VERDIEPINGSARTIKEL

De dga en de auto van de zaak

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) kan een auto in privé kopen of via de eigen bv. Bij aanschaf van een nieuwe auto is aankoop via de bv vaak voordelig, maar heeft u te maken met een correctie omzetbelasting in verband met privégebruik. Omdat de dga werknemer is, gelden qua bijtelling in grote lijnen dezelfde regels bij privégebruik van de auto van de zaak. In dit verdiepingsartikel leest u over de hoofdregel, de regels bij de auto vanuit de beheer-bv en de bijtelling en het gebruikelijk loon. Tot slot komen een aantal bijzondere situaties aan bod, zoals het privégebruik van de auto door de partner en de situatie dat de dga meerdere auto’s heeft.


7 augustus 2019 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en Loft 238 Tekst & Media, loft238.nl


In dit verdiepingsartikel leest u over:

  1. De auto kopen vanuit de bv
  2. Bijtelling dga voor privégebruik
  3. Beheer bv: voordeel is uitdeling
  4. Auto van de zaak en het gebruikelijk loon
  5. Bijzondere situaties

1. De auto kopen vanuit de bv

Als de auto vanuit de eigen bv wordt gekocht, heeft dit een aantal voordelen. De auto komt voor de vennootschapsbelasting bij het vermogen van uw onderneming. De waarde van de auto is gelijk aan de prijs die u ervoor betaalt. De door de autohandelaar in rekening gebrachte BTW is, voor zover u met BTW belaste prestaties verricht, als voorbelasting aftrekbaar van de BTW die u moet betalen. De uitgaven voor de auto zijn zakelijk te boeken. Uw organisatie kan de BTW op brandstof, onderhoud, autobanden, motorolie, ruitenwisservloeistof en parkeerkosten terugvorderen.

BTW-correctie privégebruik

Als de auto van de zaak privé wordt gebruikt, moet u een correctie toepassen bij de laatste aangifte over het jaar. Met de Rekentool ‘BTW-correctie privégebruik over het privégebruik van de auto van de zaak’ kunt u de BTW-correctie berekenen.

Tip

Als de bv de auto na bijvoorbeeld twee jaar verkoopt aan de dga, kan deze de auto overnemen tegen een relatief lage waarde, gebaseerd op de inkoopprijs van handelaren.

Onzakelijke kosten

Voor een aankoop van de auto door de beheer bv gelden afwijkende regels met betrekking tot de autokosten. Kosten voor een auto die voortvloeien uit de bevoordeling van een dga op grond van zijn aandeelhouderschap, zijn onzakelijke kosten. De bv mag deze autokosten niet ten laste van de vennootschapswinst brengen. Voor de fiscale behandeling van het voordeel wegens privégebruik gelden afwijkende regels (zie hierna: bijtelling voor privégebruik).

2. Bijtelling dga voor privégebruik

De dga is werknemer. Hij is voor de loonbelastingen en premie volksverzekeringen/bijdrage Zvw in dienst bij zijn eigen bv. Het verschil met een gewone werknemer is dat de dga niet is verzekerd voor de werknemersverzekeringen. De overeenkomst is dat de werkgever – in dit geval de bv – voor het privégebruik van de auto van de zaak een percentage van de cataloguswaarde van de auto moet optellen bij het loon als hij meer dan 500 kilometer privé aflegt.

Tip

In het stappenplan ‘Bijtelling bij privégebruik auto van de zaak verwerken in de loonadministratie’ leest u hoe u hoe u de bijtelling administratief verwerkt. De rekentool ‘Eigen bijdrage voor de auto van de zaak’ begeleidt u bij de administratieve verwerking van een eventuele eigen bijdrage die de dga betaalt.

Verklaring geen privégebruik auto

De dga kan als ‘werknemer’ een Verklaring geen privégebruik auto van de zaak aanvragen bij de Belastingdienst. De werkgever kan, als de dga een kopie van de van de Verklaring afgeeft, de bijtelling achterwege laten. De bv is echter niet volledig gevrijwaard van een naheffingsaanslag (zie hierna).

Controle en bewijslast

Om de bijtelling wegens privégebruik auto te vermijden, is het voor een dga niet voldoende om in de arbeidsovereenkomst met de vennootschap op te nemen dat privégebruik van de auto verboden is, zonder dit verder reëel te controleren en bewijs van deze controle te kunnen overleggen. Dit in tegenstelling tot een gewone werknemer waarbij de werkgever een opgelegd verbod controleert, handhaaft en straft bij overtreding.

Geen sluitende kilometeradministratie

Anders dan bij gewone werknemers verschuift de bewijslast dat op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé is gereden, niet zonder meer van de werkgever naar de dga. Als bij controle door de inspecteur blijkt dat de dga geen rittenregistratie heeft bijgehouden, is een verbod in de arbeidsovereenkomst en Verklaring niet voldoende. De dga is als (enig) bestuurder van de bv namelijk ook zelf belast met de controle op de naleving van het verbod op het privégebruik. De inspecteur kan de bv direct een naheffingsaanslag en verzuimboete opleggen.

3. Beheer-bv: voordeel is uitdeling

Als de organisatie de auto op naam van de beheer bv koopt, waarin verder geen activiteiten zijn, en ter beschikking stelt aan de dga in de hoedanigheid van aandeelhouder, blijft het voordeel van de auto voor de dga buiten de loonsfeer. Er vindt dan geen forfaitaire loonbijtelling plaats. Het voordeel dat de dga geniet, wordt aangemerkt als een uitdeling. Het voordeel (kosten en lasten) van de auto wordt bij de dga (uiteindelijk) in de inkomstenbelasting belast als dividenduitkering in box 2. De bv moet een aangifte dividendbelasting indienen en dividendbelasting afdragen.

4. Auto van de zaak en het gebruikelijk loon

Voor een dga geldt de zogenoemde gebruikelijkloonregeling. Omdat het privégebruik van de auto van de zaak wordt aangemerkt als loon in natura, heeft de bijtelling wegens privégebruik invloed op het (maand)loon dat een dga zichzelf moet uitkeren.

Uitgangspunt is dat het (gebruikelijk) loon van de dga wordt vastgesteld op het hoogste van de volgende bedragen:

  • minimaal 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de meestverdienende werknemer;
  • het minimumbedrag is voor 2019 vastgesteld op € 45.000.

Als een dga op grond van de gebruikelijkloonregeling zichzelf een bedrag aan loon toekent, telt de eventuele bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak hierbij mee. Dit betekent dus dat u het loon in geld dus lager kunt vaststellen als de ondernemer ook privé in een auto van de zaak rijdt. Als het gebruikelijk loon bijvoorbeeld € 50.000 bedraagt en de bijtelling wegens privégebruik € 15.000, kunt u het loon in geld verlagen tot € 35.000 (€ 50.000 - € 15.000).

Fictief loon

Ontvangt de dga een lager loon dan het gebruikelijk loon, dan merkt de fiscus het verschil aan als fictief loon. De dga krijgt bijvoorbeeld op jaarbasis een salaris van € 20.000. Daarnaast rijdt hij een auto van de zaak, waarvoor op jaarbasis een bijtelling van € 15.000 geldt. Om te voldoen aan de eis van de gebruikelijkloonregeling (bijvoorbeeld € 45.000) zal hij € 10.000 aan fictief loon moeten genieten. Hij betaalt loonbelastingen en premie volksverzekeringen/bijdrage Zvw over het gehele bedrag van € 45.000.

5. Bijzondere situaties

De dga is zoals gezegd geen standaard werknemer. Als (mede-)eigenaar/aandeelhouder heeft hij speelruimte om bijvoorbeeld meer dan één auto vanuit de bv te kopen of de partner die meewerkt in de bv gebruik te laten maken van zijn auto van de zaak.

5.1 Gezamenlijk gebruik auto

In de bv werkt naast de dga ook zijn partner. De auto op naam van de bv wordt zowel door de dga privé gebruikt als door zijn partner. In dat geval is de auto gelijktijdig aan de werknemers ter beschikking gesteld. Omdat de dga en zijn partner niet (altijd) gelijktijdig van de auto zullen gebruikmaken voor privédoeleinden, is niet het voordeel van het daadwerkelijk gebruik van de auto belast, maar het voordeel van het ter beschikking staan. U moet de bijtelling splitsen over de dga en zijn partner, waarbij ieder een deel van de bijtelling aangeven. Bijvoorbeeld ieder 50%.

Tip

U moet vaststellen in welke mate de dga en zijn partner de auto ter beschikking staan. Dit is een feitelijke beoordeling. Ter onderbouwing van de verdeling van de bijtelling is het raadzaam om een rittenadministratie bijhoudt, waarbij u niet alleen bijhoudt of een rit zakelijk of privé is, maar ook wie de gebruiker van de auto is.

5.2 Meerdere auto’s in de bv

Wanneer een dga meerdere auto’s heeft, die allemaal op naam van de bv staan, is de bijtelling afhankelijk van het privégebruik. Hierbij geldt gewoon de hoofdregel: de dga moet (met een sluitende rittenadministratie) van iedere auto afzonderlijk kunnen aantonen dat jaarlijks niet meer dan 500 kilometer privé is gereden. Dit blijkt uit een rechtzaak waarbij de belastinginspecteur een naheffingsaanslag oplegde voor alle drie de auto’s.

Geschatte afstanden

In het geding ging het om een dga die over drie auto’s in de bv beschikte. De bv paste voor één auto bijtelling voor privégebruik toe. De inspecteur oordeelde na een boekenonderzoek dat met alle auto’s jaarlijks meer dan 500 kilometer privé is gereden en legde een naheffingsaanslag op. Zowel het hof als de Hoge Raad stelden de belastinginspecteur in het gelijk. Het hof oordeelt dat de kilometeradministratie voor de twee auto’s is gebaseerd op geschatte afstanden of op met de routeplanner berekende afstanden en niet op primaire gegevens zoals de kilometerstanden. Ook kloppen de op de tankbonnen genoteerde kilometerstanden niet met de kilometeradministratie en zit er teveel variatie in het brandstofverbruik.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 februari 2016, ECLI (verkort): 1160 en
Hoge Raad, 16 december 2016, ECLI (verkort): 2862

5.3 Bijtelling oldtimer

Ook voor een oldtimer die is gekocht door de bv gelden de bijtellingsregels voor privégebruik. Ook als de oldtimer in de wintermaanden in de opslag en slechts een beperkt deel van het jaar in de auto wordt gereden. Het laatste betekent niet dat de bijtelling slechts voor een evenredig deel van het jaar geldt. Als een auto ter beschikking staat, maakt de periode van gebruik niets uit. Er is geen specifieke regeling voor oldtimers, waarbij de bijtelling gerelateerd wordt aan de feitelijke gebruiksduur. Het enige dat telt is of door de dga kan worden aangetoond dat op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé met de auto is gereden.