VERDIEPINGSARTIKEL

Op een zinvolle manier werkdruk objectiveren

Werkdruk komt als arborisico veel voor. Er zijn volop tools en middelen. Maar het onderwerp is óók vaak omstreden. Werkgevers en werknemers kijken er meestal verschillend tegenaan. Hoe kunt u als arbo-adviseur het gekibbel ombuigen naar een zinvolle beheersing van werkdruk?


20 november 2020 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Werkdruk is een van de aspecten van psychosociale arbeidsbelasting. De Arbowet verplicht tot een beleid daartegen. Over de psychische belasting door agressieve klanten is iedereen het wel eens, over werkdruk niet. U kent een dooddoener als ‘Met flink aanpoten vliegt je dag voorbij.’ U weet dat het niet alleen managers zijn die dit zeggen.

In de Werkdruk Wegwijzer spreekt TNO van werkdruk ‘als een werknemer lange tijd zijn werk echt niet afkrijgt, of de gewenste kwaliteit echt niet kan leveren, én hij hier zelf niets aan kan veranderen.’ Er is een balans nodig tussen:

  • eisen die de taak of het takenpakket stelt;
  • mogelijkheden om zaken zelf te regelen, zoals de volgorde van activiteiten.

Anders leidt langdurige werkdruk tot werkstress met risico op verzuim. Dit alles maakt direct duidelijk dat werkdruk ook een kwestie is van gevoelens van mensen, en van wat ze kunnen. Wat de ene werknemer een ‘pittig tempo’ vindt, is voor de ander slopend zwaar. Daarom heet werkdruk wel een subjectieve kwestie.

‘Klagen is voor watjes.’

‘Klagen is voor watjes.’ Zo’n uitspraak van sommige leidinggevenden is misschien niet eens helemaal onzin. Maar het zegt zeker iets over hun stijl van leidinggeven. Ze beschadigen bij voorbaat het vertrouwen dat nodig is voor signaleren van problemen en verbeteringen.

Drie belangrijke vragen

Werkdruk wordt in de wetenschap beschreven als (te) hoge kwantitatieve taakeisen. TNO meet die in de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden. Ze stelt aan werkenden drie vragen, die ook internationaal gebruikelijk zijn:

 

  1. moet u erg snel werken?
  2. moet u heel veel werk doen?
  3. moet u extra hard werken?

Normen voor tijdsbesteding

Objectief maken van werkdruk is lastig. Een bekend voorbeeld waren normen in de thuiszorg. Met op zich goed onderzoek is bepaald dat X minuten volstaan voor het opmaken van een bed, Y minuten voor steunkousen helpen aantrekken, etc. De werkenden voelden zich daardoor als robots behandeld en de klachten over werkdruk verdwenen niet.

TNO benadrukt dat werkdruk mede ontstaat wanneer de medewerker zelf niets kan veranderen aan de situatie. Ook dat omvat kenmerken van de werkende zelf: zijn niveau van (bij)scholing, gezondheid, vertrouwen in de leidinggevende en sociale vaardigheden.

Cursussen ‘nee zeggen’ worden door diverse werkgevers aangeboden voor betere dialoog met de leiding en tegen werkdruk. Vakbondsmensen vinden dat geen oplossing als er niets gebeurt met een te hoog werkvolume. Om werkdruk in uw organisatie goed op de agenda te krijgen, moet u problemen van werkdruk zo objectief mogelijk in kaart brengen. Dat kan op meerdere manieren.

  • Een aangrijpingspunt vormen problemen die zich voordoen. Denk aan klachten van klanten over kwaliteit of levertijd. Of aan irritaties tussen verschillende afdelingen. Als dat vaker dan af en toe voorkomt, kan het de moeite lonen eens te gaan praten. Wat speelt er precies, hebben betrokkenen het gevoel dat ze te weinig tijd hebben voor de wensen van de klant of voor overleg met de andere afdeling? Als het goed is, wordt dit ook besproken in het werkoverleg. Als arbo-adviseur raadt u dat altijd aan, de uitkomsten zijn voor u ook een bron van informatie.
  • Grotere bedrijven en instellingen hebben vaak een systeem van regelmatige (functionerings)gesprekken. Als het goed is, geldt hiervoor hetzelfde: werkdruk hoort een terugkerend onderwerp in die gesprekken te zijn. U mag de verslagen niet inzien, maar u mag wel van personeelszaken of een derde partij een overzicht vragen: in hoeveel gesprekken is werkdruk een onderwerp, hoe vaak zijn leidinggevende en medewerker het eens over oplossingen?
  • Ook hebben grotere arbeidsorganisaties nogal eens een bijvoorbeeld tweejaarlijks uitgezette (elektronische) vragenlijst. Die gaat over velerlei kwesties, waaronder ook hoe medewerkers ‘in hun vel zitten’. Zorg dat werkdruk daarin een onderdeel is! U kunt daarbij denken aan bovengenoemde drie vragen van TNO.
  • Los van de voorgaande opties kunt u ook gebruikmaken van vragenlijstonderzoek dat er op de markt is. Die zijn trouwens eveneens te gebruiken als aanvulling op gesprekken, of om bij een deel van de organisatie dieper te inventariseren. Er is een groot aanbod aan vragenlijsten specifiek over werkdruk of psychosociale arbeidsbelasting. Er is eveneens gratis aanbod van goede kwaliteit.

Steun van alle betrokkenen

Als arbo-adviseur wilt u maximale steun van alle betrokkenen in uw organisatie. U onderhoudt de contacten met de werkgever, met de afdeling personeel en (indien aanwezig) met de medezeggenschap.

Qua modellen van meten en aanpakken van werkdruk is er veel op de markt. Er is ook aanbod dat al bij voorbaat kan rekenen op steun van onder andere werkgevers en werknemers. Dat zijn de volgende vier typen, hier geduid in volgorde van belang.

  • In arbocatalogi beschrijven werkgevers- en werknemersorganisaties uit een bedrijfstak opties voor het invullen van wettelijke verplichtingen. Werkdruk is daar niet altijd of volledig in opgenomen. In enkele sectoren zijn er (cao-)afspraken over arbokwesties; de agrarische sector en de bouw hebben grote arbo-instituten, sommige sectoren hebben servicepunten.
  • Brancheorganisaties zijn verenigingen van ondernemers en werkgevers in een sector. Een aantal heeft als service aan hun leden middelen voor arbovraagstukken zoals werkdruk.
  • Als het voorgaande geen optie is, kunt u een beroep doen op uw arbodienst of bedrijfsarts. Die hebben meestal een breed draagvlak. Zij hebben modellen voor de aanpak van werkdruk of weten de weg. Bij de eerste twee opties krijgt u inzicht in de manier waarop uw organisatie zich qua werkdruk verhoudt tot de sector. Maar ze hebben niet allemaal een vragenlijst. Ook daarvoor kunt u wellicht terecht bij uw arbodienstverlener. Pluspunt is dat deze acties goed aansluiten bij de overige door deze dienstverlener geboden diensten.

TNO onderzocht de factoren die de werkdruk veroorzaken én werd het daarover eens met die partijen. Daarop is de Wegwijzer Werkdruk gebaseerd. Met metingen en stappenplannen, toegesneden op kleine en grote organisaties. Een sterk punt zijn de gespreksleidraden voor kleine groepen of werknemers onderling!

Als u de wegwijzer wilt bekijken, ga dan naar https://bit.ly/36fEfo0.

Werkdruk kan soms strijdpunt worden tussen werkgevers en werknemers

Goede informatie is onmisbaar om actie te kunnen ondernemen. De vakbond FNV heeft door een gerenommeerd instituut een vragenlijst laten ontwikkelen en biedt die gratis aan (sneltestwerkdruk.nl/ned/index.php). Individuele werknemers kunnen die online invullen. Ze krijgen een snelle meting van het niveau van hun werkdruk, gevolgd door verdere vragenlijsten die gedetailleerder nagaan waar problemen liggen en wat mogelijke oplossingen zijn.

 

Misschien kunt u regelen dat FNV een code beschikbaar stelt voor alle werknemers bij uw organisatie; zo ontstaat een gedegen beeld van werkdruk in de hele organisatie. Veel werkgeversorganisaties hebben op hun site methoden en instrumenten voor het beheersen van werkdruk. Voor zover valt na te gaan, hebben ze géén vragenlijsten of iets dergelijks voor inventarisatie. Het is misschien wel veelzeggend, dat de werkgeversorganisaties minder dan de vakbond behoefte ziet aan inzicht in werkdruk.

 

Hoe dan ook, werkdruk kan een strijdpunt zijn binnen een organisatie. Het is in ieders belang dat de keuze voor meten van werkdruk geen strijdpunt wordt. Dat kan gebeuren als u kiest voor de vragenlijstmethode van de FNV. Maar het is wel goed te weten dat deze bestaat. Een (vakbondsfractie in de) OR kan deze (dreigen te) gebruiken wanneer de werkgever niets wil.