheid is al jaren bezig om voor de beoordeling van de arbeidsrelatie passend beleid in te voeren, maar tot nu toe zonder succes.

Nieuwe online vragenlijst

Een middel dat nog niet is afgeschoten, is een nieuwe online vragenlijst die helpt bij het kwalificeren van de arbeidsrelatie. Op 11 januari 2021 is hiervoor een pilot gestart. De pilot zal in ieder geval zes maanden duren. Met deze webmodule wil het kabinet voor de loonheffingen aan opdrachtgevers duidelijkheid – en waar mogelijk zekerheid – geven over de kwalificatie van de arbeidsrelatie met opdrachtnemers.

Het gebruik van de webmodule is (voorlopig) niet verplicht; uw organisatie kan zelf kiezen of zij deze wel of niet wil invullen. Gebruikt u de webmodule in de pilotfase, dan hoeft u zich geen zorgen te maken over eventuele gevolgen. Er kunnen in deze testfase namelijk nog geen rechten worden ontleend aan de uitkomst van de webmodule.

Het gebruik van de webmodule is niet verplicht

De uitkomst van de webmodule is dus slechts een indicatie. En het invullen van de webmodule gebeurt volledig anoniem. De vragen zijn gericht op informatie die u als opdrachtgever heeft over de opdracht die u wilt verstrekken. De webmodule is niét bestemd voor opdrachtnemers of branche- of sectorvertegenwoordigers, tenzij zij de rol van opdrachtgever vervullen.

De webmodule: drie mogelijke uitkomsten

De webmodule vindt u op het Ondernemersplein van de Kamer van Koophandel: ondernemersplein.kvk.nl. Denk niet dat u binnen vijf minuten door de vragenlijst heen bent; het invullen kost ongeveer drie kwartier. Tussentijds opslaan is geen mogelijkheid, dus u moet echt even tijd vrijmaken voor de klus.

Wel hoeft u voor een gelijke groep opdrachtnemers de webmodule maar één keer in te vullen. Dat scheelt. Het invullen van de webmodule kan leiden tot drie mogelijke uitkomsten over de arbeidsrelatie tussen de opdrachtgever en -nemer:

  1. Indicatie dienstbetrekking. Het vermoeden is dat de manier van werken een dienstbetrekking inhoudt.
  2. Geen dienstbetrekking. De opdrachtnemer mag het werk naar verwachting als zelfstandige verrichten.
  3. Geen oordeel mogelijk. Er bestaat twijfel over de aard van de arbeidsrelatie.

Bij de uitkomst ‘indicatie dienstbetrekking’ behoort u de opdracht aan te passen of op zoek te gaan naar een andere invulling (loondienst, uitzendkracht, detachering). Soms krijgt u helemaal geen uitkomst na het invullen van de vragenlijst. Dat is het geval in de volgende situaties:

  • U gaat een overeenkomst aan met een rechtspersoon (zoals een bv).
  • U bent bemiddelaar voor de opdracht en gaat geen arbeidsrelatie aan met de opdrachtnemer.
  • Er is sprake van tussenkomst. De derde partij voor wie de opdrachtnemer werkt, is niet de opdrachtgever. Voor tussenkomst is een aparte vragenlijst in ontwikkeling.
  • Bij een grensoverschrijdende situatie. De opdrachtgever is niet in Nederland gevestigd of de opdrachtnemer woont in een ander land.

In deze situaties heeft het dus geen zin om de vragenlijst te doorlopen. Datzelfde geldt overigens voor iemand die de Nederlandse taal niet machtig is: in andere talen is de webmodule niet beschikbaar.

U krijgt strafpunten

De webmodule werkt zo dat u op basis van uw antwoorden op de verschillende vragen strafpunten opgelegd kunt krijgen. Hoe meer strafpunten u bij het invullen voor een opdracht krijgt, hoe groter volgens de webmodule de kans is op een dienstbetrekking bij deze opdracht.

De vragen gaan bijvoorbeeld over de duur van de opdracht, de tijdsbesteding, doorbetaling bij ziekte en vakantie, eerdere werkzaamheden voor u als opdrachtgever en of de opdrachtnemer werk verricht dat bij uw organisatie ook door werknemers verricht wordt.

De vragen in de webmodule komen voor een deel overeen met de eerder gepubliceerde handreiking ‘Beoordeling gezagsverhouding’ die achter in het Handboek Loonheffingen is opgenomen.

Het kan zo zijn dat de uitkomst van de webmodule een dienstbetrekking is, terwijl u een door de fiscus goedgekeurde modelovereenkomst gebruikt. Die modelovereenkomst met de opdrachtnemer blijft leidend als u deze naar waarheid heeft opgesteld en als u in de praktijk in lijn met de overeenkomst werkt.

Evaluatie na de pilot

Na de pilot volgt een grondige evaluatie. Biedt de webmodule meerwaarde en zijn er nog verbeteringen mogelijk? Op basis van die evaluatie neemt het kabinet een beslissing over het vervolg van de webmodule. Als het instrument definitief in gebruik wordt genomen, moet deze zekerheid geven.

Is het resultaat van het invullen ‘geen dienstbetrekking’, dan krijgt u een opdrachtgeversverklaring. Daarmee weet u dat loonheffingen niet aan de orde zijn, uiteraard ook weer op voorwaarde dat u de vragen eerlijk heeft beantwoord én in de praktijk niet anders te werk gaat.

Na de pilot volgt een grondige evaluatie

De bewindslieden – wie dat na de Tweede Kamerverkiezingen ook zijn – bekijken na de evaluatie ook wanneer de striktere handhaving bij schijnzelfstandigheid wordt opgestart. Die handhaving van de Belastingdienst start in ieder geval niet vóór 1 oktober 2021.

Daarmee is de handhaving opnieuw uitgesteld. De fiscus handhaaft voorlopig alleen als blijkt dat u opzettelijk voor schijnzelfstandigheid heeft gezorgd of aanwijzingen van belastinginspecteurs niet heeft opgevolgd.

In de tussentijd wil het kabinet een ‘breed maatschappelijk gesprek’ over arbeidsrelaties, en de kwalificatie ervan, voortzetten. De inzichten die uit de gesprekken voortkomen, kunnen gebruikt worden voor verdere regulering van de arbeidsmarkt. Hierbij zal het kabinet ook belangrijke adviesrapporten meenemen, zoals het rapport van de Commissie Regulering van Werk (commissie-Borstlap).

Korte kroniek van de strijd tegen schijnzelfstandigheid

Het proces om verbeteringen door te voeren in de kwalificatie van de arbeidsrelatie van opdrachtnemers, blijft zich maar voortslepen. De kabinetten Rutte II en III hebben in de afgelopen jaren verschillende pogingen ondernomen om veranderingen door te voeren, maar stuitten telkens op onoverkomelijke problemen.

 

Ooit was er de Verklaring arbeidsrelatie (VAR), die opdrachtgevers hielp te bepalen of zij bij de inzet van een zelfstandige geen loonheffingen hoefden in te houden en af te dragen. Eind 2012 ontstond het idee dat dit vervangen moest worden door een webmodule. Na het invullen van die module zou de zzp’er een Beschikking geen loonheffingen (BGL) kunnen krijgen, die de opdrachtgever zou moeten controleren. Veel partijen kwamen in het verzet tegen het plan voor de nieuwe systematiek en dus kwam er geen BGL.

 

Het volgende idee was het gebruik van modelovereenkomsten tussen de opdrachtgever en -nemer. De fiscus kreeg hierbij een controlerende taak. Het lukte zowaar om deze methode in te voeren via de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). De VAR kwam ten einde.

 

Uitvoerbaarheid

Maar ook de Wet DBA kreeg een bak kritiek. Het zorgde voor onduidelijkheid. De Belastingdienst stelde de handhaving van de wet continu uit. In het regeerakkoord van 2017 werden daarom nieuwe maatregelen aangekondigd: een minimumtarief voor zzp’ers, een opdrachtgeversverklaring via een webmodule en een opt-out voor de loonheffingen voor zzp’ers met hoge tarieven.

 

Echter was het weer hetzelfde liedje: de uitvoerbaarheid van de plannen liet te wensen over en draagvlak ontbrak. Van de plannen is nu alleen de webmodule nog in leven. Voorlopig zal het zzp-vraagstuk een hoofdpijndossier blijven. Ook voor het volgende kabinet, dat voor de uitdaging staat om langetermijnoplossingen te introduceren.