VERDIEPINGSARTIKEL

BTW en de verleggingsregeling

Een ondernemer die een prestatie verricht door een goed te leveren of een dienst te verrichten, is daarover BTW verschuldigd. In sommige gevallen is het juist de afnemer van een product of dienst die de BTW moet aangeven en moet afdragen aan de Belastingdienst.

Bij deze verleggingsregeling − wettelijk verplicht bij een aantal leveringen en diensten − moet de BTW worden verlegd naar de afnemer.


6 september 2019 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement online en Carola van Vilsteren, Van Vilsteren BTW.


In de bouw, scheepsbouw en schoonmaak geldt een verplichte verlegging van de BTW als het gaat om onderaanneming en het uitlenen van personeel. Deze verleggingsregeling geldt alleen voor fysieke werkzaamheden aan onroerende zaken of schepen.

Voorbeelden zijn de bouw van een pand, de sloop van een gebouw, het aanleggen van wegen of bestrating, het onderhouden van gebouwen, het bewerken van grond, het maaien van bermen en het herstellen en schoonmaken van een pand.

Fysieke werkzaamheden

De verleggingsregeling moet worden toegepast door een onderaannemer die in opdracht van een hoofdaannemer fysieke werkzaamheden aan een onroerende zaak of schip uitvoert. De verlegging van BTW is ook verplicht voor een uitlener van personeel die werknemers ter beschikking stelt aan een andere ondernemer die het personeel inleent.

Wel is een voorwaarde dat het gaat om fysieke werkzaamheden aan een onroerende zaak, die door het uitgeleende personeel worden verricht. De verleggingsregeling is niet van toepassing in de volgende twee situaties:

  • het werk wordt voornamelijk uitgevoerd in de eigen werkplaats van de onderaannemer;
  • de onderaannemer werkt aan een goed dat hij als onderaannemer heeft verkocht aan de hoofdaannemer.

Ook in een aantal andere situaties is de verlegging van BTW verplicht. Bij de verkoop van een onroerende zaak, die langer dan twee jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, is in principe geen BTW verschuldigd.

Koper en verkoper kunnen er gezamenlijk voor kiezen om een dergelijke levering toch met BTW te belasten, als de koper de onroerende zaak voor 90% of meer gaat gebruiken voor BTW-belaste prestaties. In dit geval moet de BTW naar de afnemer worden verlegd.

BTW-verlegging verplicht

Bij het leveren en verwerken van afval en oude materialen geldt dat de BTW verplicht naar de afnemer moet worden verlegd. Ook bij het leveren van mobiele telefoons, chips, spelcomputers, laptops en tablets is de verlegging van BTW verplicht als het gaat om factuurbedragen van € 10.000 of meer (exclusief BTW) per goederensoort en per levering.

Gaat het om een orderbedrag van € 10.000 of meer waarbij meerdere facturen zijn uitgereikt, dan moet de BTW toch worden verlegd. Verder geldt de verleggingsregeling bij executieverkoop, bij de verkoop van goud en bij de levering van emissierechten op broeikasgassen.

Tool voor ondernemers

De verleggingsregeling bestaat onder andere omdat het in internationaal verband ervoor zorgt dat in het buitenland gevestigde ondernemers zich niet in Nederland hoeven te registreren voor de BTW. Bovendien heeft de Nederlandse fiscus meer zicht op binnenlandse ondernemers dan op buitenlandse.

In nationaal verband biedt de verleggingsregeling de Belastingdienst meerdere naheffingsmogelijkheden. Zowel de onderaannemer als de aannemer blijft namelijk verantwoordelijk voor de BTW die is verlegd. Wanneer de verleggingsregeling van toepassing is en wat de gevolgen hiervan zijn leest u in onze tool, te vinden op rendement.nl/fatools.

Telecommunicatiediensten

De verleggingsregeling geldt ook voor telecommunicatiediensten die in Nederland plaatsvinden tussen ondernemers die deze diensten verrichten. Verlegging van BTW is niet mogelijk als de afnemer een particulier is. De afnemer moet over een geldig BTW-identificatienummer beschikken, te checken via het VIES (VAT Information Exchange System). Dit is een systeem voor de uitwisseling van BTW-informatie.

Aangeven BTW

De ondernemer die de prestatie verricht moet de omzet voor de levering waarbij hij de BTW naar zijn afnemer verlegt aangeven bij vraag 1e van de BTW-aangifte. De ondernemer die de prestatie afneemt, moet het aan hem gefactureerde bedrag aangeven bij vraag 2. In dezelfde regel moet hij de BTW hierover aangeven. Als de afnemer recht heeft op BTW-aftrek kan hij de BTW in dezelfde BTW-aangifte terugvragen door dit bedrag aan te geven bij vraag 5b.

Ander EU-land

Wanneer een in Nederland gevestigde ondernemer een dienst verricht aan een ondernemer in een ander EU-land, moet hij de BTW naar de afnemer verleggen. Deze verplichte verlegging van BTW geldt bij een ‘hoofdregeldienst’, omdat de plaats van dienst voor de BTW in dat geval gelegen is in het land waar de afnemer is gevestigd.

Identificatie

Het is van belang dat de afnemer beschikt over een geldig BTW-identificatienummer in zijn eigen EU-land. De geldigheid daarvan is te checken via het VIES. Check dit nummer altijd en bewaar een print van de check bij de factuur in de administratie.

Voorbeeld verlegging

Verricht een Nederlandse ondernemer een adviesdienst aan bijvoorbeeld een ondernemer in Frankrijk, dan moet hij geen Nederlandse BTW in rekening brengen. Hij moet de BTW dan verleggen naar de Franse afnemer.

Let op: bij bepaalde diensten geldt een uitzonderingsregel en wordt op een andere wijze bepaald in welk land de BTW verschuldigd is en of de BTW kan worden verlegd. Bij het verrichten van een dienst met betrekking tot een onroerende zaak is de BTW verschuldigd in het land waar de onroerende zaak gelegen is, in plaats van het land waar de afnemer gevestigd is.

Wie moet wat aangeven?

Wanneer een in Nederland gevestigde ondernemer een dienst afneemt van een ondernemer uit een ander EU-land, zal de BTW naar de ondernemer in Nederland worden verlegd als sprake is van een hoofdregeldienst. De afnemer moet dan de BTW in zijn Nederlandse BTW-aangifte aangeven.

De ondernemer die de prestatie verricht moet de intracommunautaire dienst aangeven bij vraag 3b van de BTW-aangifte. De afnemer in het andere EU-land geeft de BTW in zijn eigen BTW-aangifte aan.

Wanneer een Nederlandse ondernemer de BTW op een dienst verlegt naar een afnemer in een ander EU-land, moet hij de omzet aangeven bij vraag 3b van zijn eigen BTW-aangifte (en dus ook aangeven bij vraag 3a van de opgaaf ICP). Als een Nederlandse ondernemer een dienst afneemt van een ondernemer in een ander EU-land en de BTW wordt naar de afnemer verlegd, moet de BTW worden aangegeven bij vraag 4b van de BTW-aangifte.

Wordt de BTW naar de afnemer verlegd, dan moet zijn BTW-nummer verplicht op de factuur worden vermeld. Daarnaast moet op de factuur komen te staan dat de BTW wordt verlegd. Ook moet daarop worden aangegeven welke wettelijke verleggingsregeling van toepassing is. Wordt de BTW verlegd vanwege een intracommunautaire dienst, dan moeten de woorden ‘VAT reverse charge’ op de factuur staan of moet naar artikel 194 BTW-richtlijn worden verwezen.

Toepassing verleggingsregeling in de bouw

In de bouw wordt de verleggingsregeling regelmatig gebruikt. De ondernemer moet de verleggingsregeling toepassen bij onderaanneming en bij uitlening van personeel voor werkzaamheden van stoffelijke aard aan onroerende zaken of schepen.

Werkzaamheden van stoffelijke aard

Voor werkzaamheden van stoffelijke aard is geen vastomlijnde definitie te geven. Deze wordt ruim geïnterpreteerd. De volgende werkzaamheden vallen er in ieder geval onder: het bestraten, het aanleggen van wegen, het onderhoud van huizen en gebouwen, het schoonmaken van sloten en kanalen en van onroerende zaken.

Werkzaamheden van geestelijke aard

Werkzaamheden die van intellectuele of geestelijke aard zijn vallen niet onder werkzaamheden van stoffelijke aard. Denk hierbij aan diensten van:

  • constructeurs;
  • architecten;
  • adviseurs.

Conclusie

Er is zowel een verlegging van binnenlandse BTW mogelijk bij het leveren aan een Nederlandse afnemer, als een verlegging naar het buitenland wanneer een dienst wordt verricht aan een ondernemer in een ander EU-land.

Het is van belang dat wanneer een verleggingsregeling van toepassing is, de BTW ook daadwerkelijk naar de afnemer wordt verlegd. De afnemer kan anders het recht op BTW-aftrek geweigerd worden. Om het aftrekrecht veilig te stellen, is het daarom ook van belang om als afnemer altijd goed op te letten of de BTW is verlegd.