VERDIEPINGSARTIKEL

Grenzen aan vrijheid van meningsuiting voor werknemers

18 augustus 2025 5 minuten Door redactie

Het conflict tussen Israël en de Palestijnen, corona, de verkiezingsuitslag. Het zijn enkele voorbeelden van maatschappelijke kwesties die kunnen leiden tot heftige emoties en stevige uitlatingen op de werkvloer en social media. En dan zijn er ook nog werknemers die zich negatief uitlaten over hun werkgever. Hoe ver mogen werknemers hierbij gaan en hoe kan een werkgever hiermee omgaan? Soms beslist de rechter wat wel of niet door de beugel kan.


Dit verdiepingsartikel is geschreven door Koen Vermeulen, advocaat bij GMW advocaten, e-mail: k.vermeulen@gmw.nl


De vrijheid van meningsuiting is vastgelegd in artikel 7 van de Grondwet en artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit laatste artikel speelt in rechtszaken een grote rol bij de vraag of een werkgever mag optreden tegen een in zijn ogen schadelijke meningsuiting.

Mondelinge uitlatingen, posts of likes op social media en publicaties zijn in principe allemaal vormen van beschermde meningsuiting. Het grondrecht staat voorop, waardoor kritiek en ook controversiële meningen worden beschermd; een werkgever mag zijn werknemers daarin niet zomaar beperken. Maar er zijn wel grenzen. 

Er zijn geen harde regels te geven over wat een werknemer mag zeggen

Ontslag door verstoorde arb