Hoeveel bevallingsverlof blijft er over bij late geboorte?

12 juli 2019

Een werkneemster is vier weken voor haar verwachte bevallingsdatum met zwangerschapsverlof gegaan, maar haar kind is twee weken te laat geboren. Hoeveel verlof heeft zij na de bevalling nog over?

Werkneemsters mogen in principe zelf kiezen hoeveel zwangerschapsverlof zij vóór de bevalling opnemen, als het maar minimaal vier en maximaal zes weken duurt. Als een werkneemster vier weken voor de uitgerekende datum met verlof gaat, heeft zij na de bevalling nog twaalf weken bevallingsverlof. Het totale verlof is minimaal zestien weken. De uitgerekende datum bepaalt daarbij hoeveel weken van het verlof tellen als zwangerschapsverlof.

Duur verlof

Gaat een werkneemster vier weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum met verlof en bevalt zij twee weken later dan uitgerekend, dan tellen de extra weken zwangerschapsverlof niet mee voor de bepaling van de duur van het bevallingsverlof. Met andere woorden: de twee extra weken zwangerschapsverlof worden niet afgetrokken van de geplande twaalf weken bevallingsverlof. In deze situatie krijgt de werkneemster dus achttien weken verlof in totaal. In artikel 3:1, lid 3 van de Wet arbeid en zorg (WAZO) staat namelijk dat de ‘vermoedelijke datum van bevalling, dan wel, indien eerder gelegen, de werkelijke datum van bevalling’ doorslaggevend is voor de duur van het bevallingsverlof.

Vroege bevalling

Als een werkneemster eerder bevalt dan gepland, wordt de verlofduur daar dus mogelijk wel op aangepast. Gaat een werkneemster zes weken voor de uitgerekende datum met verlof en wordt de baby twee weken te vroeg geboren, dan heeft ze recht op twee weken extra bevallingsverlof. Bevalt een werkneemster voordat haar zwangerschapsverlof ingaat – en komt de baby dus minstens zes weken te vroeg – dan heeft de werkneemster recht op zestien weken bevallingsverlof.