Een deel van uw werk bestaat in feite uit bewijs verzamelen dat u de fiscale zaken juist voorstelt. U zorgt voor een goed verhaal en de nodige bewijzen voor het geval dat de inspecteur vragen stelt. Maar in hoeverre is een ‘goed verhaal’ genoeg? In sommige gevallen kunt u daarmee volstaan, maar in andere gevallen is keihard bewijs cruciaal. En eigenlijk is keihard bewijs in alle gevallen prettiger.
De hoofdregel in de belastingwereld is ‘wie stelt, bewijst’. In de praktijk wil dat zeggen dat u moet aantonen dat de aanslag toch echt lager moet zijn, en dat de inspecteur overtuigend moet bewijzen dat die aanslag hoger moet zijn. Maar kan de inspecteur niet af en toe wat coulance tonen of een oogje toeknijpen als u op goede voet staat met elkaar?
Het korte antwoord is ‘in principe niet’. Natuurlijk helpt het wel als u een goede relatie heeft met de inspecteur en altijd netjes uw aanslagen betaalt en de administratie op orde heeft. Dan zal de inspecteur bij een (klein) foutje waarschijnlijk niet direct alles uit de kast halen om uw onderneming financieel aan te pakken. De Belastingdienst moet zich imme