VERDIEPINGSARTIKEL

Wie betaalt het loon als een zwangere werkneemster ziek wordt?

Als een zwangere werkneemster ziek wordt, hoeft uw organisatie niet altijd haar loon volledig door te betalen. Het hangt af van het moment van ziekmelding uit welk potje de werkneemster betaald krijgt. Daarnaast maakt het uit of de ziekte veroorzaakt wordt door de zwangerschap of daar geen verband mee houdt. Wat zijn de precieze regels?


6 november 2019 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Een werkneemster die in verwachting is, blijft normaal gesproken gewoon werken tot ze met zwangerschapsverlof gaat. Ze kan de ingangsdatum  van haar verlof zelf kiezen, zolang die maar ligt binnen de 6 tot 4 weken vóór de datum waarop ze volgens de arts of verloskundige vermoedelijk zal bevallen. Uw organisatie betaalt haar loon tot aan het zwangerschapsverlof natuurlijk gewoon door. Tijdens het verlof heeft de werkneemster recht op een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg  (WAZO). De werkgever vraagt die voor haar aan. Meestal betaalt de organisatie tijdens het verlof het loon gewoon door aan de werkneemster en laat de WAZO-uitkering door UWV aan de organisatie uitkeren.

Ziek als gevolg van de zwangerschap

Soms is de blijde verwachting in de praktijk echter helemaal niet zo’n blije tijd. Een zwangere werkneemster is extra kwetsbaar en kan maar al te makkelijk uitvallen. Als een werkneemster ziek wordt als gevolg van haar zwangerschap, hangt het van het moment in de zwangerschap hoe dat financieel wordt geregeld. Er zijn 3 opties:

  1. De werkneemster wordt ziek voordat haar zwangerschapsverlof ingaat.
  2. De werkneemster wordt ziek tijdens haar verlof.
  3. De werkneemster wordt ziek na afloop van haar bevallingsverlof.

Uit welk potje de werkneemster dan wordt betaald, verschilt per moment. Hierna leest u er meer over.

1  Ziek vóór het zwangerschapsverlof

Als de werkneemster in de 1e 24 weken van haar zwangerschap ziek wordt of van de arts rust moet nemen, kan uw organisatie voor de werkneemster een Ziektewet-uitkering aanvragen. Die bedraagt standaard 70% van het loon. Daar heeft de zwangere werkneemster recht op vanaf haar 1e ziektedag.

Miskraam of abortus

Als de werkneemster een miskraam of abortus krijgt in de eerste 24 weken van haar zwangerschap en zich als gevolg daarvan ziek meldt bij uw organisatie, heeft zij recht op een Ziektewet-uitkering. De werkneemster krijgt dan geen zwangerschapsuitkering op grond van de WAZO. Bij de aanvraag van de Ziektewet-uitkering moet u de miskraam of abortus op het formulier vermelden.

Een zieke werkneemster die méér dan 24 weken zwanger is, heeft bij ziekte of verplichte rust recht op een Ziektewetuitkering van 100% van het loon. Dit recht blijft bestaan tot de ingang van het zwangerschapsverlof en de bijbehorende WAZO-uitkering. De Ziektewet-uitkering stopt dan automatisch. Uw organisatie hoeft de werkneemster daarvoor niet apart beter te melden bij UWV.

Verlof mogelijk korter

Als de zieke werkneemster haar verlof zo laat mogelijk wilde laten ingaan (dus 4 weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum), brengt UWV de ziektedagen tussen de 6e en 4e week vóór de uitgerekende datum in mindering op de duur van het zwangerschapsverlof. Dat kan betekenen dat het verlof van de werkneemster eerder is afgelopen dan ze had gepland. Na de bevalling heeft de werkneemster altijd recht op minimaal 10 weken verlof.

Vroeggeboorte of overlijden baby

Is de zwangerschap van de werkneemster na 24 weken geëindigd door een vroeggeboorte of is de baby bij de bevalling overleden? Dan heeft de werkneemster vanaf de dag daarna recht op een zwangerschapsuitkering. De uitkering duurt 16 weken. Het aanvragen van deze uitkering loopt via het formulier ‘Aanvraag WAZO-uitkering’ en niet via de Verzuimmelder op het werkgeversportaal van UWV.

2  Ziek tijdens het zwangerschapsverlof

Als de werkneemster ziek wordt nadat haar zwangerschapsverlof is ingegaan, dan hoeft uw organisatie geen ziekmelding aan UWV door te geven. De werkneemster ontvangt van UWV al een WAZO-uitkering en die loopt gewoon door.

3  Ziek na het zwangerschaps- en bevallingsverlof

Mocht de werkneemster na afloop van haar verlof nog niet aan de slag vanwege een ziekte die het gevolg is van de zwangerschap of bevalling, dan hoeft u de loondoorbetaling nog niet (volledig) te hervatten . U kunt in dat geval namelijk een Ziektewet-uitkering voor de werkneemster aanvragen. De werkneemster moet zich dus wel bij uw organisatie ziek melden. De uitkering is 100% van het loon en duurt maximaal 2 jaar.

Mogelijk toch nog loonkosten door maximumdagloon

Dat UWV een Ziektewet-uitkering betaalt aan werkneemsters die ziek worden als gevolg van de zwangerschap of bevalling, zorgt er niet altijd voor dat uw organisatie helemaal geen loonkosten meer heeft. De uitkeringen van UWV zijn namelijk nooit hoger dan het zogeheten maximumdagloon. Dit bedrag wordt ieder kalenderjaar bijgesteld. Het is gebruikelijk dat de werkgever wel het normale loon blijft betalen, dus dan komt een verschil tussen het maximumdagloon en het (hogere) dagloon van de werkneemster voor rekening van uw organisatie.

Ongerelateerde ziekmelding

Het kan ook gebeuren dat een zwangere werkneemster zich ziek meldt met een reden die niets met de zwangerschap of bevalling te maken heeft. Gebeurt dat in de periode vóór het ingaan van het zwangerschapsverlof, dan moet uw organisatie gewoon het loon doorbetalen, zoals bij elke andere werknemer die zich ziek meldt. U hoeft de ziekmelding dan ook niet speciaal aan UWV door te geven.

Ziektereden niet meer van belang

UWV wil pas van ongerelateerde ziekmeldingen van zwangere werkneemsters weten zodra de periode van 6 tot 4 weken vóór de uitgerekende datum is bereikt. Vanaf dat moment kan het zwangerschapsverlof ingaan en doet het er niet meer toe wat de reden van de ziekmelding was. De werkneemster heeft dan recht op een Ziektewet-uitkering van 70% van het loon tot het moment dat het zwangerschapsverlof ingaat. UWV trekt het aantal ziektedagen in die periode wel af van de 16 weken verlof waar de werkneemster recht op heeft. Het zwangerschaps- en bevallingsverlof van de werkneemster zal dan dus eerder eindigen.

Voortdurende ziekte

Het is ook nog mogelijk dat de zwangere werkneemster al ziek was voordat ze in verwachting raakte. Als diezelfde ziekte direct na het zwangerschaps- en bevallingsverlof nog steeds voortduurt, dan moet uw organisatie de ziekteperiodes vóór en na het verlof als een ononderbroken periode tellen. Als UWV al vóór de zwangerschap bij deze ziekmelding betrokken was (omdat de werkneemster in aanmerking kwam voor een Ziektewet-uitkering of omdat de ziekte in totaal al 42 weken duurde en uw organisatie dus al 42e-weeksmelding aan UWV heeft gedaan), moet uw organisatie na het verlof het formulier ‘Melding voortdurende ziekte na onderbreking door WAZO-verlof’ invullen. De periode vóór en na het zwangerschapsverlof tellen dan als 1 periode voor de loondoorbetaling.