VERDIEPINGSARTIKEL

Risicobeperkende maatregelen bij werken op hoogte

Vallen van een hoogte staat in de top vijf van ernstige arbeidsongevallen. Aan werken op hoogte zijn dan ook allerlei arbeidsrisico’s verbonden. Voor de werkgever betekent dit dat hij de nodige maatregelen moet nemen om werknemers te beschermen. Een deel van de ongevallen hangt samen met het materiaal, maar ook menselijke factoren spelen een grote rol. Als arboprofessional moet u op diverse fronten actie ondernemen.


20 november 2020 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Bij de woorden ‘werken op hoogte’ denkt u misschien meteen aan bouwvakkers, dakdekkers en glazenwassers. Maar ook in veel andere branches, zoals in de afvalverwerkingsbranche en de groenvoorziening werken werknemers kortere of langere tijd op hoogte.

Het zal u misschien verbazen, maar zelfs in de zakelijke dienstverlening ziet altijd nog 7% vallen als een reëel risico (NEA). Overal waar sprake is van ‘werken op hoogte’ moeten werkgever en werknemers rekening houden met valgevaar. Een serieus arbeidsrisico, zo blijkt wel uit de cijfers.

Oorzaak

De gevolgen van een val van hoogte zijn vaak ernstig. Van de ongevalsonderzoeken die Inspectie SZW in 2019 deed én afrondde, (een aantal van 2.071) was bij 16% sprake van een ernstig arbeidsongeval door vallen van hoogte. Bij ongelukken met dodelijke afloop is ‘vallen van hoogte’ in ruim een kwart van de gevallen de oorzaak. De vijf werkzaamheden waarbij de meeste valpartijen voorkomen zijn:

  • werkzaamheden op dak of vloer 46%;
  • construeren dak, verdieping of andere verhoging 31%;
  • staan/lopen over dak of vloer 25%;
  • plaatsen/verwijderen randbeveiliging 3%;
  • klimmen 1%.

Om het risico op vallen bij werken op hoogte zo veel mogelijk te beperken, geldt specifieke wet- en regelgeving. De regels waar de werkgever aan moet voldoen, zijn gebaseerd op de Europese Richtlijn Werken op hoogte. Deze is via het Arbobesluit verwerkt in de Nederlandse wetgeving.

Valgevaar en arbeidsmiddelen

In het Arbobesluit staan twee artikelen over werken op hoogte: Artikel 3.16 over het tegengaan van valgevaar en Artikel 7:23 over arbeidsmiddelen bij werken op hoogte.

Artikel 3.16 bepaalt dat er valgevaar bestaat als werknemers op een hoogte van 2,5 meter of meer moeten werken. Vanaf deze hoogte moet de werkgever in ieder geval maatregelen nemen om valgevaar tegen te gaan.

Maar ook als van minder hoog vallen al gevaar oplevert, als er sprake is van risicoverhogende omstandigheden of van openingen in vloeren, moet u maatregelen nemen. Dat doet u door de arbeidshygiënische strategie toe te passen.

Arbeidshygiënische strategie 

Die houdt in dat u maatregelen neemt in een vaste volgorde, waarbij het de essentie is dat u begint bij de aanpak van de bron van het gevaar:

  • U moet eerst het gevaar bij de bron bestrijden, wat inhoudt dat u werken op hoogte moet vermijden.
  • Als dat echt niet mogelijk blijkt te zijn, is de eerste stap voorzieningen treffen voor een veilige toegang door steigers of andere veilige werkvloeren te plaatsen, zoals een stelling, platform of bordes. Daarnaast het aanbrengen van permanente randbeveilging en doorvalbeveilging bij trapgaten en uitsparingen.
  • Als het aanbrengen van hekwerken of steigers niet lukt, moeten collectieve maatregelen getroffen worden. Dat hoeft overigens niet als de werkplek meer dan vier meter van dakrand, gat, opening of uitsparing verwijderd is. Daarnaast kan het aanbrengen van vangnetten zorgen voor valbeveilging.
  • Pas als ook collectie valbeveiliging niet mogelijk is, mag u de werknemers persoonlijke beschermingsmaatregelen aanbieden, zoals veiligheidsgordels met vanglijnen of een valharnas.
  • Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen komt echter pas in allerlaatste instantie in beeld. Denk hierbij aan beschermende kleding als helmen.

Zorg dat u de fasen in deze strategie steeds weer in deze volgorde afvinkt.

Afmetingen arbeidsmiddelen

Artikel 7.23 van het Arbobesluit gaat in op de regels voor de arbeidsmiddelen bij werken op hoogte. Het is belangrijk dat u de afmetingen van de arbeidsmiddelen afstemt op:

  • de aard van de werkzaamheden;
  • de voorzienbare belasting bij werknemers;
  • de omgeving: arbeidsmiddelen mogen de vrije doorgang of een ontruiming van de werkplek niet belemmeren;
  • de overstapmogelijkheden: let op dat het overstappen van een toegangsmiddel zoals een ladder op platformen, vloeren of loopbruggen en andersom niet ook extra valrisico’s oplevert.
  • het verkeer, de te overbruggen hoogte en de gebruiksduur;

Valbeveiliging moet zorgen dat werknemers niet kunnen vallen of dat de gevolgen van een val beperkt blijven. Denk aan hekken, leuningen of andere voorzieningen aan een steiger, stelling, bordes of werkvloer. U mag collectieve valbeveiligingen alleen onderbreken bij toegang tot een ladder of trap. Als die beveiliging de werknemers hindert, mag u die tijdelijk verwijderen, maar dan moet u wel zorgen voor vervangende veiligheidsvoorzieningen. Is het werk af, dan moet u de beveiliging weer aanbrengen.

Als valbeveiliging nodig is, geeft u in uw RI&E (toolbox) aan hoe de werknemers hiermee veilig kunnen werken. Ook zorgt de werkgever ervoor dat de valbeveiliging ergonomisch is afgestemd op de werknemer; gordels en harnassen moeten dus goed passen en niet hinderen bij het bewegen en het werk.

Werknemers mogen alleen op een ladder staan als het valrisico heel klein is en het werk dat ze op de ladder doen heel kort duurt.

Daarnaast is een ladder toegestaan als het de enige mogelijkheid biedt om bepaalde werkzaamheden te doen. Als het gaat om ladders en trappen (ofwel draagbaar klimmaterieel) moet u rekening houden met de Warenwet, het Besluit draagbaar klimmaterieel en de norm NEN 2484.

Instructierecht van de werkgever

De Arbowet schrijft ook voor dat de werkgever instructie en voorlichting geeft over het juiste gebruik van arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen zoals individuele valbeveiliging. Werknemers moeten bijvoorbeeld weten hoe ze rolsteigers en ladders moeten opbouwen en moeten omgaan met een werkbak. Maar ze moeten ook vallijnen kunnen bevestigen en verankeren.

Besteed hier aandacht aan door instructie en training en herhaal dit ook regelmatig. Zorg daarnaast voor toezicht op het juiste gebruik.

Uit de Staat van ernstige Arbeidsongevallen van Inspectie SZW blijkt dat menselijke factoren een grote rol spelen bij arbeidsongevallen. Het gaat dan vooral om gebrek aan motivatie, alertheid en veiligheidsbewustzijn (38%). Of dit binnen uw organisatie speelt, hangt ook af van de bedrijfscultuur. Durven medewerkers elkaar aan te spreken op onveilig gedrag? Leidinggevenden spelen hierbij een grote rol.

Werk laten stilleggen bij ontstaan van onveilige situaties

Vorig jaar nog legde Inspectie SZW alleen al in Amsterdam op elf bouwlocaties het werk direct stil omdat er onveilig werd gewerkt. Op twee locaties was een zaagtafel niet voorzien van goede afscherming. Op twee andere was blootstelling aan kwartsstof de aanleiding om het werk stil te leggen. Op de overige locaties was er sprake van ernstig valgevaar. Op één locatie was de werksituatie zo onveilig dat de hele bouwplaats werd stilgelegd en alle werknemers de locatie moesten verlaten. Voor deze controle had Inspectie SZW de gegevens van 29 bouwlocaties bekeken en bij de helft ook een fysieke controle op de bouwlocatie uitgevoerd.

 

Werken op daken blijkt notoir onveilig

Uit cijfers van Volandis, het Kennis- en adviescentrum voor duurzame inzetbaarheid in de bouw en infra, blijkt dat de meeste ongevallen plaats vinden tijdens werkzaamheden op daken of vloeren (39%).