VERDIEPINGSARTIKEL

Consequenties te laat indienen van uw BTW-aangifte

Dient u als ondernemer voor de BTW uw aangifte BTW te laat in en/of betaalt u deze te laat dan heeft u al snel een boete van de Belastingdienst te pakken.

Er geldt echter wel een coulancetermijn van zeven dagen. Maar dan moet u niet al vaker de aangifte te laat hebben ingediend en/of betaald. Hoe zit dit nu precies?


18 maart 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Wellicht de meest belangrijke verplichting voor u als BTW-ondernemer is dat u een juiste administratie voert en juist en tijdig aangifte doet. Op grond van de administratie moet de inspecteur namelijk bepalen of u juist en tijdig aangifte BTW heeft gedaan. Als BTW-ondernemer moet u dus BTW-aangifte per maand, per kwartaal of per jaar doen.

Het kan natuurlijk wel eens voorkomen dat die aangifte te laat gebeurt. Voor dit aangifteverzuim kan de Belastingdienst u dan een boete opleggen. Deze boete kan echter voorkomen worden door binnen zeven kalenderdagen na de uiterste aangiftedatum alsnog de aangifte in te dienen. Als niet binnen die zeven kalenderdagen de aangifte bij de Belastingdienst binnen is volgt een boete van € 68.

Aangifte los van betaling

Het indienen van de aangifte en het betalen van de verschuldigde BTW moet u los van elkaar zien. De kans is dus ook groot dat naast dat u de aangifte te laat of niet heeft ingediend er ook niet betaald is. Dan is er naast aangifteverzuim sprake van een betaalverzuim. Ook dan is de Belastingdienst er snel bij met boetes. Er kunnen zich hierbij twee situaties voordoen. U betaalt te laat of u betaalt niet of te weinig.

Wanneer te laat?

Er is sprake van een te late betaling als de betaling na de uiterste betaaldatum bij de Belastingdienst binnenkomt. Hierbij kunnen zich drie mogelijkheden voordoen:

  • U betaalt te laat, maar wel binnen de coulancetermijn van zeven kalenderdagen na de uiterste betaaldatum. Als u de vorige aangifte wel op tijd had betaald krijgt u geen boete maar wel een verzuimmededeling. Maar was u de vorige keer ook te laat met betalen dan krijgt u een betaalverzuimboete van 3% van het te laat betaalde bedrag (met een minimum van € 50 en een maximum van € 5.514).
  • U betaalt na de coulancetermijn. Er volgt dan een betaalverzuimboete van 3% van het te laat betaalde bedrag (minimum € 50 en een maximum van € 5.514).
  • U betaalt te laat en deels binnen en deels na de coulancetermijn. Er volgt dan voor het totale te laat betaalde bedrag een betaalverzuimboete van 3%, met een minimum van € 50 en een maximum van € 5.514.

Niet kunnen betalen? Wel altijd aangifte doen!

Het kan soms voorkomen dat u de door u verschuldigde BTW niet kunt betalen en daarom besluit om niet het volledig verschuldigde bedrag aan BTW op aangifte te vermelden. U kunt dit doen met het idee om op een later moment via een suppletieaangifte het resterende bedrag aan BTW alsnog te voldoen.

Deze handelswijze is echter niet juist en kan ertoe leiden dat de inspecteur forse vergrijpboeten aan u oplegt. In uitzonderlijke gevallen kan dit bij een bv zelfs leiden tot strafrechtelijke vervolging van de bestuurders die verantwoordelijk zijn voor het indienen van de BTW-aangiften.

Uitstel
De juiste wijze is dat als u de door u verschuldigde BTW niet kunt betalen, u juist wel aangifte doet. Vervolgens kunt u dan om uitstel van betaling bij de Belastingdienst vragen.

Naheffingsaanslag

Bij niet-betaling van de aangifte of slechts een deel ervan ontvangt u een naheffingsaanslag met betaalverzuimboete van 3% van het niet-betaalde bedrag (met minimum van € 50 en een maximum van € 5.514).

De verzuimboetes voor het niet op tijd indienen en betalen vallen hoger uit als u al veel vaker te laat bent geweest met indienen en betalen. Dan is de boete voor aangifteverzuim maximaal € 136. Voor het betaalverzuim geldt dan een boete van 10% van het te laat niet-betaalde bedrag met een maximum van € 5.514.

Vergrijpboete bij opzet of grove schuld

Kan de inspecteur bewijzen dat er sprake is van opzet of grove schuld dan kan de vergrijpboete om de hoek komen kijken. Deze loopt van 25% tot 100% van het te betalen bedrag. U kunt een boete voorkomen door tijdig (op tijd), juist en volledig aan uw (aangifte)verplichtingen te voldoen. Tegen alle opgelegde boetes en naheffingsaanslagen kunt u natuurlijk wel bezwaar indienen.

Heeft u aangifte gedaan, maar is deze onjuist of onvolledig? Dan kunt u een vergrijpboete voorkomen door uw aangifte tijdig te verbeteren.

Als u geen of een niet juiste aangifte doet, kan de Belastingdienst ook de bewijslast omkeren. De fiscus kan de bewijslast omkeren door een onherroepelijke informatiebeschikking af te geven maar de inspecteur mag dit ook al doen als de vereiste aangifte voor de BTW niet is gedaan.

De inspecteur kan een informatiebeschikking afgeven wegens het niet voldoen aan de informatie- of administratieverplichtingen. Als de inspecteur de bewijslast omkeert en vervolgens een naheffingsaanslag aan u oplegt, moet u met voldoende bewijs komen dat de inspecteur deze naheffingsaanslag voor de BTW tot een te hoog bedrag oplegde.

De bewijslast ligt dus bij u. Dit betekent dat u een zwaardere bewijslast heeft dan in een normale situatie waardoor het lastiger is om de opgelegde naheffingsaanslag te laten verminderen door het indienen van een bezwaarschrift.

Te weinig BTW aangegeven en betaald, wat dan?

Komt u er na het doen van de BTW-aangifte achter dat u te weinig BTW heeft aangegeven en betaald? Dan mag u dit niet meer corrigeren in de al door u ingediende aangifte.

Wat kunt u dan wel doen? Er zijn twee situaties:

  • Gaat het om een BTW-bedrag dat lager dan € 1.000, dan moet u dit bij de volgende aangifte corrigeren (dit is meestal het volgende kwartaal).
  • Is het bedrag hoger dan € 1.000? Dan moet u met een suppletieaangifte de correcties doorgeven op de eerder ingediende BTW-aangifte. Met de suppletieaangifte kunt u aangiftes over een specifiek aangiftevak of een heel boekjaar corrigeren. Dit kan tot drie maanden na uw jaaraangifte zonder dat u over het bedrag belastingrente verschuldigd bent.

De termijn voor het indienen van een suppletieaangifte is vijf jaar. De aangifte leidt tot een naheffingsaanslag (bij te weinig betaald) of wordt behandeld als een ambtshalve verzoek om teruggaaf. In tegenstelling tot de reguliere BTW-aangifte hoeft het verschuldigde bedrag wel pas na ontvangst van de naheffingsaanslag te worden betaald.

Meer over de suppletieaangifte is te lezen in ‘Suppletieaangifte voor de BTW’.

Inspecteur besluit tot maandaangifte

In bijzondere gevallen kan de inspecteur zonder dat u een verzoek daartoe heeft gedaan, besluiten dat u niet langer per kwartaal maar maandelijks aangifte voor de BTW moet gaan doen. Hij kan dit doen als u regelmatig te laat de BTW-aangiften doet en/of de verschuldigde BTW niet (tijdig) betaalt aan de Belastingdienst (als een soort van strafmaatregel).