Bij vastgoed kun je niet om de juridische aspecten heen. Het begrip onroerende zaken is daarbij erg belangrijk. Wat onroerende zaken zijn, staat uitgebreid beschreven in het Burgerlijk Wetboek (BW). Denk aan huizen, winkels en kantoorpanden, maar ook aan grond, nog niet gewonnen delfstoffen of zogenoemde 'werken die duurzaam met de grond verbonden zijn’. In dit artikel is het bedrijfspand het uitgangspunt. Tegen welke juridische zaken kun je aanlopen?
Het begrip onroerende zaken staat in artikel 3.3 van het BW. Het gaat hierbij om de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met de grond verenigde beplantingen, alsmede de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.
Het is dus belangrijk dat de zaak duurzaam ter plaatse blijft. Zijn zaken niet onroerend, dan vallen ze onder de roerende zaken. Dit geldt bijvoorbeeld voor een auto, computer of kassa.
De eigendom van een onroerende zaak is het meest omvattende recht dat je op vastgoed kunt bezitten. In juridische termen heet dit een absoluut recht. Een absoluut recht kun je tegenover